Personal tools
You are here: Home Z Za ZANDE, Lex van der
Document Actions

ZANDE, Lex van der

by admin last modified 2004-11-26 05:22 PM

Politieman

Lex van der Zande trad begin de zomer ’92 op 72-jarige leeftijd af als voorzitter van de Marine Club Rotterdam. Want, zegt hij, Je moet altijd voorkomen, dat mensen gaan zeggen: die oude vent is niet weg te branden. Eigenlijk had ik al eerder willen stoppen, legt hij uit. Maar ze wilden me houden. Toch komt er altijd een dag waarop je dwars tegen de meningen en verwachtingen in de moed moet kunnen opbrengen om te zeggen, sorry, jongens, maar nu is de tijd gekomen. De voorwaarde voor dit interview was, dat hij, Lex van der Zande, niet centraal mocht staan. Dat wilde hij niet. Hij heeft dit ook tijdens het gesprek vele malen herhaald. Dat typeert de bescheidenheid van deze erudiete ex-commissaris van de rotterdamse recherche. Niettemin zagen we toch met succes kans om hem enkele malen uit zijn tent te lokken, als goed bedoeld bewijs dat hij niet alleen als voorzitter van de Marine Club, maar zeker niet in de laatste plaats ook als mens grote waardering heeft genoten en nog steeds overal geniet. Lex van der Zande werd op 8 september 1919 geboren als zoon van een Rijnschipper in Zwartsluis. Hij was één helft van een tweeling, de ander overleed kort na de geboorte. Hij zou daarna altijd enig kind blijven, want twee jaar later stierf ook zijn moeder. Ik kwam, vertelt hij, 'terecht bij een oom en tante in Zwartsluis. Oom was scheepstimmerman en zowel kerkelijk als politiek sterk geëngageerd. Hij is, namens de CHU, nog wethouder geweest. Hij gaf me een strenge, maar goede opvoeding. Mijn vader zag ik maar één keer per jaar. De beste man was altijd onderweg. Ik ben er ook van overtuigd (dat wanneer in mijn moeder was blijven leven ik óók Rijnschipper was geworden. Nu deed ik in Zwartsluis Mulo B en slaagde later in Vaardingen voor de HBS. Ik koos voor een ambtelijke carrière. Dat was vastigheid, zei men in die tijd. Eerst in ZwartsIuis, later in Genemuiden, Het waren de jaren van de vet- en boterkaarten. Als je minder dan 1200 gulden in de maand verdiende dan kreeg je vetkaarten. Behoorde je tot de rijkere mensen, dan kreeg je boterkaarten. Ik kreeg zowaar die laatste, want als hoofd van de distributiedienst verdiende ik goed'.

Politieman te water

Geld is niet alles. Dat merkte ook de jonge Lex van der Zande, die als kind al één grote wensdroom had: hij wilde graag politieman-te-water worden. Later, veel later, toen zijn droom uitkwam, hoorde hij dat precies op zijn geboortedag in Hilversum de Model Politievakschool werd opgericht. Dat kon, zo concludeerde hij, geen toeval zijn. Het duurde tot de oorlog voordat Lex van der Zande daadwerkelijk bij de politie terecht kwam. Het was 1943, en zijn standplaats werd Rotterdam. Hij moest dus ook in de kost en kwam terecht bij een vrouw met twee onderduikers. Dat was in feite het begin van een tijdsbeeld waarover hij altijd heeft gezwegen: het actieve verzet, lid van de K.P., de Knok Ploeg. We kregen, zegt hij na enig aandringen, 'opdrachten van hogerhand. Het was een hels leven. Ik was lid van een sabotageploeg en we zaten vrijwel altijd in de bossen in Twente. Er was overal gevaar, je wist ook niet wie goed en wie slecht was. Dat wisten zij evenmin. Ik zal ook nooit vergeten, dat we een keer gewaarschuwd werden door een goeie boswachter, die zei: jongens, er zit verderop een andere groep en die spreekt een vreemde taal. Dus een vriend en ik erop af. Meteen een vuurgevecht en ik werd geraakt: een versplinterd scheenbeen en een schotwond in de dij. Als het Duitsers waren geweest, had ik pech gehad. Maar het bleken Franse parachutisten. Dat was mijn geluk. Alleen geen dokter durfde te komen. Wel een veearts. Ik ben tenslotte met een brandweerwagen door de linies naar de Canadezen gebracht. En van hen vandaan naar een hospitaal in Almelo, dat vol lag met mensen die door vlammenwerpers half verkoold waren. Dus ook daar kon ik niet worden geholpen. Toen moest ik eerst helemaal naar St. Michielsgestel, vervolgens naar Turnhout, en toen tot overmaat van ramp bleek dat ik geen militair paspoort bezat, wilden ze me naar Engeland sturen. Ik ben tenslotte geopereerd in Duffel, in het 19de Brits fronthospitaal en dat werd de hoogste tijd, want als ze nog langer met me hadden rondgesjouwd had ik nu geen rechter been meer gehad. De platen en de schroeven zitten er trouwens nog steeds in. Het beroerde was alleen dat niemand van mijn groep meer wist waar ik uithing. Dat heeft weken geduurd. En toen het Rode Kruis mij eindelijk had opgespoord, werd ik getransporteerd naar het eerste militaire hospitaal in Brussel. Daar was ik derde patiënt. Later ben ik opgehaald door de K.P.commaudant van Zwolle. Met ccii DK\v, die het net buiten Brussel begaf. Toen moesteii we liften. Het feest van de bevrijding heli ik zo-doende net niet meegemaakt'.

Waterwegblokkade

Na de oorlog en inmiddels weer op krachten gekomen meldde Lex vaii der Zande zich opnieuw bij de politie in Rotterdam. Hij volgde een inspecteurscursus, begon als adjudantinspecteur, maakte in de straatdienst de hitte van de dag en de koude van de nacht mee, werkte vijf jaar bij de vreemdelingenpolitie en bereikte tenslotte zijn doel: werken bij de havenpolitie, als hoofdinspecteur en als commissaris. De laatste drie jaren tot zijn pensioen was Van der Zande hoofd van de recherche van Rotterdam. Wie met collega's en medewerkers van Lex van der Zande praat, zal vooral te horen krijgen dat hij een sociale baas was. Zijn grote belangstelling voor mensen, de familie achter die mensen, was altijd groot en wie ziek was kreeg bezoek aan huis. De persoonlijke binding was groot, de motivatie navenant. Wat hem uit al die jaren lht meeste is bijgebleven is de blokkade van de waterweg, in augustus 1975. We mochten van hogerhand alleen maar storend optreden en dat hebben we met overtuiging gedaan, zegt hij, terugkijkend. We zijn zogezegd storend ten onder gegaan. Ik ben er vanaf het begin tot het einde bij geweest. We hadden liet programma om de blokkade te doorbreken al gereed liggen, maar door bemiddeling van de toenmalige burgemeester André van der Louw kwamen de partijen tenslotte weer on speaking terms. Een kanjer van een vent trouwens, die van der Louw.

Een eer

Lex van der Zande is in al die jaren niet één dag met tegenzin naar zijn werk gegaan. Hij heeft liet altijd een eer gevonden om bij de Rotterdamse politie te mogen werken. Zoals hij het ook een eer vond om voorzitter te zijn van de Marine Club. Hij verhaalt ook over de oprichting en de eerste bijeenkomst, op 20 juni 1974, toen veertien scheeps- en havenmensen in Hilton bijeen kwamen. Zelf was hij daar niet bij. Hij was pas in 1978 voor het eerst te gast. Twee jaar later werd hij eerste secretaris, het jaar erop voorzitter.


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004