SACHS, Hans
Duits dichter en meesterzanger, * 1494 - † 19-1-1567
Hij trok als schoenmakersgezel vele jaren door Duitsland en vestigde zich in 1516 als meester in Neurenberg, waar hij weldra de leidinggevende meester-zanger werd. Als zodanig ging hij over tot het vrijere ritme van de zgn. Knittelverse (knuppelverzen) in rijmparen. Meer dan 4200 meesterzangen en liederen, 1750 spreukgedichten en 200 treur-, blij- en vastenavondspelen staan op zijn naam. Zijn bewondering voor Luther blijkt o.a. uit zijn gedichten Die Wittembergisch Nachtigall (1523) en Ein Epithaphium oder Klagred ob der Leich D. Martini Luthers (1546). Van zijn dramatische werken, die alle eindigen met de woorden Hans Sachs, behoren tot de bekendste: Die ungleichen Kinder Eva.. Judith, Tristrant und Isolde, Der Henno en zijn vastenavondspelen Sankt Peter mit der Geiss, Sankt Peter mit den Landsknechten, Der Rossdieb zu Fiinsingen Das Narrenschneiden. Goethe heeft de aandacht op hem gevestigd in zijn Hans Sachsens poetische Sendung (1776) en vooral door het gebruik van Knittelverse, o.a. in zijn Faust. Richard Wagner gaf hem een ereplaats in Die Meistersinger von Niirnberg.
UitJr.: Werke, d. K. M. SCHILLER (1966).