ZEEMAN, Pieter
Natuurkundige, * Zonnemaire. Zlnd 25.5.1865 - † Amsterdam 9.10.1943
Hij studeerde wis- en natuurkunde te Leiden. Hij werd in 1894
privaatdocent aldaar en vervolgens lector (1896), buitengewoon (1900)
en gewoon hoogleraar (1908) aan de universiteit van Amsterdam. Hij
ontdekte in 1896 het naar hem genoemde effect (zie onder) en deed ook
later met zijn leerlingen vele nauwkeurige en fundamentele
onderzoekingen. o.a. over de meesleping van het licht door bewegende
vaste stoffen en over de gelijkheid van zware en trage massa. Zo
steunde hij door zijn experimenteel onderzoek de theorieën over licht
en elektriciteit van H. A. Lorentz, tezamen met wie hij in 1902 de
Nobelprijs voor natuurkunde ontving voor hun onderzoekingen over de
invloed van magnetisme op stralingsverschijnselen
Werk: Metingen Over Het Verschijnsel van Kerr bij polaire
Terugkaatsingen op ijzer kobalt en nikkel (1893 disc) Researches in
magneto-optics (1913, Duitse vert. 1914) Magnetische Zerlegung der
Spektrallinien in Handbuch der Radiol vr (1914); idem inGehrke’s Handb.
der physik. Optik (1927) m. T L.de Bruim)
LITT.: J.E.van der WAALS ir. Levenbericht v. P. Zeeman, In: Jaarb. Kon.
Ned. Akad. v. Wetensch. (1943/1944); Ned. Tijdschr. v. Natuurk., jg. 10
(1943) blz. 345.
Zeemaneffect Dit is een in 1896 door Zeeman te Leiden waargenomen
magneto-optisch verschijnsel, n.l. de invloed van een magnetisch veld
op de uitzending van spectraallijnen. Zeeman ontdekte dat een
spectraallijn, afkomstig van een natriumvlam, gesplitst werd in meer
lijnen als de vlam tussen de poolschoenen van een elektromagneet werd
geplaatst. Ook in absorptiespectra treedt het effect op als de
absorberende stof zich in een magneetveld bevindt. De oorzaak van het
zeemaneffect moet gezocht worden in veranderingen die het magneetveld
teweegbrengt in de structuur van de atomen en ionen die de straling
uitzenden of opnemen.
Fenomenologisch onderscheidt men het normale en
het anomale zeemaneffect. Bij waarneming in een richting loodrecht op
het magnetische veld is het normale zeemaneffect de splitsing van een
enkele spectraallijn in drie spectraallijnen ‘tripletsplitsing’ De
middelste lijn staat op de plaats van de oorspronkelijke spectraallijn.
De andere twee op gelijke afstand ervan. Om de vlam in de richting der
magnetische veldlijnen te bekijken, doorboort men de elektromagneet in
zijn lengterichting. Dan ziet men hij het normale effect de
oorspronkelijke lijn in twee lijnen gesplitst, die symmetrisch ten
opzichte van de oorspronkelijke zijn gelegen ('doubletsplitsing) De
gesplitste lijnen zijn verschillend gepolariseerd. De drie lijnen van
het zeemantriplet zijn lineair gepolariseerd. Bij de middelste lijn
trilt de elektrische vector evenwijdig aan het magnetische veld bij de
andere twee loodrecht op het magnetische veld. De twee lijnen van de
doubletsplitsing zijn circulair gepolariseerd in tegengestelde
richtingen, in een vlak loodrecht op het magnetische veld.
Het anomale
zeemaneffect is een fijnere splitsing van een spectraallijn in lmeer
dan drie lijnen. Het normale effect komt bij niet te sterke
magneetvelden, alleen voor bij oorpronkelijke singuletlijnen. In dat
geval treedt hij het anomale effect op. Zo splitst volgens nauwkeurige,
loodrechte waarnemingen de D1 lijn van natrium zich eigenlijk in vier
lijnen en de D² lijn in zes lijnen. De veelvuldigheid der splitsing
hangt samen met de multipletstructuur.
De grootte van de splitsingen
drukt men uit in het verschil in frequentie (Δf) of in golflengte (Δλ)
met de oorspronkelijke lijn Het verschil Δf is evenredig aan de sterkte
B van het magnetische veld. Magneetvelden die een normaal zeemaneffect
leveren met Δλ van de orde van 100 picometer, geven anomale e effecten
met Δλ van de orde van 10 pm.
Als het magneetveld zeer sterk wordt,
gaat het anomale zeemaneffect over in het normale; deze overgang wordt
het paschen back effect genoemd Zeeman heeft zijn eerste waarnemingen
met een sterk magnetisch veld gedaan, waardoor hij bij natrium toch een
triplet waarnam. De onderzoekingen over het zeemaneffect zijn
belangrijk, omdat zij inlichtingen verschaffen over de bouw van de
materie.
Uit Zeemans ontdekking kon Lorentz direct concluderen dat de
lichtemissie van atomen veroorzaakt wordt door periodiek bewegende
deeltjes binnen het atoomverband, die een negatieve lading moesten
hebben. Ook kon hij een waarde voor het quotiënt lading – massa = e/m
van deze deeltjes afleiden. Deze gegevens vormden een grondslag voor
dfe elektronen theorie.
Voor het atoommodel van Bohr noodzaakte het
zeemaneffect tot de invoering van de ruimtelijke quantisering. Het
zeemaneffect berust er n.l. op dat het magneetveld stationaire
toestanden van het atoom, die buiten het magneetveld gelijke energie
hebben, op verschillende energieën brengt. Het magneetveld splitst dus
één energietoestand van het atoom in meer energietoestanden. Daardoor
ontstaan nieuwe overgangs-mogelijkheden tussen de energietoestandrn,
hetgeen zich in het zeemaneffect manifesteert. De magnetische
energieën, die men voor deze splitsing der toestanden in rekening moet
brengen, hangen af van de ruimtelijke ligging van deze toestanden, Men
karakteriseert deze nieuwe verschillen door de waarden van het
quantumgetal m
Het zeemaneffect leert de grootte en de hoedanigheid van
de splitsing der energietoestanden door het magneetveld kennen.
Gecombineerd met de onderzoekingen over de multiplet heeft het geleid
tot de invoering van het vectormodel voor het atoom. Het gelukte niet
de waargenomen splitsing der energie-toestanden te verklaren alleen uit
de magnetische werking op de baan van het elektron. Een volledige
verklaring van de gegevens van het zeemaneffect kwam pas in 1924 door
de veronderstelling van Goudsmit en Uhlenbeck dat een elektron, behalve
een elementaire elektrische lading, ook een elementair magnetisch
moment moest hebben. Met dit magnetisch moment hing een vierde
quantumgetal voor het elektron, een ‘spinwaarde', samen. In 1930 vonden
Back en Goudsmit dat het zeemaneffect niet alleen van de
elektronenstructuur van een atoom afhangt, maar ook van zijn atoomkern.
Daarom moet ook aan de atoomkern een magnetisch moment worden
toegekend.
In de sterrenkunde concludeert men uit de zeemaneffecten die
in het licht van de zon en van sterren zijn waargenomen, tot het
bestaan van magneetvelden op hemellichamen Een zeeman-splitsing die een
nieuw veld van sterrenkundig onderzoek heeft geopend is de waarneming
van de 21cm-lijn geweest, in het radiogolfgebied. Zij ontstaat in
neutrale waterstof.
De grondtoestand ervan is in twee niveaus gesplitst door de magnetische
wisselwerking tussen de spins van de kern en het elektron van een
waterstofatoom.