Personal tools
You are here: Home Z Za ZAALBERG, Karel
Document Actions

ZAALBERG, Karel

by admin last modified 2004-09-05 09:14 AM

*1873 - † 1928

Indo-europeanen waren kinderen van de koloniale relatie, ze waren ook het kind van de koloniale rekening. In elke Europese kolonie kwamen ze voor, de nakomelingen van Europese vaders en inheemse moeders, mestiezen, Eurasi­ans, Anglo-Indians, veelal geminacht door de blanke vaders en op zoek naar een eigen positie. Sociaal vormden ze een tussenlaag tussen de kolonisator en de gekoloniseerde. In 1887 had een van hen de eigen groep in Nederlands Indië nog omschreven als laag ontwikkeld, donkerder, gehaat door de Inlanders en zelf hatend de Nederlanders. In de twintigste eeuw zouden ze hun oplei­ding bij de blanke toplaag zoeken. De dekolonisatie maakte hen evenwel tot slachtoffers zonder moederland, ze wer­den de eerste immigranten van een vaderland dat zich sinds kort multicultu­reel noemt.

In de naoorlogse geschiedschrijving van het kolonialisme zijn Indo-europea­nen ook bekneld geraakt en wel tussen de Europacentrische visies van de voor­malige kolonisator en de Aziëcentrische benadering van de ex-gekoloniseerde. De biografie van de Indische journalist Karel Zaalberg, zelf Indo-europeaan, biedt ons nu een geslaagde verbreking van de bestaande perspectieven.

Zaalberg (1873-1928) was autodi­dact en selfmade man. Onderwijs voor de Indo-europeaan zou dan ook zijn le­ven lang het speerpunt vormen van zijn maatschappelijke actie; daarin werd het persoonlijke politiek. Zijn eigen ontwik­keling was van een indrukwekkende al­lure: van adressenschrijver met alleen lagere school tot hoofdredacteur van het Bataviaasch Nieuwsblad. Maar hij was meer dan journalist. Als krantenman met vele nevenfuncties werd hij de spraakmakende woordvoerder van de Indo-Europeanen, de bevolkingsgroep die zich vanaf 1900 met, naast en tegen het Indonesisch nationalisme in organi­seerde en emancipeerde. Hij was be­stuurder van dein 1898 opgerichte Indi­sche Bond, de eerste Organisatie van Indo-europeanen in Indië. Na 1919 raak­te hij als oprichter en bestuurslid nauw betrokken bij het Indo-europeesch Ver­bond (1EV), met meer dan 10.000 leden de grootste belangenorganisatie van de­ze bevolkingsgroep. Vanaf 1924 tot zijn dood vier jaar later vertegenwoordigde hij die partij in het Indische proto parle­ment de Volksraad; al met al een glansrijke carrière.

Driehoeksverhouding

Zijn biografie speelt zich af binnen de driehoek van persoon, pers en politiek. Helaas is de auteur, die; op dit werk in 1995 promoveerde, niet geheel ont­snapt aan de gevaren, een driehoeks­verhouding eigen. Zaalbergs persoonlijk leven komt er wat bekaaid af. Tro­pen en tijd, oorlogen; en witte mieren zijn nu eenmaal funest voor papieren. Voor de intiemere details van Zaalbergs leven kon Postma alleen beschikken ­over een interview met een enkele nazaat. Daardoor weten we niet veel meer dan dat Zaalberg een tiental jaren getrouwd is geweest dat zijn vrouw in 1908 overleed en hem met drie kinderen achter liet.

Zijn zuster zou uitein­delijk de scepter zwaaien over zijn gezin.

Er bleef gelukkig ander bronnenma­teriaal over de productie van veertig jaarjournalistieke arbeid. De krant was zijn leven; zij maakte bijna een eeuw lat~er de reconstructie van zijn leven mo­gelijk. In de context van de scherp gea­nalyseerde ontwikkelingen in het kolo­niale bestel tussen 1890 en 1930 levert dat een verhelderende politieke biogra­fie op;

Karel Zaalberg was de jongste zoon van een Indo-europese vrouw en een la­gere Indische ambtenaar, die rond 1860 als militair naar Indië was gekomen en daarna al snel de sabel voor de pen had geruild. Door een tramongeluk invali­de geworden, kon hij het schoolgeld voor een leergierige zoon niet opbren­gen. Als vijftienjarige vond Karel een baantje als adressenschrijver bij de uitgever van het Bataviaasch Nieuwsblad.

Hij was aan het goede adres. Deze krant stond onder leiding van de beken­de hoofdredacteur en romanschrijver P.A. Daum. Die ontdekte al vrij snel Zaalbergs talenten en stuurde hem uit op het stad- en kampongnieuw van moord en brand, relletjes en vechtpartijen.

In de kolonie, waar tot 1905 elk ver­tegenwoordigend lichaam ontbrak had de pers een bij uitstek politieke functie:

zij was vrijwel de enige uitlaatklep voor publiek (on)genoegen en politieke ver­langens. Daardoor was zij, ondanks de beperkte vrijheid van drukpers, de on­betwiste meester in het maatschappe­lijk debat en het enige tegenwicht voor een autocratisch regime. Het Batavi­aasch Nieuwsblad, vervulde deze kriti­sche rol met verve. Ineen maatschappij zonder veel sociale vaagnetten deed de jonge Zaalberg bovendien aan sociale journalistiek. Men kon met persoonlijke klachten bij hem thuis terecht.

Journalistiek was dag- en nachtwerk. Met vier of vijf redacteuren werden twaalf pagina's gemaakt, die onder de vier tot zes duizend abonnees verspreid werden.

De lezerskring bestond vooral uit Indo-Europeanen. Eind 1908 werd Zaalberg, na bijna twintig jaar redactiewerk, tot hoofdredacteur benoemd. Hij werkte er samen met de meest uiteenlo­pende figuren uit de Indische journalis­tiek. Eduard Douwes Dekker, de Indo-europese achterneef van Multatuli die voor het Indonesische nationalisme zou kiezen, H.C. Zentgraaff, in de jaren dertig sympathisant van NSB en fascis­me, en later met J.H. Ritman, hoofd van de regeringsvoorlichting vlak voor en na de Tweede Wereldoorlog.

Dat Zaalberg en Douwes Dekker rond 1910 in hechte vriendschap kon­den samenwerken, illustreerde een ge­deelde sociale bewogenheid en belangstelling voor het opkomend nationalis­me. Die samenwerking was ook teke­nend voor de geringe politieke polari­satie in die periode. De definitieve breuk kwam in 1912, toen zij verschil­lende partijpolitieke wegen gingen. Zaalberg was betrokken bij een voor­zichtige hervorming van de kwakkelen­de Indische Bond. De daadkrachtiger

Douwes Dekker wilde meer: een 'mon­sterbeweging voor burgerrechten' van een aantal Indo-europese en Indonesi­sche partijen. Het resultaat was beperk­ter: een nieuwe Organisatie, de Indische Partij, waarin alle bevolkingsgroepen terecht konden. De Indische Partij was het levend bewijs van een associatie ideaal van alle bevolkingsgroepen, maar ook een optimistische ontken­ning van de raciaal gestratificeerde ko­loniale werkelijkheid. Niet die ontken­ning vormde echter het breekpunt tus­sen de twee collega's-vrienden; wel -naast persoonlijke rivaliteit - het ver­schil tussen twee opties: zelfstandig­heid voor Indië (Douwes Dekker) of hoogwaardig Nederlands onderwijs (Zaalberg).

Patstelling

Douwes Dekker en Zaalberg zochten een oplossing voor hetzelfde probleem de sociaal-economische beknelling van de Indo-europeaan. In Postma's werk komt de patstelling van de Indogroep in de koloniale samenleving schrijnend scherp naar voren. Indo-Europeanen behoorden juridisch tot de Europese bevolkingsgroep, dit in tegenstelling tot Anglo-Indians in Brits-Indië die tot de inheemse groep werden gerekend. In Nederlands-Indië hingen Indo-eu­ropeanen echter aan de onderkant van de groep der meest bevoorrechten. De helft van hen werkte rond 1900 als klerk en commies bij ambtenarij en bedrijfs­leven. Ten gevolge van het verbod op landbezit voor Europeanen, konden zij niet in de landbouw terecht. Maar ook als die optie wel toegankelijk zou zijn geweest, is het de vraag of men daarmee veel verder gekomen zou zijn. Een lan­ge lijdensweg tekent immers de ge­schiedenis van Indo-europese land­bouwkolonies. Zaalberg geloofde er in ieder geval niet in.

De rond 1900 geïntroduceerde Ethi­sche Politiek bood de Indo-europeaan ook al geen soelaas. Het ethisch ideaal van koloniale staatsvorming, groeien­de zelfstandigheid van Indië en econo­mische ontwikkeling van de Indonesi­sche bevolking, zou onder Nederlandse leiding gerealiseerd moeten worden. Dat vroeg om een hoog gekwalificeerd, in Nederland opgeleid kader. Neder­lands-Indië werd daardoor in de twintig­ste eeuw cultureel kolonialer, want meer afhankelijk van Nederland. De socioloog J.A.A. van Doorn heeft er in 1994 nog eens op gewezen, dat de snel groeien kolonie (de totok) inderdaad uitzonderlijk hoog geschoold was. Wilde de Indo-eu­ropeaan zijn positie behouden of verbe­teren, dan moest hij naar Nederland voor zijn opleiding. In Indië waren de mogelijkheden tussen 1890 en 1920 eer­der verminderd dan gegroeid. In 1894 was de officiersopleiding voor het KNIL in Indië omgevormd tot een vooropleiding voor militaire acade­mies in Nederland; in 1913 was ook de opleiding tot ambtenaar bij het Neder­lands bestuur gesloten. Hoger onder­wijs startte hier pas in 1920; een hoge­school voor tropisch landbouwonder­wijs is er bijvoorbeeld in Indië nooit ge­komen.

Voor Zaalberg lag de oplossing van dit structurele probleem in uitbouw van het Europees onderwijs in Indië zelf. Dat zou de minder bemiddelde Indo-europese groep een betere concurren­tiepositie verschaffen, zowel ten op­zichte van de uit Nederland afkomstige deskundigen als ten opzichte van ge schoolde Indonesiërs. Het zou ook de weg effenen naar eenzelfde leidersposi­tie als de blanke. Zaalberg zocht de uit­weg uit het dilemma van de mestiezen­groepering dus in aansluiting bij de Ne­derlandse elite en in de verwestersing of modernisering van de koloniale samen­leving. Daarom ook achtte hij belang­stelling voor Indonesische voorou­ders/-moeders een stap terug, namelijk van een remmend conservatisme. Daarom ook zou het Indo-europeesch Verbond (1EV) op zijn aandringen het lidmaatschap in 1919 openstellen voor blanke Nederlanders.

Was Zaalberg de cultureel georiën­teerde reformist, Douwes Dekker ont­wikkelde zich als de politiek gerichte revolutionair. Hij was bijna redacteur van het blad van de eerste nationalisti­sche vereniging Boedi Oetomo gewor­den en opteerde na terugkeer van zijn reizen naar India, Algiers en Europa in 1910, voor ontbinding van de koloniale verhouding. Hij zou uiteindelijk een In­donesische naam aannemen en als Isla­miet sterven. Daarmee was het uiteengaan van beide protagonisten veel meer dan een verloren vriendschap. Zij te­kenden de twee wegen die men als Indo-europese groep kon kiezen, die van aansluiting bij de Indonesische bevol­king of bij de Nederlanders. De overgrote meerderheid der Indo-europea­nen zou de weg van Zaalberg bewande­len. Zij werd hierin ook gesterkt omdat de islam identificatie met de Indonesi­sche bevolkingsgroep belemmerde. Die weg moest evenwel uiteindelijk naar Nederland zelf leiden. Voor Zaal­bergs ideaal, een opgeleide Indo-groep die als nieuwe leiders van de zelfstandi­ge archipel zou optreden, was na 1945 geen plaats.

De jaren tien waren voor Zaalberg een weinig gelukkig decennium. Als weduwnaar met drie kinderen, kreeg hij te maken met een drankprobleem, ter­wijl ook het kaartspel hem bovenmatig aantrok. Zijn hoofdredacteurschap van het Bataviaasch Nieuwsblad werd hem twee keer tijdelijk ontnomen; hij ervoer aan den lijve wat een faillissement betekende. Deze ervaringen ver­grootten zijn wat cynisch realisme.

Conservatisme

In de jaren twintig wist het Indisch be­drijfsleven door aankoop van verschil­lende bladen zijn greep op de Neder­landstalige pers te versterken. Het is een nieuw gegeven van dit onderzoek, dat het groeiend conservatisme van de Europese pers verklaart. Zaalberg, sinds 1919 opnieuw hoofdredacteur van het nu meer regeringsgezinde Bata­viaasch Nieuwsblad, schoof geleidelijk mee naar rechts. Van zijn sociale kri­tiek uit zijn eerste jaren was weinig meer over. Kort voor zijn dood in fe­bruari 1928 zou hij in de Volksraad zelfs stemmen tegen de 'inlandse meer­derheid', het regeringsvoorstel dat de verhoudingen tussen Europeanen en Indonesiërs in de raad van 30-25 naar 25-30 zou brengen. Het was zijn laatste politieke daad; toen haalde zijn astma­tische bronchitis hem voorgoed in.

Postma heeft een knappe analyse ge­schreven van Zaalbergs mentale en po­litieke ontwikkeling en zijn verande­rende functie als journalist. Door de veelheid aan gegevens is het een rijk boek geworden, dat ook inzicht geeft in de fijne kneepjes van de Indische poli­tiek in het eerste kwart van deze eeuw. Het bewijst opnieuw de sociale en poli­tieke paradoxen van het kolonialisme, en tekent de Indo-europeanen niet al­leen als slachtoffer, maar ook als factor binnen de smalle marges van het Ne­derlands kolonialisme


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004