Personal tools
You are here: Home K Kop KORVER, Bok de
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

KORVER, Bok de

by admin last modified 2006-02-24 04:36 PM

Nederlands voetballer (1883-1957)

Voluit: Johannes Marius de Korver

* 27-1-1883, Rotterdam -    22-10-1957, Rotterdam.

De Korver speelde als stoere spil voor het eerste van Sparta van 1902 tot 1923 en werd vier keer landskampioen. Was enorm populair.

Met Sparta werd hij vijf keer landskampioen. Kwam 31 keer uit voor het Nederlands elftal, waarin hij één keer scoorde en won met het Oranje-team de bronzen medaille op de  Olympische Spelen van 1908 en 1912.

 

Nooit meer is een  voetballer met zoveel lyriek bewierookt als J.M. (Bok) de  Korver, spil  van Sparta (van 1902-1923) en van het Nederlands elftal (1905-1923). Een mooi staaltje daarvan leverde de Rotterdamse journalist Doe Hans in een terugblik op De Korvers loopbaan: ‘In de jaren van zijn groote kracht stond hij als een ongenaakbare, bracht hij de  toeschouwers tot ongekend enthousiasme. Zijn populariteit klom iedere week. Bok van Sparta is niet alleen geweest de  onweerstaanbare verdediger, maar ook de felle aanvaller. Talloze malen heeft hij met onstuimige kracht de  voorhoede tot een vurig offensief aangevoerd. Zijn spel was vol soepelheid, vol verrassingen,  vol intellect. Want hij magnetiseerde den  bal. Alles leek zo eenvoudig, als Bok het deed. Maar het was zoo prachtig van berekening, van  tactiek, van overleg, van intuïtie. Hij was de Jaap Eden van het  Hollandsche voetbal’.

Het heeft er na de vorige zinnen verdacht veel van weg dat De Korver van een andere planeet tot ons was gekomen. Bovenaards lijkt ook deze weergave van Hans  waar het  De Korvers houding in het veld betreft:  ‘Hij was een standaard-voetballer. Hebt ge hem ooit horen spreken op het veld? Heeft hij ook maar één oogenblik zich-zelf vergeten? Zijn  tegenstander was hem nooit een vijand, altijd een vriend, dien hij vinnig bestreed, maar dien hij onder alle omstandigheden hartelijk de hand der vriendschap toereiken kon. Bok was de kalmte in persoon. Een prachtige overwinning, die ons allen in vurige vreugd deed opsteigeren, beroerde hem nooit. Hij bleef nuchter Als we hem zagen na een nederlaag dan benijdden we hem. Hij droeg de voetbal-smart zooals hij de vreugd droeg’.

Gelukkig is er ook iemand getuige geweest dat De Korver niets menselijks vreemd was. Hij kon ook ‘degelijk werk’ afleveren, aldus zijn mede-international Eddy de Neve die eens met hem  uitkwam in een wedstrijd in  Boedapest. De Hongaarse linkshalf speelde buitengewoon gemeen en had al twee Nederlandse spelers van blessures voorzien. De Korver ging daarop even rechtsbuiten spelen. ‘De Hongaar wachtte hem al op. Maar Bok gaf hem met zijn hoekige schouders een opdoffer dat de man vrij van de grond over de touwen tusschen het publiek verdween’. Degelijk werk, geen twijfel aan.

 

Bijnaam.

 

Johannes Marius de Korver werd geboren als zoon van een pakhuisknecht die later een winkel in ijzerwaren en huishoudelijke artikelen dreef. Zijn voornaam Jo werd alleen in familiekring gebruikt. Voor de rest van nederland was hij ‘Bok’. Hoe hij aan die bijnaam kwam, kon hij zich later niet meer herinneren, maar hij moet hem al heel jong hebben gekregen. Het zal wel met zijn onverzettelijkheid én zijn bijzondere kopvaardigheid te maken hebben gehad. De Korver leerde het spel op straat. ‘Dat deden we met een tennisbal en die was heel wat  lastiger te bespelen dan de grote voetbal later op het veld,’zei hij in een  interview in de jaren vijftig. Pas op zijn 17de, na de middelbare school, werd De Korver lid van  een Club, Constantia. In 1902 stapte hij over naar Sparta en twintig jaar lang was hij hart en ziel van die vereniging. Hij leidde Sparta naar zes afdelingstitels en  vier landskampioen-schappen. Vooral het in 1912 veroverde  kampioenschap bleef lang in het geheugen gegrift, omdat het temidden van  enorme spanning werd behaald. Bok scoorde in de laatste minuut van de laatste competitiewedstrijd tegen Ajax de beslissende treffer. Journalist Doe Hans beloofde het doelpunt ‘tot aan m’n  kinds- kinderen, stoeiend aan  m’n krakende knieën te zullen door vertellen. Heel Rotterdam zong in 1912: ‘Meisjes geeft een lekkere zoen, op Bok de Korvers voetbalschoen’.

Niet alleen Sparta profiteerde van  De Korvers briljante spel, ook het Nederlands elftal voer er wel bij. In de periode 1905-1913 kwam hij uit in 31 interlands, waarbij hij 15 keer aanvoerder was. Een respectabel aantal, want in die tijd werden slechts enkele interlands  per jaar gespeeld. Hoezeer hij ook in het Nederlands elftal zijn stempel op een wedstrijd kon drukken, beschreef de al eerde genoemde De Neve eens op schilderachtige wijze. Lees en huiver: “Ineens duikt Bok ergens op midden in het veld en pikt den bal mee. Ik zag het direct, daar stond iets te gebeuren. Die wasbleeke kop, die klemvaste kaken, die bliksemende oogen! Dar kwam weer zoo’n echte, staalharde, furieuze stormloop van onze Bok. Hij tippelde, rende door met blikkerende tanden en  gebalde vuisten.

De Belgische achterhoede was voor geen kleintje vervaard, toch kwam geen mensch hem aan zijn lijf. Hij ging door de verdediging als koek en met een lenigen knik van zijn athletischen figuur, als van een stalen veer, die los springt, poot hij den bal op een  afstand van 4 meter van den doelverdediger knalhard en onhoudbaar in het doel. Een wolk van hoeden vloog omhoog’.

De korver maakte ook deel uit van het Nederlands elftal dat in 1913 voor het eerst Engeland versloeg (2-1). Voor dat duel een aanvang nam werd hij getooid met  een enorme krans vanwege zijn 30ste internationale wedstrijd. ‘-Avonds, toen hij met de andere spelers de overwinning in een  café vierde, probeerde hij de  krans kwijt te raken door het ding stiekem onder het biljart te schuiven. Hij hield niet van dat soort  uiterlijk vertoon. Maar de caféhouder holde hem ’s-Bachts op straat na:  ‘Meneer de Korver, u bent uw krans vergeten’. Zij echtgenote sprak jaren later het vermoeden  uit dat al de kransen die hij door de jaren heen kreeg uitgereikt door hem gewoon bij het vuilnisvat waren gezet. ‘Ik ben al te vaak gehulkdigd,’ zou hij eens hebben gezegd.

 

Na de Eerste Wereldoorlog achtte hij zichzelf niet goed genoeg meer om voor het Nederlands elftal uit te komen, ofschoon hij daar nog wel voor werd gevraagd. Op 23  maart 1923, hij was toen veertig jaar oud, speel hij (tegen Feyenoord) zijn laatste wedstrijd voor Sparta. Ruim twintig jaar maakte hij vervolgens deel uit van het  Sparta-bestuur.

In het gewone leven was De Korver ambtenaar bij de gemeente Rotterdam. Hij bracht het tot chef van het bureau voor lichamelijke opvoeding. Na een lang ziekbed overleed hij op 74 jarige leeftijd. Bok de Korver, voorbeeldig, begenadigd voetballer en voor alles: Spartaan.

 

Toen aanvoerder Bok de Korver op 16 oktober 1910 in Kleef tegen  de Duitsers zijn achttiende interland moest spelen, verbaasde hij zich over de ernst waarmee de debutant Philip van Dijk zich op de interland had voorbereid. Maanden lang, zo vertelde de Utrechtse student van de club Hercules, had hij zich intensief op Oranje geprepareerd. Geen alcohol, vroeg naar bed, niet roken, touwtje springen, roeitraining, dagelijkse massages – dit alles had Van Dijk gedaan om te worden gekozen voor het Nederlands elftal.

Tijdens de wedstrijd gaf de debuterende linkshalf zich volledig. Hij tastte zo diep in zijn krachten dat hij in de rust op de massagetafel door trainer Jimmy Hogan en voorzitter Hirschmann van de Elftalcommissie met water en koeltebrengende  handdoeken moest worden opgelapt. Bok de Korver zag het tafereel aan en zei met een flauw lachje tegen Van Dijk: ‘Gaat het een beetje, jongen?’ Zelf stak de aanvoerder in de rust, zoals hij altijd deed, een sigaretje op. Op de avond voor de wedstrijd had Bok enkele borreltjes gedronken en was hij ook allerminst vroeg naar bed gegaan. Zoiets vond de voetballer Bok de Korver ongepast en vooral erg ongezellig.

Philip van Dijk zou na die met 2-1 gewonnen interland in Kleef nooit meer voor het Nederlands elftal worden gekozen. Bok de Korver was in 1910 al jarenlang het voetbalfenomeen  van Nederland en zou pas in 1913 zijn 31ste en laatste interland spelen. In het najaar van 1925, twaalf jaar na zijn laatste interland, werd hij als recordinternational afgelost door Harry Dénis. Johannes Marius de Korver was een  natuurtalent. Als aanvallende spil was hij een uitblinker met beide benen en met het hoofd. Vaak is beweerd dat het zijn kopkracht was, die hem zijn bijnaam Bok bezorgde, maar zelf ontkende hij dat. Hij werd als kleine jongen al zo genoemd. Bij zijn overlijden maakte de eerbiedwaardige scheidsrechter/journalist Hans Meerum Terwogt nog een sduidelijk hoe groot De Korver als voetballer wel was. ‘Bok was Sparta en Sparta was Bok. Ook de beste Oranje-mannen als de Kesslers, Dirk Lotsy, Just Göbel, Mannes Francken en David Wijveldt accepteerden de volkomen onaantastbare positie van Bok. Daar was niemand jaloers van, dat was nu eenmaal zo. Bok was apart, hij stond op een afzonderlijk niveau, different van alle anderen’.

 

 

Sparta Rotterdam

Seizoen 1912/1913 Landskampioen originele kampioensfoto)

Staande van links naar rechts Walden (trainer) Bok de Korver, De Bruiyn, Van Driel, Van de Meulen, Klip en Van Dalsum. Zittend van links naar rechts: Van de Wolk, De Groot en Poortman Op de voorgrond van links naar rechts:  Dassen en Teschmacher


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004