UHLAND, Ludwig
Duits dichter ( 1787-1862)
|
* 26.4.1787 Tübingen - † 13.11.1862 aldaar.
Uhland was van 1811-29 advocaat in zijn geboortestad en doceerde daar van 1829-33 Duitse taal en letterkunde, waarin hij zich door zelfstudie bekwaamd had. Als liberaal politicus had hij van 1819-39 zitting in de Württembergse Landdag en in 1848 in het Frankfurts Parlement. Uhland is een belangrijk vertegenwoordiger van de late romantiek waarin het biedermeier zich onmiskenbaar manifesteert en waarin de schrijver zijn Zwabische afkomst geenszins verloochent. Hij maakte vooral naam met zijn, meestal historische, balladen en zijn werken op het gebied van de oudere Duitse en Romaanse letterkunde. Werken: lyrische poëzie: Die Kapelle, Schäfers Sonntagslied, Der gute Kamerad, Frühlingsglaube; toneel: Ernst, Herzog von Schwaben (1818), Ludwig der Bayer (1819). Uitgave: Dichtungen, Briefe, Reden, door W.P.H. Scheffler (1964). LITT.: G. Schwarz, L. Uhland (1964); H. Froeschle, L. Uhland und die Romantik (1973). # |