Personal tools
You are here: Home Z Zw ZWINGLI, Huldrych (Ulrich)
Document Actions

ZWINGLI, Huldrych (Ulrich)

by Lord Nobongo last modified 2005-04-07 08:35 PM

Zwitserse kerkhervormer, * Wildhaus 1.1.1484 - † gesneuveld Kappel 11.10.1531

Zwingly studeerde te Bern, Bazel, waar hij mag. art. werd in 1506, en te Wenen. Van 150x-16 was hij pastoor te Glarus, van 1516-1518 te Einsiedeln en sedert eind 1515 parochiegeestelijke aan Grossmünster te Zürich, waar hij op 1.1.1519 met zijn doorlopende prediking over het N.T. begon de resolute doorzetting van de kerkhervorming te Zürich. Zwingli was humanistisch geschoold filosofisch in de via antiqua, met en onbedwingbare neiging tot de bronnen zodat hij nog in 1523 met het Hebreeuws begon wegens het O.T., en verder met de overtuiging, dat ChristeIijke kennis lot de ware wijsheid en tot werkelijke hervorming van de kerk zou leiden. Hij was een tegenstander van het dienstnemen der Zwitsers in vreemde legers, hetzij van de keizer, de paus of de Franse koning, nationalist in dat opzicht, en een tegenstander van de aflaalpraktijk van Bernard Samson, waarmede hij dan ook succes had. Zelf verklaart hij de allergrootste bewondering voor Luther te bezitten, maar zijn eigen roeping tot hervormingswerk zelfstandig en onafhankelijk van Luther beseft te hebben. De Duitse hervormingsbeweging heeft niettemin de Zwitserse gestimuleerd. Hoofdmomenten zijn in 1523 de twee Züricher godsdienstgesprekken, 29 januari en 26-28 oktober., voor het eerste Waarvan Zwingli, na veel discussie met de bisschop Van Constanz en zijn vicaris, 67 Schlussreden opstelde en deze op exclusief Bijbelse gronden verdedigde. Het was hier volstrekt Bijbel tegen over kerk en hiërar chie, “Selbstwort Gottes" tegenover traditie, dus kerkelijk gezien zonder meer revolutionair. Dogmatisch eveneens en vooral op den duur ook liturgisch.

De sacramentsleer van Zwingli, die alleen het symbool, zonder praesentia divina, erkende, is het grote geschilpunt met de Lutherse reformatie, op het godsdienstgesprek te Marburg in 1529 niet bijgelegd maar diep uitgemeten, en tot op zekere hoogte ook met het Calvinisme (bijgelegd in de Consensus Tigurinus tussen Calvijn en Zwingli's opvolger Bullinger (1549) Aan Grossmünster schiep Zwingli, die de Raad geheel op zijn hand had het begin van een theologische faculteit met Leo Jud, Konrad Pellikan, Oswald Myconius bij de beroemde drukker Froschauer verscheen gaandeweg de eigen Zwitserse bijbel vertaling, nog iets eeder gereed dan die van Luther, van wiens werk men intussen gebruik gemaakt heeft. Verschillende geschriften van Zwingli dienden ter instructie van de hervormde geestelijkheid scholen en armenzorg regelde hij nieuw. Het zgn. Ehengericht bestaande uit leken en predikanten behadelde alle huwelijkszaken waarvoor thans het canonieke recht niet meer, toepasbaar was. Elke kerkelijke gemeenre werd met haar consistorie een zelfstandig centrum, maar met erkenning van het oppergezag van de Christelijke overheid, de meest anti-roomse vorm der Reformatie: geen kerk boven de staat. De predikanten vormden met vertegenwoordigers der overheid de synode en deze was toegankelijk voor gemeenteleden, vormen, die haar Bazel en Straatsburg overwaaiden en invloed op de Calvinistische Organisatie kregen:

In Zürich werd de bibliocratie ingesteld, en krachtig verweer trof de Dopers en de spiritualisten daar en elders. Niet gelukt is aan Zwingli het door hem beoogde anti-Habsburgse verbond, waarbij hij zelfs het oog geslagen had op Frankrijk, Denemarken en Venetië, en wel Philips Van Hessen meekreeg, maar niet de hoofdgroepen der Lutheranen in Duitsland. Voor Zwingli zelf bestond er eigenlijk geen distantie tussen politiek en belijdenis. Dit heeft in Zwitserland zelf geleid tot zijn tragisch levenseinde.

Het was zijn streven dat er eenheid van godsdienst in de kantons zou heersen doch, als niet liet gehele Eed-genootschap hervormd kon worden wenste hij dat elk vrij zou blijven om zijn eigen zaken te regelen. De bond der R.K. Duitse vorsten te Regensbutg gesloten (1524) joeg hem grote schrik aan. Met de vijf R K ‘Orte' Luzern, Zug Uri, Schwyz en Unterwalden ging het precies zo. In 1529 scheen er een ontspanning te komen bij de eerste vrede van Kappel, die echter, gezien: ook de gebeurtenissen in Duitsland (Marburg 1529, Augsburg 1530) geen stand kon houden, 11 oktober 1531 sneuvelde Zwingli in de tweede oorlog van Kappel. Terecht heeft hij op zijn standbeeld te Zürich zwaard en bijbel in de handen. Zijn humanistisch Christendom heeft grote invloed in Nederland uitgeoefend het heeft Erasmiaanse elementen, terwijl de geschiedenis van de Avondmaalsbrief van Cornelis Hoen hier boekdelen spreekt. Bij alle Platonisme, dat in Zwingli’s Godsbegrip te vinden moge zijn, het ratlonalisme in zijn preadestinarie- en zondeleer, tot – zeer on-Erasmiaans – determinisme toe, zijn Zwingli's theologie Christologie en verzoeningsleer niettemin zuiver orthodox en zijn biblicisme volstrekt, zodat het niet aangaat hem een door Humanisme gewijzigd, of, wil men, verzwakt Christendom toe te dichten Het in 1899 opgerichte Zwinglimuseum is thans opgenomen deels in de Zentralbibliothek, deels in het Nationalmuseum te Zürich. De Zwingliverein geeft het historisch tijdschrift Zwingliana uit: Beiträge zur Geschichte Zwingli’s Reformation und des Protestantismus in der Schweiz.

BibI.: SämtI. Werke, hrsg. V. E.. Egli, G. Finsler e.a. (1905 e.v., Corpus reformatorum 88 e.v., niet compl.); Hauptschriften, bearb. V. F. Blanke, O. Farner u. R.Pfister. verschenen dl 1-4, 7,9, 11(1940-’52 popul. Uitg. Das Buch der Ref. Z.'s von ihm selbst u. gleichz. Quellen erzählt, uitg d. W. Köhler (1926).

LITT.: W. Köhler U.Z. (1944); O. Farner U.Z. 2 dln. (1943-1944). Bibliografie: G. Finsler, Z. Bibliographie (1897), Periodiek: Zwingliana (sinds 1897).

  • 1969 ZWINGLI-JAAR

Het huis in de zomer tussen de Wiesert Op de houten banken voor het front valt de zon precies op het gezicht

"U moet uw voeten dwars op de trap zetten," zegt de huisbewaarster van het Zwinglihaus in het bergdorp Wildhaus. Ze bedoelt dat de treden te smal zijn om ze normaal te beklimmen. En toch is Huldrich Zwingli, die nu 450 jaar geleden in 1519 hetambt van predikant in Zürich en de eerste ‘dominee’ werd bij de Grote Münster waar hij door zijn eenvoudige en duidelijke predikaties de denkbeelden omtrent godsdienst zuiverde, in een voor zijn tijd ,voornaam' huis geboren.

Zijn vader en grootvader bekleedden het burgermeestersambt in het toen al naar groter omvang strevende dorp, waar Huldrich, (die door de geschiedschrijvers Ulrich werd genoemd) op 1 januari 1484 werd geboren. Zijn moeder, die Bruggmann schijnt te hebben geheten kwam uit dezelfde landstreek. Na een eerste echtverbintenis met een man uit Thurgau, een zekere Meili, die spoedig stierf en haar enige kinderen naliet, huwde zij burgemeester en ,Landwirt' Zwingli, tijdens welk huwelijk de wieg ook nogal eens te voorschijn moest worden gehaald ... Vóór Huldrich waren Heini en Klaus geboren. Ná hem volgden Hans, Wölfli, Bartli, Jakob en Andreas. Er moeten ook nog dochters zijn geweest. Waarschijnlijk drie of vier, maar zowel hun aantal als hun namen zijn onbekend.

Hoe al die kinderen met vader en moeder in het nu 600 jaar oude huis zijn geperst is me een raadsel. Het viel de kinderen zelf ook niet gemakkelijk. Als ook grootmoeder in de slaapkamer met het hemelbed en de keiharde matras werd ondergebracht beklaagden de jongens (waarschijnlijk sliep hudje en mudje bij elkaar, hoewel er aan het echtelijk slaapvertrek nog een kleine slaapkamer grenst) zich over het gebrek aan ruimte. De Reformator, die later bij een gesprek met vrienden oude herinneringen ophaalde, vertelde dan steeds te hebben getroost: “Daarin heeft de lieve Heer zich met zijn apostelen ook moeten schikken. Petrus sliep altijd vooraan en zijn Heer nam genoegen met de achterste plaats tegen de wand. Bij het wekken hoefde men alleen de voorste bij het hoofd wakker te schudden."

Kleinbehuisd

Het bed, waarin Huldrich geboren is biedt niet veel ruimte. Het meubilair in de slaapkamer is uiterst eenvoudig en de venstertjes zijn piepklein. Het licht op de foto komt van een blitzlampje. In werkelijkheid heerst er schemering.

Moeder Zwingli heeft haar elf (of meer) kinderen onder weinig comfortabele omstandigheden op de wereld gebracht. De slaapkamer, waarin maar twee venstertjes zitten, die uit kleine ronde raampjes van donker glas bestaan, moet aardedonker zijn geweest. Frisse lucht kon er nauwelijks binnenkomen. Het bed is smal en kort. De plankenvloer zit nu vol met gaten waardoor je recht naar beneden kunt kijken in de woonkamer. Het hele huis is van hout, dat met houten pennen in elkaar zit, want spijkers had men in de 15de eeuw nog niet. De woonkamer, keuken en het werkkamertje komen uit op een vrij grote binnenruimte waar de kinderen zullen hebben gespeeld en waarover veel voetstappen zijn gegaan van dorpsbewoners en bestuursleden van het kleine Wildhaus, halte Lisighaus in het land van Toggenburg. Nu is het in de woonruimten stil en uitgestorven. De eeuwen zijn er verstard, zoals de tijd is stil blijven staan in de dubbele zandloper, waarvan het ene glas een half uur tijd kan aangeven en het andere drie kwartier. Het oude zand zit er nog in. In het werkkamertje, tegenover het woonvertrek hangt een dode klok met zware stenen in plaats van gewichten, die de ,tijd' heeft vergeten.

Het hele huis, dat voor de 18de eeuw ein vornehmes Haus' was werd verwarmd door een vuur in de keuken. Het werd aangelegd in een stookpiaats die uitkwam in de woonkamer. Erboven is een open gat om de rook te laten ontsnappen. Ook deze keuken was aardedonker. Om de ijzeren potten boven het fornuis waar te nemen moet je op een bepaalde plaats onder het raam gaan staan. De foto is bedrieglijk licht

Hij is even star als de tafel, waarop in het handschrift van Zwingli een Bijbel ligt, die later in Zürich werd gedrukt. Het papier is dun en vergeeld maar de letters bleven duidelijk leesbaar. Ze zijn het enige levende in het door de last van eeuwen bezwaarde vertrekje, uit het geboortehuis van de man die in tegenstrijd met de toenmalige opvattingen openlijk heeft getuigd van denkbeelden die tot op de huidige dag gangbaar zijn.

Zwingli staat van de Hervormers Luther en Calvijn het dichtst bij onze tijd. De woonkamer is even duister als de rest van het huis, waar ordelijke tucht heerste en de jongens al vroeg moesten meehelpen met het werk. Weliswaar heeft de zwijgzame Zwingli niet veel over zijn jeugd verteld, maar hier en daar verrast hij ons toch met enkele jeugdherinneringen. ,Ik ben een boer, bekent hij vaak. En hij laat zich in een Latijnse briefwisseling met vrienden met ,Doggius aanspreken, dat betekent ,Toggenburger'.

Verbonden

Zwingli heeft zich altijd erg met zijn vaderland en geboorteplaats verbonden gevoeld. Als hij teweer trok tegen toenmalige kerkelijke opvattingen wilde hij de valse leer op zo plastisch mogelijke wijze aan de kaak stellen. ,Het is met het gemoed als met de ogen. Als iemand lang door de helwitte sneeuw heeft gelopen en daarna een groene weide ziet, blijft zijn sneeuwblindheid nog een tijd bestaan. Hij moet zich soms langdurig door een dokter laten behandelen om goed te kunnen zien. En sommigen blijven levenslang blind.

Het was de tijd van de heksenvervolging en de pest. Uit Frankrijk was de gruwel van de heksenprocessen doorgedrongen in andere landen en vooral in Zwitserland, waarin het begin van de 15de eeuw de eerste heksen werden verbrand. In Duitsland waar het lot van de eerste ,kettermeester', Koenraad van Marburg, de Inquisitie ontzag had ingeboezemd, ondervonden de verbrandingsprocessen nogal wat hindernissen. Paus Innocentius VIII bevestigde echter in het geboortejaar van Zwingli in de bul ,Summis desiderantes' op 3 december de leer van de ketterij en de toverij. Vijf jaar later, in 1489, nadat Krämer en Sprenger in de ,Heksenkamer' precies vertelden hoe men heksen en tovenaars moest verbranden, knetterden ook in Duitsland de brandstapels. Tegen deze dolzinnige waan, die drie eeuwen bleef heersen, verzetten zich de Hervormers. Ze wilden het geloof zuiveren van bijgeloof en afrekenen met de troebele bronnen van onwetendheid. Zwingli was een groot man, die met de andere Hervormers ongeveer gelijk dacht (hoewel het twistgesprek van hem met Luther dat in 1529 van 1 tot 3 oktober duurde, bekend is). Hij was echter veel radicaler met betrekking tot de kerkelijke diensten en hij verwierp het leerstuk van de aanwezigheid van Christus in het Avondmaal, dat hij meer beschouwde als een gedachtenis aan de kruisiging en de belijding van christelijke eenheid, een leerstellige opvatting waarin hij met die van Luther verschilde. De jonge Hulrich heeft het ouderlijk huis al vroeg verlaten. Toen hij zes jaar oud was verhuisde hij naar Weesen, (waar zijn oom Bartholomäus Zwingli pastoor en deken was) om al vroeg Latijn te leren. Bartholomäus, die ook pastoor van Walensee was moest het begaafde neefje de nodige schoolkennis bijbrengen. Op tienjarige leeftijd ging het kind naar Basel. Zijn nieuwe ,leraar', Gregor Bünzli uit Weesen, was maar zes jaren ouder dan hij. Maar oom Bartholomäus kende hem goed en wist dat hij een vlijtig gymnasiast was. In de ,Trivialschule' in Basel werden aan de leerlingen hoge eisen gesteld. Ze moesten al snel met leerkrachten en leerlingen vlot in het Latijn kunnen converseren, anders werden ze van school gestuurd. Als aankomend student zal Gregor dus voor ,leraar' hebben gespeeld, terwijl hij zelf nog het gymnasium bezocht. Het schijnt echter dat Huldrich grote vorderingen maakte op school, zowel met Latijn als met muziek. Ongeveer zes jaar nadat de goede Bünzli volleerd was kwam Huldrich naar Bern om in de Humanisten School van de beroemde geleerde en dichter Heinrich Wölflin (Lupulus) zijn opleiding te voltooien. Hij woonde waarschijnlijk bij familie in de Kesslergasse, ging naar school in de nabijgelegen Herrengasse, waar tegenwoordig het ,Kasino' staat en bleef een ijverige leerling.

In Bern en Wenen studeerde de jonge Zwingli wijsbegeerte en letteren. In Basel liep hij college in de godgeleerdheid bij de befaamde Thomas Wittenbach uit Biel, een scherpzinnig en bescheiden mens, die hem leerde dat de Humanistische leer, waartoe Zwingli zich erg aangetrokken voelde, zeer goed te verenigen was met theologie. Gedurende het hele leven van Zwingli heeft de pest in Europa als de zwarte dood rondgewaard. Nadat ze zich als epidemie in de 6de eeuw verspreidde over het continent, stak ze vanaf de14de tot begin 18de eeuw steeds bij tussenpozen de kop op. Ze vond haar weg over het Kanaal en roeide in 1688 bijna heel Londen uit. In augustus 15 19 brak de ziekte uit in Zwitserland. In Zürich stierven bijna 2500 mensen binnen de zes maanden, een enorm getal als men bedenkt dat het inwonerstal toendertijd ca. 9000 was. Het werd een decimering als bij de bloedigste oorlog. In september kreeg ook Zwingli de pest (zijn broer Jakob was er in 1517 al aan bezweken en in 1520 stierf Andreas eraan), nadat hij bijna een maand lang elke dag zijn leven op het spel had gezet om als zielszorger stervenden te bezoeken. Een tijd lang zweefde hij tussen leven en dood. Onbegrensd was de opluchting van de mensen toen ze in november hoorden dat de moedige prediker nog leefde en dat de crisis overwonnen was. Toch moest hij nog tot in het nieuwe jaar zijn pestwonden verbinden en eigenlijk bleef het sukkelen tot het voorjaar. De ontzettende belevenis van zijn ziekte heeft Zwingli's geestelijk leven sterk verdiept. Toen hij in 1520 een psalmenvoorlezing voorbereidde voorzag hij de bladeren van zijn psalmboek van talloze notities van re formatorische inhoud. Nu eerst was hij zich zijn roeping goed bewust geworden. Als hij opnieuw de kansel bestijgt weet hij: nu moet ik waarmaken wat ik geloof. Er moest worden afgerekend met domheid en bijgeloof: ,das fremde Schiinggewächs muss weg, bis das Won Gottes ohne jegliches Nebengeraüsch horbar wird.' roept hij luid uit in de kerk.

Zwingli, die door zijn vrienden en tijdgenoten ,edel, verdraagzaam, vroom en onbaatzuchtig' werd genoemd, onderscheidde zich door een grote kennis van zaken op godsdienstig gebied en een dringende behoefte om het maatschappelijk leven te verbeteren. Hij moet in zijn tijd een revolutionair zijn geweest. Zijn godsdienstige werken waren helder van stijl en verlicht. De ,Sämmliche Werken' verschenen eerst in folio in 1545 en 1581. Later werden ze in 1828 tot 1842 door Schuler en Schulthesz in 8 delen uitgegeven. In 1861 volgde een supplement.

Stichter der Hervormde Kerk

Met Calvijn kan Zwingli de Stichter der Hervormde Kerk worden genoemd. Vandaar dat we in 1969 het ,Zwingli-jaar' herdenken. Huldrich Zwingli predikte tegen misbruiken en kettervervolgingen en tegen de pauselijke ,aflaatkramer', Berakirdin Sampson, die hij in 1518 in Zwitserland had bezocht. In zijn ijver riep hij de Bis~ schoppen van Sion (Sitten) en Constanz (Kostnitz) op om ,de Kerk te verbeteren'. Hij had succes. Na zijn roeping in Zürich aan de Grote Münster werd het de ,aflaatkramer' niet meer toegestaan de stad te betreden en in 1520 werden alle pastoors in Zürich en op het land door de overheid gelast zich te houden bij de prediking van het Evangelie. De Raad van Zürich erkende zijn denkbeelden.

In 1522, op 40 jarige leeftijd trouwde Huldrich Zwingli' (hetzelfde jaar dat hij na talloze twistgesprekken met getuigen de mis liet verdwijnen) met de weduwe Anna Reinhart, die in het geheim getrouwd was geweest met de voorname Jonker Hans Meyer von Knonau. Door haar huwelijk met Huldrich werd zij echter naar zijn eigen woorden weer ,wie andere gmein Handwerkslüten Eewyber'. Het echtpaar kreeg vier kinderen en Zwingli was een uitstekend vader en echtgenoot. Toch zette hij zijn strijd voort. Gesteund door de Raad van Zürich regelde hij het onderwijs. De overwinning van de Hervorming scheen nabij. De ontwikkeling in Genève en Neuenburg liet niets te wensen over. Zürich en Bern stonden er uitstekend voor om de pas in Zwitserland aan te geven. In de stad van Limmat scheen Zwingli's invloed onbegrensd. Hij was burgemeester van Zürich, raadslid en schrijver in één persoon verenigd en de Reformator uit Bern, Berchtold Haller, noemt hem zelfs de ,Bisschop van het hele vaderland in de ogen van den Heer'. En andermaal zelfs ,Wächter nicht nur des Vaterlandes, sondern des ganzen christlichen Gemeinwesens'.

Wending...

Dan opeens keert de kans op verschrikkelijke wijze. De een na de ander laat hem in de steek. Alle heimelijke tegenstand die tot nu toe de kop in was gedrukt brak los; begrijpelijkerwijze wilde het nog katholieke deel van het land zich niet gewonnen geven. De verbittering over de machtsverschuiving zocht een uitweg. Zijn tegenstanders zochten steun hij Oostenrijk. De gebeurtenissen namen nu een snelle loop. Zelfs in zijn eigen stad Zûrich kozen sommige Eedgenoten de kant van Oostenrijk, de oude adel nam de kans waar zich openlijk te verzetten. En ook bakkers, slagers en boeren begonnen zich te beklagen dat ze door oorlogsgeweld en voedselschaarste werden gedupeerd. Zwingli verloor steeds meer grond onder de voeten. In 1531 ontstond een openbare oorlog tussen Zûrich en de r.-k. cantons Luzern, Uri, Unterwalden en Zug! Bij Kappel komt het tot een treffen. Zwingli trekt als veldprediker mee ten strijde. Tussen het ledertuig van zijn paard stopt hij een kleine Bijbel. Op dit moment moet het dier gehuiverd hebben, wat als een slecht voorteken werd beschouwd. Als hij over de rivier rijdt hoort hij zachijes voor zich bidden - Het leger nadert nu Kappel. Zwingli treedt aan in de voorste gelederen tezamen met andere geestelijken - De paarden worden teruggejaagd en de mannen stellen zich in slagorde op. Met het geschreeuw: ,Ketters, kerkdieven, zielenmoordenaars' stortten de tegenstanders zich op hen.

De kreten worden beantwoord met ,Godsknechten, kronenvreters, bloedzuigers'. ,Mannen blijft toch redelijk,' probeert kapitein Lavater het bloedbad nog te verhinderen. Maar de eerste doden zakken al ineen. ,Blijft wakker en moedig mannen van Zürich' roept Zwingli. ,Musst ihr schon einen Schweiss leiden, so werdet ihr doch mit Gott bleiben'. Een verschrikkelijk handgemeen heeft een heilloze verwarring ten gevolge, maar Zwingli wil niet van zijn plaats wijken. Hij blijft in de voorste rijen. Dan krijgt hij een houw met een zwaard over zijn muts, die hem doet vallen. ,Het lichaam kunnen ze doden maar de ziel nooit' mompelt hij en sterft. Als bij zovele grote mannen hebben sommige vrienden hem aan het eind van zijn leven verraden en tijdgenoten hem verguisd. Pas in 1838 verscheen er in Kappel een gedenkteken te zijner ere...

Maar zijn relikwieën zijn bewaard gebleven. In het oude huis waarin hij werd geboren is weinig of niets veranderd, in de zomer bloeien er bloemen in houten bakken voor de kleine vensters, in de winter ligt het aan de voet van de Chürfirsten bergketen bedolven onder de sneeuw.

Het toerisme heeft de schaduwen verjaagd. Men trekt lachend en zonder omkijken het bijna zwart van ouderdom geworden Zwingi-huis voorbij. Iedereen is vergeten welk een verbitterde strijd 450 jaar geleden in de Zwitserse bergen gestreden is.


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004