TAJIRI, Shinkichi
Amerikaans beeldend kunstenaar (1923- )
van Japanse afkomst* Los Angelos 1923 Hij was een zoon van Japanse ouders. Zijn vader stamde uit een oud Samuraigeslacht van trotse krijgers. Toen in 1942 de oorlog tussen Amerika en Japan uitbrak, werd Tajiri met vele duizenden Amerikaanse Japanners ondergebracht in interneringskampen. Sindsdien heeft hij zich lange tijd een displaced person gevoeld. In 1943 kon hij uit het kamp vertrekken door vrijwillig dienst te nemen in het Amerikaanse leger. Hij maakte de landing in Napels mee in 1944, raakte gewond bij Rome en werd na maanden op limited service gesteld. Na de demobilisatie studeert hij aan het Art Institute te chicago, totdat hij in 1948 met een beurs naar Parijs vertrekt. Hier is hij leerling van Zadkine, Léger en van de Académie de la Grande Chaumiere. In 1949 nam hij deel aan de Cobra-tentoonstelling in Amsterdam met plastieken in gips en metaal; Van 1950 tot '53 trekt hij reizend door Europa, geeft o.m. les op een kunstschool in Wuppertal en Berlijn. Hij keert in 1954 terug naar Parijs. In de periode 1954-1956 experimenteerde hij in Parijs met het medium film (The vipers). In 1956 gaat hij met zijn Nederlandse vrouw Ferdi (Ferdina) Jansen (1927-1969), naar Amsterdam. Het was voor Tajiri -en voor Nederland -een belangrijk moment toen hij in 1962 samen met enkele schilders ons land als beeldhouwer op de Biennale van Venetië vertegenwoordigde. Eenmaal was hij in Japan, in 1963; een tentoonstelling van zijn werk had er groot succes, maar merkwaardig genoeg ervoer men het daar als Japanser dan Japans, als anders dus, als een verheviging van het Japanse. In de jaren zeventig ging hij zich vnl. toeleggen op het maken van foto- en filmdocumentaires; in 1976 exposeerde hij daguerrotypieën (Spiegels met herinneringen ; Amsterdam en Eindhoven). Sinds enkele jaren woont hij in Limburg op kasteel Scheres in Baarlo. Hij werkt er geconcentreerd en zwijgzaam in zijn grote atelier binnen de verweerde kasteelmuren, geholpen door twee assistenten, experimenterend als een moderne alchimist in het ruimtevaarttijdperk. Hij woont er met zijn vrouwen twee kleine dochtertjes in een fascinerende omgeving van exotische dingen, papieren bloemen en enorme speelgoedverzameling, tussen de kleurige reuzenbloemen (hortisculpturen) van Ferdi. In een volkomen eigen wereld, midden in de natuur, in alle stilte, maar tegelijk -anders zou het Tajiri niet zijn -alert op alles wat in de wereld gebeurt. Zijn omvangrijk oeuvre omvat ook veel grafiek; hij houdt zich tevens bezig met boekverzorging. Zijn vrouw maakte zgn. hortisculptures, samengesteld uit schuimplastic, kunstbont en stoffen, briljant van kleur. Grote reproductie: Tajiri (geb. 1923), Krijger, h. 80 cm, ijzer, op stenen voetstuk, giet-laswerk, 1957 Stedelijk Museum, Amsterdam. Overige reproducties: 1. Tajiri, Torso, h. 129 cm, brons, 1959, Coll. Marlborough, Londen; 2. Tajiri, Samilrai, h. 73 cm, brons, 1964, privé-bezit; 3. Tajiri, Zaad, h. 450 cm, koper, 1964, Technische Hogeschool, Eindhoven; 4. Tajiri, Made in USA, h. 100 cm, brons, 1964, privé-bezit. Keuze te raadplegen literatuur: Catalogus Tajiri 1960-1967, Stedelijk Museum, Amsterdam, april-juni 1967 en Groninger Mu!eum voor stad en lande, juni-juli 1967 (met uitvoerige bibliografie en statement van Tajiri) ; R. Manveil, Tajiri, Art International, jrg. 9, nr. 2, maart 1965, p. 20-23; Ch. S. Spencer, Tajiri, Sublimation in sc1llpture, Quadrum, nr. 18,1965, p. 131-38,185; E. Wehrmann,Besuche bei Shinkichi Tajiri, Das Kunstwerk, jrg. 18, nr. 8, febr. 1965, p. 18-24; Th. van Velzen, Signalenlent 1C'an Tajiri, Museumjournaal, jrg. II, nr. 6, 1966. p. 167-174. # |