SAID, Edward
Auteur, * Jeruzalem 1935 - † 25-9-2003
Met zijn familie (2e v rechts)
Hij werd geboren in een christelijk-Palestijnse familie. Zijn vader was de geslaagde zakenman Wadie en zijn moeder een Palestijnse (met een Libanese moeder). Hij groeide op in Cairo, Jeruzalem, Dhour al-Shweir in de Libanese bergen en ging naar de Britse school in Kairo. De jonge Edwaad (hij werd vernoemd naar de Prins van Wales) hoorde nooit ergens bij. In Cairo wilde zijn vader, die westerse kantoorartikelen en boeken importeerde, weinig met de Palestijnen te maken hebben en zijn moeder had meer vrienden onder de Shawami (Libanezen en Syriers) dan onder Egyptenaren. Later, toen Egypte onder Nasser steeds nationalistischer werd, werden de Saids enkel nog gezien als Khawagat: buitenlanders.
Hij zat op Britse en Amerikaanse elitescholen met blonde expat-kinderen die gekleurde sokken of T-shirts droegen. Arabisch spreken was taboe, Arabisch-zijn maakte hem tot mikpunt van spot. Aangezien hij ook niet het brave jongetje was dat zijn ouders zo graag zagen, vluchtte hij in muziek en boeken (hij was een begenadigd pianist). De zomer van 1947, vlak voor de stichting van de staat Israel, bracht het gezin door in Jeruzalem, waar het wemelde van de Britse soldaten en checkpoints, en hij tot november met zijn neven en nichten naar school ging: Voor de eerste en laatste keer in mijn scholierenbestaan werd hij omringd door jongens zoals hij.
Zijn ooms en tantes verlieten in 1948 Israel, ze waren niet welkom meer, en sommige kwamen in Cairo terecht. Vader Said hielp hen aan werk, maar verder ging het engagement niet. Edwards moeder, wier Palestijnse pasppoort waardeloos was geworden zou de rest van haar leven bij douanes worden opgehouden of teruggestuurd. Ze zweeg erover: het,was een schande. Alleen zijn tante Nabiha deed wat ze kon voor de vluchtelingen. Zij was het die hem de eerste glimp gaf van de omvang van wat Palestijnen de Nakba noemen, de catastrofe van 1948. Omdat vakanties in Palestina onmogelijk waren geworden, brachten ze die voortaan door in het Libanese stadje Dhour, elk jaar in het zelfde huis. Dat was de volgende elitaire cocon, al evenzeer bestand tegen de seismische politieke schokken die door de Arabische wereld gingen:
Op 15-jarige leeftijd werd hij naar Amerika gestuurd waar hij in 1958 in Harvard Engelse letterkunde studeerde, literatuur was zijn grootste hartstocht. In die tijd ontwaakte ook zijn politieke bewustzijn. De oorlog van 1967 was de definitieve doorbraak. Zijn engagement had een prijs. Hij mocht vijftien jaar lang Egypte niet meer in. Niets tekent mijn leven meer dan verbanning uit landen, steden, talen, milieus, die mij al die jaren in beweging heeft gehouden, schrijft Said. Ontheemd zijn - hij zoekt het, en hij haat het. Voor Said is het, net als voor zovele andere Palestijnse vluchtelingen, zowel gif als tegengif geworden.
1951 op Jamaica
Hij was een politiek activist in de Verenigde Staten en stond altijd op de bres voor Palestijnse vluchtelingen die in 1948 en 1967 door de Israeli's werden verjaagd. Hij was een fervent voorstander van één democratische, binationale staat voor joden en Arabieren. Said beschuldigde PLO-Ieider Yasser Arafat van medeplichtigheid aan het elimineren van de Palestijnse zaak, als een corrupte burgemeester-in-oorlogstijd daarom mochten zijn zeventien boeken in de autonome Palestijnse gebieden niet meer worden verkocht. Veel Palestijnen begonnen Said de laatste jaren te verwijten dat hij vanuit het buitenland gemakkelijk praten had, als een stuurman op het droge. Ook vonden zij Saids aanvallen op Arafat schadelijk voor de Palestijnse eenheid –vooral omdat de intelligentsia in Gaza en de Westelijke Jordaanoever de Columbia-professor in die aanvallen steunde.
Dat moslim- en christelijke facties elkaar steeds meer naar het leven stonden, merkten de Saids pas toen zijn vader Wadie in 1971 stierf. Dhour weigerde hem, Anglicaanse christen, te begraven.
Said gaf op de televisie interviews voor zijn familiehuis in Jeruzalem dat in 1948 door Israeli's in beslag zou zijn genomen. Zijn vader en tante waren door het Arabische systeem van overerven co-eigenaars van het familiehuis, het oude huis van zijn grootvader, in Jeruzalem.
In 1978 schreef hij zijn boek Orientalism en dat werd vrijwel onmiddellijk een standaardwerk in de filosofie en cultuurstudies.
Hij werd hoogleraar Engelse en Vergelijkende Letterkunde aan de prestigieuze Columbia University in New York. Edward Said woonde in Manhattan. Hij droeg pakken van het zuiverste kashmir. Hij speelde piano, bezocht de opera, schreef boeken en verhalen, at graag in de beste restaurants, had een groot gevoel voor humor en was belezen en welbespraakt. Buitengewoon welbespraakt moet men zeggen, filet zachte stem, maar goed gekozen woorden. Edward Said overleed op 67-jarige leeftijd aan leukemie. Wrk: Orientalism (1978) Orientalism; Politics of Dispossession (1994), Out Of Place; A Memoir (2003)