PAAPE, Gerrit
Nederlands schrijver (1752-1803)
|
Een vergeten boek uit 1798 van een vergeten schrijver, een boek dat de gedroomde toekomst van 1998 beschrijft! Volgens bezorger Peter Altena verdient de heruitgave van Gerrit Paape's De Bataafsche Republiek, zo als zij behoord te zijn en zo als zij weezen kan: of revolutionaire droom in 1798: wegens toekomstige gebeurte-nissen tot 1998 de aandacht van het grote publiek. Wie het boek leest zal volgens Altena 'uitgedaagd worden tot een confrontatie van de eigen wereld met de droomwereld' van Paape. Om de actualiteit van deze toekomstroman te onderstrepen werd het eerste exemplaar aangeboden aan Hans van den Bergh, woordvoerder van het Republikeins genootschap. Voor in het boek wordt een andere 'republikein, Pierre Vinken, hartelijk bedankt. Niet zonder reden, want in Paape's utopie is het Oranjehuis uitgestorven, 'door de goede Voorzienigheid'. Omdat in de Bataafse Republiek van 1998 geen partijschappen meer bestaan, alleen broederlijk samenlevende patriotten, zijn bovendien alle scheldnamen zoals 'Slijmgast', 'Oranjeklant' of' Aristocraat' afgeschaft, evenals de 'Vaderlandsche borrel' en alle andere zedenbedervende alcoholica. Gerrit Paape schreef De Bataafsche Republiek in tijden van hevige strijd en verdeeldheid. Na zich jarenlang als journalist voor radicale bladen de patriotse zaak verdedigd te hebben, moest hij in 1787 vluchten voor het Pruisische leger dat de positie van de stadhouder kwam helpen verstevigen. Het tij keerde in 1795, toen met de hulp van het Franse revolutieleger de Bataafse Republiek werd gevestigd. In de jaren die volgden werkte Paape aan zijn satirische utopie, waarin hij zowel kritiek uitte op de nog lang niet volmaakte Republiek als zijn ideeën presenteerde over de ideale staat, 'eene Republiek, die vrij was van de zo dikwijls ten toon gestelde gebreken, en welke die maate van geluk genoot, waarvoor zij vatbaar was' . Paape's boek verscheen kort na de staatsgreep van de radicale unitariërs in januari 1798, die al in juni gevolgd werd door een tweede staatsgreep van de behoudende federalisten. Omstandigheden waarin het boek vrijwel onopgemerkt bleef. In de periode van restauratie die met de tweede staatsgreep aanbrak was nog maar weinig ruimte voor radicale schrijvers als Paape. Het is de vraag of De Bataafsche Republiek nu zo'n actueel belang heeft omdat we het gedroomde 1998 met het werkelijke 1998 kunnen vergelijken. Deze utopie weerspiegelt namelijk, zoals de meeste utopieën, de idealen en problemen van de tijd waarin zij geschreven is, en daarmee is haar belang vooral historisch. We komen veel te weten over de gebrekkige staatsinrichting van de Republiek, en welke oplossingen daarvoor bedacht konden worden: behalve een goede constitutie en heilzame wetten waren 'goede, verstandige en deugdzame Regeerders' nodig. De gevolgen van de Industriële Revolutie heeft Paape niet voorzien; wel is alles in zijn 1998 aan het Nut onderworpen: alle zandgronden, heiden en duinen zijn bebouwd. In De Bataafsche Republiek ontmoet Balsamon, een wijsgeer uit 1798, in zijn droom Lijsidor, zijn gids in de wereld van 1998. Volgens Lijsidor zijn de Bataven thans 'het gelukkigste Volk in Europa'. Dit maatschappelijk geluk is tot stand gekomen dankzij de 'verstandigen', de politieke elite die ervoor zorgde dat de volksvertegenwoordigers voortaan aan de strengste proeven onderworpen werden, opdat de staatszaken niet langer in handen van gekken en schurken zouden verkeren. De Bataven zijn opgevoed tot verlichte burgers, dankzij het Nationaal onderwijs en Volksfeesten waarop onderwijzers eenvoudige redevoeringen houden 'behelzende alles wat een rechtgeaard Patriot, met betrekking tot zijn Vaderland, behoort te weeten'. Dat deze volksverlichting niet zonder slag of stoot verlopen zal zijn, maakt Paape duidelijk aan de hand van Balsamons knecht Celanor, die in 1998 hardnekkig vast blijft houden aan zijn tweehonderd jaar oude vooroordelen en gewoonten. Het is echter moeilijk om niet enige sympathie te voelen voor Celanors kritiek op de volmaakte samenleving: 'Er valt niet te drinken er valt niet te krakkeelen, er valt niet te schelden! Welk een droog en ellendig leeven!'. |