LEO I, (De Grote)
* Rome ca. 390 – † Rome 10-11-461, heilige, 45e paus (440-461)
Paus Leo I de Grote, naar een miniatuur (10e-11e eeuw)
Hij was onder Coelestinus I reeds aartsdiaken. Als zodanig bestreed hij Pelagius, de manicheeërs in Italië en de priscillianisten in Spanje. Hij heeft het pausdom op grote hoogte gebracht, theoretisch door de leer dat Petrusin de bischop van Rome leeft en handelt, practisch door zijn gezag, en tucht-uitoefening en hiërarchische organisatie in Noord-Afrika, Galië en Illyrië.Het grote Concilie van Chalcedon (451) stelde het christologisch Credo vast naar Leo’s brief aan Flavianus tegen de monofysitische leer van Eutyches: de twee-naturenleer, een overwinning van de evenwichtige westerse theologie, die echter niet aan aale strijd hierover in het Oosten een einde kon maken. De 28e canon van Chalcedon, die de patriarch van Constantinopel boven de andere patriarchen van het Oosten en Constantinopel als Nieuw Rome naast het oude Rome stelde, verwierp Leo. In 452 reside hij met een keizerlijk gezantschap Attila tot Mantua tegemoet, die zich daarop van Italië afwendde. In 455 wist hij de Vandalenkoning Geiserik van moord en brand te weerhouden zodat het bij plundering van Rome door de Vandalen bleef. In 1754 werd hij door Benedictus XIV tot kerkleraar uigeroepen. Feestdagen 11 april en 28 juni.
Litt.: P.Batiffol, Le Siège apostolique (1924), T.Jalland, The life and times of St.Leo the Great (1941), S.E.Hof, Populus christianus; kerkstructuren volgens Leo de Grote (1970).