Personal tools
You are here: Home Z Zo ZONNEVELD, Michiel
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

ZONNEVELD, Michiel

by Lord Nobongo last modified 2005-03-08 07:16 PM

Journalist

Het welbehagen in de Cultuur Het platteland, het succes van de Nederlandse democratie. Prometheus, 148 blz. f 24,90

In Het platte land. Het succes van de Nederlandse democratie trekt Michiel Zonneveld, parlementair journalist van Het Parool en oud-voorzitter van de Jonge Socialisten, ten strijde tegen de 'intellectuele jehova's' die voortdurend de ondergang van de Nederlandse democratie voorspellen. Voorman van die sekte is volgens hem Ed van Thijn, de oud-burgemeester van Amsterdam, die al in 1967 een explosie van onbehagen over het Nederlandse politieke bestel voorspelde en daar tot op de dag van vandaag mee doorgaat. De stelling van Zonneveld is dat er helemaal geen sprake is van een crisis van de democratie. Sterker: het Nederlandse politieke stelsel is in zijn visie door een eeuwenoude traditie van het zoeken naar compromissen uitgegroeid tot het meest verkieslijke in de wereld.

Zonnevelds boek verschijnt op een moment dat er van onbehagen over de Nederlandse democrafte bepaald geen sprake is. Het Nederlandse poldermodel wordt alom geprezen. De minister van Financiën hief op Prinsjesdag het koffertje met de Miljoenennota triomfantelijk boven zijn hoofd, terwijl de premier de wave inzette. Zonnevelds lofrang past perfect in dit klimaat van innige tevredenheid. Paars heeft veel krediet bij de journalistiek en Zonneveld is daarop geen uitzondering. Hij prijst onder andere de stroperigheid van de Nederlandse overlegeconomie. Deels door te betogen dat de betrokkenenheid van sociale partners bij besluit-vorming draagvlak creëert voor maatregelen, deels door te stellen dat het met die stroperigheid wel meevalt. Want moet achteraf niet worden vastgesteld dat Nederland er in de jaren tachtig sneller in geslaagd is om de overheidsfinanciën en de verzorgingsstaat te saneren dan andere landen op het Europees continent? Ook voor wie kriebelig wordt van zoveel tevredenheid en weinig ziet in zijn idyllische beeld van een landje waarin iedereen al sinds de zeventiende eeuw rustig met elkaar samenleeft, is Zonnevelds boek lezenswaardig. Zo maakt hij duidelijk dat de veelgehoorde verklaring voor het falen van extreemrechts in Nederland (namelijk dat Janmaat zo'n middelmatig politicus is) niet afdoende is. Minstens zo belangrijk zijn de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, waardoor vreemdelingenhaat associaties oproept met de bezetting door een vreemde mogendheid, en het ontbreken Van een gefrustreerd nationalisme zoals bijvoorbeeld in Vlaanderen bestaat. Ook zijn pleidooi tegen hogere subsidies voor politieke partijen overtuigt. Partijen zouden daardoor, omdat ze dan minder afhankelijk zijn van ledenaantallen, te ver van de samenleving afkomen te staan.

Na deze zonnige kijk op het Nederlandse stelsel, pleit Zonneveld niette min verrassend genoeg voor invoering van een correctief referendum. Hij noemt dit een conservatief pleidooi voor staatkundige vernieuwing. Maar zijn bezwering dat het invoeren van zo'n referendum slechts een kleine stap voorwaarts is op de weg naar verdere spreiding van macht, staat haaks op de toon die hij elders aanslaat. De invoering van zo'n referendum zou immers een breuk betekenen met de tradities van de vertegenwoordigende democratie in Nederland.

Zonneveld lijkt bovendien geen oog te hebben voor de spanning tussen zijn lofzang op de vaderlandse politieke cultuur en de voortschrijdende integratie van Europa. Waar andere staten moeite hebben zich aan te passen aan de uitholling van de nationale macht, betoogt Zonneveld, kent Nederland dit probleem niet. Het centrale gezag is hier namelijk nooit zo sterk geweest. De macht werd altijd al gedeeld. Dat is een onderschatting van het belang dat de nationale staat ook voor Nederlandse burgers heeft. Uit de toenemende onrust over de invoering van de euro, blijkt dat Nederlanders sterker zijn gehecht aan dit symbool van nationale soevereiniteit dan lange tijd werd verondersteld. Hoe het toekomstige Europa eruit gaat zien mag hoogst onzeker zijn, het wordt zeker geen groot Nederland. En hoe groter de tevredenheid over het bestaande vaderlandse bestel, hoe kleiner de bereidheid zal zijn om meer zeggenschap van Brussel te accepteren. Zonneveld gaat er niet op in, hoewel de laatste zin van zijn boek luidt: Wordt het niet de hoogste tijd dat we ronduit chauvinistisch durven zijn?


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004