ZWERVER, RON
Nederlands volleyballer, * Amsterdam 6-6-1967
Hij wenste zich als slapend kind vaak een glorieuze voetbalcarriere. Toen de werkelijkheid in dat milieu hem bitter tegen viel, liet hij zich alsnog door vader Theo overhalen zijn geluk als volleyballer te beproeven. Ron Zwerver, een jongen van de straat uit Amsterdam-West, is er zijn pa nog elke dag dankbaar voor. Het slungelige ventje had het volleybal in zijn vingers. Minstens zo belangrijk was zijn toewijding. Hij droomde. Niet meer over voetbal, maar van olympisch volleybal-goud. Die dromen lieten hem niet meer los.
Met Ron Zwerver als loods laveerde Nederland naar de wereldtop. Maar in de olympische finale van Barcelona (1992) kaapte Brazilië het goud voor de neus van Zwerver c.s. weg. Vier jaar later liet Zwerver zich dat in Atlanta niet nog eens gebeuren. Het berustte niet op toeval dat juist hij in de bloedstollende finale tegen Italië de laatst eNederlandse aanval afrondde. Zwerver was de beste. De laatste wedstrijd die de 463-voudige international in zijn loopbaan speelde, met Roeselaere tegen Maaseik, verloor hij. Een smet je. Het past niet bij de winnaar, die Zwerver is. Waarom werd Ron Zwerver geen voetballer? Omdat hij zich groen en geel ergerde aan zijn ploegmaatjes die bij regen wegbleven van een training. Of wedstrijden misten omdat ze met hun oudersnaar de camping gingen. Ook werden de partijtjes te vaak naar zijn zin afgelast. Als kind had Zwerver al een wil, waar de meeste leeftijdgenootjes voor terugdeinsden. Toch maar volleybal dus. De regen was bij die sport tenminste geen spelbreker en er waren altijd wel zes jongens te vinden.
Vader Theo achtte zijn eigen club Rangers, waar Ron vanaf zijn achtste ook al een paar jaar had gebald, bij nader inzien niet meer geschikt voor zijn zoon. Hij maakte hem lid van Martinus, de club die was gehuisvest in de Bankrashal. Daar viel hij al snel op. Drie jaar later kreeg de toen 17-jarige Ronnie er zijn eerste contract. Weer een paar jaar later werd Martinus getransformeerd tot het Nederlands team. De Amerikaan Arie Selinger zag er wel brood in en had Zwerver al heel snel voor zich gewonnen. Oranje, dat met Zwerver in Seoel verdienstelijk vijfde was geworden, zonderde zich af om beter te worden. Tegenstanders van het Bankrasmodel noemden het een sekte. Maar de jonge Zwerver had een immense bewondering voor de goeroe, die Nederland een olympische medaille beloofde. Hij vertrouwde op Selinger, volgens Zwerver de enige trainer die zijn droom kon laten uitkomen. Zwerver moet het dan ook als een klap in zijn gezicht hebben gevoeld, toen uitgerekend Selinger in maart 1989 het ideaal verraadde voor geld. Hij zwichtte voor een miljoenenaanbod van de Japanse fabrieksclub Daiei. Selingers zoon Avital, ook international, voorkwam dat Zwerver van het pad geraakte. Hij praatte hem moed in.
Het vertrek van de roerganger leidde tot meer scheurtjes. In Harrie Brokking, de erfgenaam van Selinger, hadden weinigen vertrouwen. Jan Posthuma tekende als eerste international een vet contract in Italië. Een jaar later, in 1990, volgden Peter Blangé en Rob Grabert. Ronald Zoodsma nam de wijk naar Duitsland. In de ogen van Zwerver vond dat geen genade. Ze werden verbannen. Hoewel hij spelverdeler Blangé als een vriend beschouwde, verweet hij hem ook egoïsme. Zelf liet Zwerver zich nooit verleiden door een genereus bod. Italiaanse clubs hingen geregeld bij vader Zwerver aan de lijn. Die schudde dan weer eens vol onbegrip zijnhoofd als hij de telefoon had neergelegd. Theo Zwerver wilde graag dat zoonlief ook eens een keer aan zichzelf dacht. Maar Ron dacht niet aan geld. Hij leefde van de geur van goud. Hij zei altijd dat hij de schade na Barcelona wel zou inhalen. Oranje bleef een bron van onrust. Vriendschappen waren voor eeuwig beschadigd. Brokking haakte eind 1991 af en maakte de wegvrij voor zijn leermeester Arie Selinger. De initiatiefnemer wilde Oranje er naast zijn job in Japan wel bij doen. Het eerste wat hij deed was het terughalen van de deserteurs Blangé, Posthuma en Zoodsma. Alleen op Grabert deed Selinger geen beroep meer. Zwerver kreeg zijn geloof in goud terug, maar het Nederlands team plaatste zich slechts met pijn en moeite in Ahoy' voor de Spelen. Om blijk te geven van zijn vertrouwen, poseerde Zwerver in goud gespoten voor de cover van Sport International. Voor Barcelona werden lang niet alle plooien gladgestreken, maar toch schopte Nederland het tot de finale. Daarin werd de ploeg geveegd door Brazilië. "Ze waren gewoon twee, drie klassen beter," oordeelde Zwerver nuchter. Hij kon de vreugde van de anderen over zilver niet delen. De Amsterdammer vond het een geforceerd gedoe. "Ik heb daar afscheid genomen van de Spelen alsof ik dat nooit meer mee zou maken," zei Zwerver pas nog over dat moment.
Oogsten
Na de verloren Olympische finale in Barcelona liet Ron Zwerver zijn tranen de vrije loop.
Na Barcelona kwam Zwervers tijd om te oogsten. Hij tekende een lucratief contract bij het Italiaanse Treviso, waar hij zes jaar lang zijn uitzonderlijk talent te gelde maakte. Daarna kon hij het niet meer opbrengen om als kleine
jongen in de kleedkamer door de president te worden geschoffeerd, omdat er was verloren. Zwerver pikte het niet langer dat bij een slechte prestatie werd gedreigd een x-bedrag op zijn salaris in te houden. "Ik ben geen klein kind meer," foeterde hij bij herhaling. Maar Zwerver besefte ook dat Italië hem nog groter had gemaakt. Het bewijs leverde hij in de olympische finale van Atlanta, uitgerekend tegen de Italiaanse ploeg. De eeuwige rivaal, vaak in finales Nederland de baas, kreeg geen vat op de man die zich voor even onoverwinnelijk waande. Zwerver huilde. Vier jaar na Barcelona omarmde hij alsnog zijn goud. Later in 1996, tijdens de World Cup in Japan, beëindigde hij zijn interlandcarriêre. Bij zijn laatste wedstrijd in Nederland, de afscheidswedstrijd van Joop Alberda, waren slechts toekijkende familie en een paar vrienden daarvan al op de hoogte. Het laatste seizoen bij Treviso beleefde hij als de golden boy van Atlanta. Uit respect voor zijn collega's bij Treviso begon hij in de kleedkamer nooit over de olympische finale. Soms brachten de Italianen het zelf ter sprake en dan kon ook Ron zijn mond niet houden. Maar niemand die hem daarom het goud misgunde. Zwerver en echtgenote Jacky, inmiddels ouders van Demi, verlangden steeds vaker naar Nederland, maar Ron was het volleyballen nog niet beu. Hij had echter weinig trek zijn kunstjes in de niveauloze Nederlandse competitie te tonen. België dan maar. Dicht bij Nederland en het betaalde goed. Bovendien kreeg hij bij Roeselaere, waar ook de Nederlanders Martin van der Horst en Albert Cristina onder contract stonden, privileges in het vooruitzicht gesteld. Hij mocht er af en toe een paar daagles tussenuit. Die bracht het gezin Zwerver dan in Nederland door. Met Roeselaere verloor Zwerver in de Europa Cup van het Italiaanse Palermo. In de Belgische competitie was Maaseik te sterk. Zwerver won er niets meer bij. Dat vergemakkelijkte zijn besluit om te stoppen. Hij heeft voorlopig afscheid genomen van het volleybal. Over zijn toekomst is hij nog aan het nadenken.
- Clubs: VW Rangers ('75-'79),
- Martinus ('81-'89),
- Nederlands team ('88-'92),
- Treviso ('92-'98), Roeselare ('98-'99).
- Landstitels: Martinus ('85, '86, '87,'88), Treviso ('94, '96, '98).
- Europa Cup 1: Treviso ('95)
- Europa Cup 2: Treviso ('94)
- Europa Cup 3: Treviso ('93)
- World League: '90 (6e), '91 (4e), '92 ( 4e), '93 (5e), '94 (5e), '95 (1e)
- EK: '87 (5e), '89 (3e), '91 (3e), '93 (2e), '95 (2e)
- WK: '90 (7e), '94 (2e)
- Olympische Spelen: '88 (5e), '92 (2e), '96 (1e)