PADRI
sektelid
|
aanhanger van een strengrechtgelovige mohammedaanse sekte, die in de eerste helft van de 19de eeuw enorme invloed uitoefende op Sumatra. De naam Padri is afgeleid van de plaats Pedir (Atjeh) vanwaar de meeste Mekkagangers op bedevaart vertrokken. De hadji’s, die in Arabië gewonnen waren voor de Wahhabieren, ijverden voor een zuivere toepassing van de islamitische voorschriften en concentreerden hun actie op de afschaffing van de gebruiken en instellingen van de Minangkabauers welke zij strijdig achten met hun geloof. Voornamelijk de adatgroepen kregen het hard te voortduren. Het vorstenhuis werd zelfs uitgemoord. De oppositie tegen de padri’s, zocht eerst steun bij Raffles en vervolgens bij de Nederland-Indische regering, waarmee een verdrag werd gesloten (1821). Toen de padri’s bekend werd dat de Minangkebau onder Nederlands gezag kwam, begonnen de Padri oorlogen (1821-1837) met hun wisselende krijgskansen. In 1732 werden de Padangse Bovenlanden onderworpen. Nadat Cochius en Michiels hun hoofdkwartier Bonjol hadden inge-nomen, verloren de padri’s snel aan betekenis # |