Personal tools
You are here: Home Z Zo ZOLA, Emile
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

ZOLA, Emile

by Lord Nobongo last modified 2005-03-02 10:30 PM

Frans schrijver, * Parijs 2.4.1840 - † 28 of 29.9.1902

Zola was de zoon van een ingenieur van Italiaanse origine, die zich had geruïneerd met plannen voor de watervoorziening van Aix, de stad waar Emile zijn jeugd en schooljaren doorbracht. Na enkele jaren van armoede wist hij zich een bestaan te verwerven bij de uitgeverij Hachette. Hij debuteerde als lyrisch dichter met meer dan 10.000 literair waardeloze verzen en als schrijver van feuilletonromans als La Confession de Claude, maar gaf reeds in 1867 de deterministische roman Thérèse, Raquin, waarin hij onder invloed van Claude Bernard, Taine e.a. op quasi-wetenschappelijke wijze de wetten van erfelijkhed en milieu meende te kunnen toepassen op de literatuur. Aangelokt door het voorbeeld van Balzac's “Comédie humaine" zette hij zich nu met het koppige doorzettingsvermogen van zijn robuust talent aan de uitvoering van zijn grote romancyclus Les Rougon-Macquart, histotie naturelle et sociale d'une famille sous le second Empire (1871-'93, 20 vol.). Zijn theorie dat de romanschrijver eenzelfde wetenschappelijke methode moet toepassen als de laboratoriumonderzoeker was een vergissing, die niet al te ernstig was in de gevolgen, omdat de theorie voor Zola meer een werkschema betekende, waarvan hij zich trouwens in zijn latere romans hoe langer hoe meer vrijmaakte. Het blijvende deel van zijn oeuvre is niet geleverd door de nauwgezette vakman, die zich zorgvuldig voor elk nieuw deel documenteerde, maar door de dichterlijke, visionnaire kunstenaar, die Zola ook was, in staat vooral om aan een massabeweging bezieling te geven. Terecht beroemd zijn geworden de optocht der stakende mijnwerkers uit Germinal, de ruitercharge uit La Débâcle of de "train blanc" uit Lourdes. Zola's kracht lag niet in de psychologische analyse van de enkeling, maar in de schildering van universeel werkende natuurkrachten.

Lithografie van Florian uit 1886 naar De la Barre (Bibliothèque National Paris)

Geslaagde specimina van zijn boeken als zodanig zijn L'Assommoir, waarin hij als een der eersten de werkman in zijn eigen milieu schildert, La Bête humaine, La Faute de "Abbé Mouret enz. In zijn later werk verdrong de lyricus nog meer de psycholoog en de verheerlijking van mythische krachten als de arbeid in Travail (1901) of de vruchtbaarheid in Fécondité (1899) en de schildering van een messiaans, anarchistisch toekomstbeeld in Paris (1897) verlenen zijn romans uit de latere periode een optimistische trek, welke ontbrak aan de meeste delen uit de Rougon-Macquart serie, al moeten we anderzijds bij de latere romans ook een verzwakking van de esthetische waarden constateren. De contemporaine kritiek stond sterk afwijzend tegenover Zola’s oeuvre, met hoeveel talent en doorzettings-vermogen hij ook zijn kunstopvattingen verdedigde, zoals bijv. in Le Roman experimental (1880). Een loffelijke uitzondering vormde de waardering door de dichter Mallarme. Vermeldenswaard is Zola’s campagne voor de impressionnistische schilder-kunst van Manets en zijn bondgenoten, waarvan hij met meer begrip dan zijn tijdgenoten de toekomstige waarde verkondigde: Mon Salon (1866), Ed. Mand (1867).

Grote bekendheid verkreeg Zola door zijn op treden in de Dreyfus affaire, in het bijzonder door de publicatie in Clemenceau's Aurore (13 januari 1898) van de Lettre à M Félix Foure, Président de La République, wereldberoemd geworden onder de titel ,J'Accose, en die leidde tot zijn veroordeling en vrijwillige balling-schap. Hij stierf ten gevolge van een ongeluk (gasverstikking) voor hij zijn vierde ,,evangelie" Justice had kunnen beëindigen. Met enkele discipelen had hij een geruchtmakende verzamelbundel novellen gepubliceerd, alle geïnspireerd door de Frans-Duitse oorlog, Les Soirées de Médan (188o), waarin zijn eigen L'Attaque du Moulin en het onvolprezen Boule-de-Suif van Maupassant. DR R. WIARDA

Werken:

  • 1864 Contest à Ninon
  • 1865 Nouveaux Contest à Ninon
  • 1867 Les Mystères de Marseille – Verborgenheden van Marseille
  • 1868 Madeleine Férat
  • 1871 La Fortune des Rougon – Het fortuin der Rougons
  • 1871 La Curée - De Buit
  • 1873 Le Ventre de Paris - De buik van Parijs
  • 1874 La Conquête de Plassans - De verovering van Plassans
  • 1875 La Faute de l’Abbé Mouret - De missrap van Abt Mouret
  • 1876 Son Excellence Eugène Rougon-Zijne exellentie Eugène Rougon
  • 1877 L’Assommoir - De Kroeg

  • 1878 Une Page d’Amour - Een bladzij van liefde
  • 1880 Nana - Nana

  • 1882 Pot-Bouille - In troebel water
  • 1883 Au Bonheur des Dames - Het geluk der dames

  • 1884 La Joie de Vîvre - Levensvreugde
  • 1885 Germinal - De Mijn

  • 1886 L'Oeuvre - Het werk
  • 1887 La Terre - Het Land
  • 1888 Le Rêve De droom
  • 1890 La Bete humaine
  • 1891 L’Argent Het Geld

  • 1882 La Débâcle
  • 1883 Le Docteur Pascal Dokter Pascal

Les 3 Villes:

  • Lourdes
  • 1896 Rome
  • 1897 Paris

Les 4 Evangiles:

  • 1899 Fécondité – De Vruchtbaarheid
  • 1901 Travail

Verité De avonturen van Octave Mouret ???

Kritieken: - Mes Haines

  • Ed Manet
  • La République et la litérature
  • La Roman expérimental
  • 1881 Le Naturalisme au Théâtre
  • 1881 Nos auteurs dramatiques
  • 1881 Les romanciers naturalistes
  • 1881 Documents littéraires
  • 1881 Une Campagne
  • Nouvelle Campagnes
  • 1901 La Vérité en Marche

Theater:

  • Thérese Raquin
  • 1874 Les Hériter Rabourdin
  • Le Bouton de Rose

Gedichten:

  • 1897 Messidor
  • 1901 l’Ouragan
  • l’Enfant Roi

Brieven:

  • Lettres de Jeunesse (1907)
  • Les lettres et les arts (1908). - Oeuvres complètes p.p. M.Leblond (Bernouard, 1925-'28).

LITT. E.Hennequin La critque scientifique (1888); F. Doucet L Esthéttique d’E Z. et son application à la critique, diss. Groningen (1913) P Martino, Le Naturalisme français (1923, uitstekend) L Deffoux & E Zavie, Le Groupe de Médan (1925) M.Battiliat E Z. (1930 waarin verdere lit.); H. Mann, Z. (1939); A. Zévaes, Z. (1945); Le Cinquantenaire de J’accuse (1948); A. Wilson, E. Z. An Introductory Study of his Novels (New vork 1952); G. Robert, E. Z. Principes et caractéres généraux de son oeuvre (1952) (hier bibliogr.); La Terre d'E. Z., Etude historique et critique (1952); Lettres inédites de Louis Desprez à E. Z. (diss. D dln. Paris 1952); Mallarmé, Dix-neuf lettres àE. Z. (1933); F.W.J. Hemmings, E. Zoxf. Univ. Press 1953) Er bestaan een Bulletin de l’Association E. Z. (1909-'13) dl een Bull. de la Soc. litt. des amis d'E. Z. (sinds 1922).

Zola in Lourdes MIJN REIS NAAR LOURDES door Emile Zola Conserve /127 blz. / f24,90 Waarom is Maria naar de grot van Lourdes neergedaald? Bij haar eerste twee verschijningen (Parijs, 1830, La Salette, 1846) had de Maagd een duidelijke boodschap, maar de serie van achttien verschijningen in Lourdes, in 1858, bracht in geen enkel opzicht iets nieuws. Zij verklaarde zonder erfzonde ontvangen te zijn, maar dat was al sinds vier jaar een dogma van de kerk, dus daar kon niemand van opkijken. De bekendste van alle Maria-verschijningen is tevens de onbelangrijkste. De bekendheid valt echter wèl te verklaren. Ten eerste bevestigde Maria een pauselijk dogma, wat het Vaticaan beter gelegen kwam dan de kritiek op de clerus, die zij in La Salette had geleverd. Ten tweede was de zieneres Bernadette Soubirous zo mak als een lammetje en liet zij zich braaf afschuiven naar een klooster, ver van Lourdes verwijderd, waardoor de paters die de grot beheerden geen pottenkijkster hadden. ln La Salette was de zieneres zo lastig dat haar boek over de verschijning werd verboden. Men kon uit Lourdes dus iets groots maken, een bolwerk van de katholieken die sinds 1874 overhoop lagen met de antiklerikale regering in Parijs. Toch daagde in augustus 1892 een pottenkijker op: Emile Zola. Hij had het plan opgevat een grote sociale roman te schrijven, Lourdes, en wilde daarvoor ter plaatse studie verrichten. De roman hoort niet tot zijn beste. Maar ruim een halve eeuw na zijn dood is het dagboek teruggevonden, waarin hij zijn waarnemingen en gesprekken heeft genoteerd. Als eerste deel van een Lourdes-bibliotheek (de volgende worden Het lied van Bernadette van Franz Werfel en Lourdes en de massa van J.-K. Huysmans), is dat fascinerende journaal nu in vertaling verschenen. Waarschijnlijk heeft men Zola, onder katholieken meer berucht dan beroemd, met angst zien verschijnen. Toch kreeg hij overal toegang en stond iedereen hem te woord: Henri Eisserre, schrijver van het boek dat Lourdes beroemd maakte, vertelde zelfs graag over zaken die de paters liever niet aan de grote klok hingen. Maar voor de werkelijke problemen had Zola ook aan Lasserre niet veel. Ik was in de grot, ik zag de zieken en zei bij mezelf: "Als ze jou in staat stelden er tien te redden, wie zou je dan kiezen?" Moeilijke keus. Als ik de oneindige macht was, zou ik hen allen genezen. Waarom deze en niet die? Of, als tweede probleem: Je hoeft niet een religie aan te hangen om de verschijnselen te verklaren die door de visioenen van iemand als Bernadette te weeg zijn gebracht. Tussen die commentaren door lopen de waarnemingen, kritische notities (de paters bepalen het spel, die strijken het geld op), vermoedens en eerste voornemens voor de te schrijven roman, bijvoorbeeld als hij de duizenden in marmer gegrifte dankbetuigingen ziet: 'Een pagina, een mooie pagina daarover.’ Het valt op hoe onbevooroordeeld Zola is. Zijn schrijvende hand is het instrument van zijn oog en zijn hersens, niet van een opgekropt gemoed, hoeveel ellende, illusie en exploitatie hij ook waarneemt. Hij levert een reportage over een stadje waar de verbeelding aan de macht is, waar het verlangen naar wonderen de mensen binnenste buiten keert; en hij staat er niet ongevoelig tegenover. De deernis overtreft de wrevel. Dat de inleiding door Jan Siebelink een beetje vlak is en het boek ten onrechte geen noten bevat (de buitenstaander kent La Salette en Lasserre nu eenmaal niet) kun je betreuren, maar mag je niet weerhouden deze tekst, scherp als messen, te lezen.

Autograaf van Zola: slot van zijn verklaring voor de rechter tijdens het tegen hem gevoerde proces in 1898.

Bern verfilmt Zola's verslag van mijnwerkersstaking. Germinal. Regie: Claude Berri. Met: Renaud, Gérard Depardieu, Miou-Miou, Judith Henri Jean-Roger Milo

Miou-Miou en Gérard Depardieu in Germinal

Aangekondigd als een uitdaging aan Jurassic Park en als voorbeeld van een gesubsidieerde cultuuruiting die in een commerciële strijd niet verloren mag gaan, ging in de herfst van verleden jaar Germinal van Claude Berri in première. De op de gelijknamige roman van Emile Zola gebaseerde, twee en eenhalf uur durende film over de mijnwerkersstaking in de vorige eeuw werd eerst bezocht door François Mitterand en Jacques Delors in gezelschap van voormalige mijnwerkers in Lille, de streek waar Zola de gebeurtenissen rond 1860 situeerde. In grote getale volgden daarop de Franse bioscoopbezoekers, want als er in Frankrijk literatuur verfilmd wordt, dan gaat men daar naartoe, trots op de eigen cultuur, geïnteresseerd, en solidair met de maker. Een bezoek aan Germinal is bijna een daad van vaderlandslievende aard, al roept de film ook in Frankrijk wel negatieve reacties op, voornamelijk bij de werkgeversvereniging in Lille, die de grauwe portrettering van de streek, net nu deze zich lijkt te herstellen, betreurt. Wie wat meer afstand neemt, vraagt zich af waarom Berri speciaal op dit moment Germinal heeft willen verfilmen. In een verantwoording rept de regisseur over een nog steeds relevant pro test van de slaaf tegen de meester, over de noodzaak het verleden niet te vergeten, en over zijn verlangen een overweldigend epos te maken in eigentijdse filmtaal, maar hij levert een film af die ons de urgentie niet helemaal doet voelen, laat staan dat hier iets vertoond wordt dat modern is vormgegeven. Germinal getuigt van een bijna vroom ontzag voor de schrijver, wat niet zo gek is, want Zola's verslag over de strijd tussen arbeid en kapitaal is meeslepend en kent veel prachtige metaforen. Hoewel bij Berri de mijn nooit helemaal het steunende monster van Zola wordt, dat zwaar op de maag liggend mensenvlees lijkt te verteren, slaagt hij er toch in de toeschouwer het claustrofobische van een verblijf in de schacht te laten voelen, waar door slordig stutwerk voort-durend het gevaar van instorting dreigt. Omdat de mijnwerkers betaald worden per kolenwagen en stutten tijdverlies betekent, wordt dat laatste verwaarloosd, zeer tot ongenoegen van de ondernemers, die bij dodelijke ongelukken hun arbeidskracht zien krimpen. Een nieuw ingevoerd betalingssysteem dat gepresenteerd wordt alsof er een bonus voor het stutten wordt uitgereikt, maar in feite een financiële achteruitgang blijkt, zet veel kwaad bloed en leidt uiteindelijk tot een staking. De leider daarbij is Etienne Lantier, door de Franse zanger Renaud aanvankelijk wat mat vertolkt totdat hij zichtbaar gegrepen wordt door de drang de mensheid te redden. Lantier is een buitenstaander, die noodgedwongen na zijn ontslag als machinist bij de spoorwegen, als kolenputter afdaalt in de onderwereld onderdak vindt bij het mijnwerkersgezin Maheu, en in de kroeg geleidelijk aan zijn ideeën ontwikkelt. De radicaal met het duivelse baardje, die daar achter in de hoek olie op het vuur gooit, zal de toeschouwer die Zola niet las voor raadsels stellen. Bern neemt niet de moeite deze ouvarine, de Russische telg uit een adelijk geslacht, de geschoolde socialist en saboteur aan ons voor te stellen. Germinal is zo'n film waar grote symfonieorkesten erop los strijken om de opstandige meute te begeleiden. Hoe genuanceerd het verhaal ook is, met goede en slechte mensen verspreid over alle milieu's, Bern zag geen kans zijn personages anders dan karikaturaal neer te zetten. Miou-Miou is de handenwringende vrouw van Maheu, een Mutter Courage die haar baby aan de borst klemt en uiteindelijk ook zelf grimmig afdaalt in de schacht. Haar dochter Cathérine wordt gespeeld door Judith Henry, die oogt als een bloedarme madonna, en koket één schouder ontbloot. En hoewel Gérard Depardieu hier als Maheu niet de hoofdrol speelt, domineert hij de film volkomen, met dat kolossale blote lijf tot twee keer toe badend in een teiltje (Lucian Freud zou hem onverwijld moeten schilderen), en met van woede uitpuilende ogen vooraan in de stoet. Met de portrettering van de bourgeoisie, die bij vlagen mede-leven toont door een stukje brioche te verstrekken alvorens zich tegoed te doen aan kreeftjes en fazant, is het niet anders. Bern's kracht ligt in de massascène's en in de weergave van de eindeloze stoet schimmen, die zich 's-ochtends door de kale velden naar de mijn begeeft. Een enkele beeldcompositie is zelfs een hommage aan Fritz Langs Metropolis, maar Bern maakt niet de indruk die film ook maar enigszins te willen evenaren.

Emil Zola naar een portret van Eduard Manet


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004