ZWAAN, Johannes de
Ned. Prot. Nieuwtestamenticus, * 's-Gravenbage 26.6.1883 - † Leidschendam 23.12.1957
Is bekend door zijn arbeid als hoogleraar voor Nieuwe Testament en Oud-Christelijke Letterkunde aan de Universiteit te Leiden en door zijn optreden op politiek terrein.
Hij studeerde theologie te Leiden, alwaar hij in 1909 promoveerde Op een proefschrift Il Petrus en Jodas. Textuitgave met inleidende Studiën en textueelen Commentaar. Voorts studeerde hij Semitica en Neogracca resp. bij Rendel Harrins en Hesseling. Na als Ned.-Herv. predikant in Heemse en Baambrugge te hebben gewerkt, werd bij in 1912 benoemd tot buitengewoon hoogleraar in Grieks-Oosters Christendom aan de Universiteit te Leiden. Van 1914 af werkte hij als hoogleraar in de exegese van het N.T., de inleidingswetenschap en de Oud-Christelijke letterkunde, eerst te Groningen en sinds 1929 te Leiden waar hij in 1953 emeritus werd. Sinds 1937 is De Zwaan lid van de Eerste Kamer voor de C.H.U.
Bibl.: Syntaxis der Wijzen en Tijden i.h. Gr.N.T.(Haarlem 1906) The Treatise of Dionysius bar Salibbi against the Jews (Leiden 1906) Antieke Cultuur om en achter het N.T. (Haarlem 1916 3de dr. 1926); Imperialisme van den Oud-Chr. geest (Haarlem 1919) De Open. v. Johannes toegelicht en colometrisch vertaald (Haarlem 1925) De Efezenbrief v. Paulus toegelicht en colometrisch vertaald Haarlem 1927); ezus, Paulus en Rome (Amsterdam 1927) Paulus als geestelijk hervormer (Amsterdam 1932) Inl. tot het N.T. 3 dln. (Haarlem I941-'42, Volksuniv. bibl. 74-76), 2de dr (1948). Een volledige bibl. in de bundel Studia Paulina (Haarlem 1553).