SAINT-JEAN, Simon
Frans kunstschilder, * Frankrijk 1808 - † 1860
Al toen hij een kleine jongen was, kon hij zo prachtig tekenen, dat de plaatselijk predikant er bij Simons moeder op aandrong hem een opleiding te laten volgen. Daar was heel wat overredingskracht voor nodig, want zij was weduwe en moest alleen voor het inkomen zorgen. Toch mocht Sirnon naar de kunstacademie. Daarnaast kreeg hij nog privé-lessen in het bloemschilderen, waarvoor hij niet lang daarna prijzen in de wacht sleepte. Het lag dan ook voor de hand dat hij na zijn opleiding decoratieschilder van stoffen werd in Lyon, indertijd het centrum van de zijde-industrie. In zijn vrije tijd schilderde Sirnon voor zichzelf en al snel vond hij in zijn woonplaats een salon die zijn bloemstillevens tentoon wilde stellen. Een oom bezorgde hem een opdracht voor de dorpskerk van een groot schilderij van Christus aan het kruis.
Toen Sirnon Saint-Jean drieëntwintig was, veranderde zijn leven volkomen. Binnen één jaar stierven zijn moeder, zijn zusje en zijn oom. Deze laatste liet hem een bescheiden landgoed in Millery na. Simon betrok zijn nieuwe bezit en raakte in het dorp bevriend met de twintig jaar oudere landschaps- en dierenschilder Duclaux en een gepensioneerde advocaat. Deze beide vrienden drongen er bij Sirnon op aan dat hij een atelier in de stad zou openen en raadden hem aan een vrouw te zoeken. Het atelier kwam er en Simon kreeg al gauw leerlingen. Die waren overwegend afkomstig uit de zijde-industrie. En wat de vrouw betreft: op een dag brachten de vrienden uit Millery Simon in contact met Caroline Belmont, een begaafd meisje dat gedichten schreef en een goede kijk op kunst had. Sirnon trouwde met haar in 1837 en zij is hem haar leven lang tot steun geweest.
Even zag het er naar uit dat de kunstenaar bij zijn schoonvader, die fortuin had gemaakt in de handel, in dienst zou treden. Maar Caroline verzette zich daartegen en spoorde Simon aan om zijn eigen werk serieus te nemen. En terecht, want in hetzelfde jaar dat zij en Sirnon trouwden, kwam zijn schilderij De Hovenierster tot stand en dit werk bracht hem grote roem. Tijdens de expositie in de Parijse Salon werd het werk enthousiast ontvangen, hetgeen hem introducties bezorgde bij toonaangevende collega's en zelfs in de hofkringen van koning Louis Philippe. Toen er sprake van was dat de koning het schilderij zou kopen, raakte Saint-Jean echter terstond in een depressie! Hij was bang dat zijn succes gepaard zou gaan met allerlei intriges. De koning kocht De Hovenierster inderdaad, maar intriges bleven gelukkig uit. Simon werd door dit succes gestimuleerd om nog harder te werken. Zijn stillevens raakten ook erg in trek in België en Nederland.
Na een expositie in 's Gravenhage werd hem door de Amsterdamse Academie een lidmaatschap aangeboden, hetgeen hem diverse opdrachten in ons land bezorgde. Simon stond reeds als tamelijk pietluttig bekend, maar na zijn doorbraak werd hij nog perfectionistischer. Hij liet speciale bloemen kweken en nam een jongen in dienst die de taak had om mooi fruit uit te zoeken voor de schilderijen van de meester. Bloemen die in een kas waren gekweekt, weigerde Sirnon pertinent. Hij vergeleek ze met mensen die lang in een ziekenhuis hadden gelegen: hun kleur was niet natuurlijk. En ook bij exposities liet hij zijn hang naar volmaaktheid gelden: wanneer een door hem ingezonden schilderij in een salon niet goed tot zijn recht kwam, dan bleef hij praten, discussiêren, schikken en schuiven totdat het werk zo kwam te hangen als hij het wilde. Dat zijn schilderijen zo aansloegen bij een breed publiek komt mede doordat er geen sprake is van ingewikkelde achterliggende gedachten, diepzinnige filosofieën of dubbele betekenissen.
Simon Saint-Jean hoorde niet bij de collega's die in onmin leefden met de gevestigde orde. Hij maakte mede furore doordat zijn precisie, harmonie, vloeiende contouren en een glad oppervlak zaken waren die thuis hoorden in een behoudender hoek. Waarbij moet worden vermeld dat Saint-Jean wel heel érg ver ging in zijn streven naar perfectie: de schilder ging er zelfs prat op dat hij wel honderd kleuren op zijn palet zette voor het schilderen van één roos!
De Hovenierster, 1837, olieverf, 160 x 118 cm