Personal tools
You are here: Home K Koo KOOLHAAS, Anton
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

KOOLHAAS, Anton

by admin last modified 2005-12-22 04:42 PM

Nederlands schrijver, journalist, cineast, dramaturg en criticus (1912-1992)

* 16-11-1912, Utrecht –  † 16-12-1992, Amsterdam

Koolhaas volgde in Utrecht een studieprogramma aan de universiteit ter voorbereiding op een journalistieke loopbaan. Van 1935 tot 1945 werkte hij als redacteur buitenland bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Na 1945 was hij o.m. cultureel redacteur bij De Groene Amsterdammer, werkte voor Sticusa in Jakarta (1952–1955) en was daarna gelijktijdig toneel- en balletcriticus van Vrij Nederland, adviseur van Cinécentrum, en docent en directeur (1968–1978) van de Nederlandse Filmacademie. In 1956 debuteerde hij met de verhalenbundel Poging tot instinct. Met een groot inlevingsvermogen beschrijft hij het gedrag van dieren, die menselijke trekken hebben. Voor de dierenverhalen in Er zit geen spek in de val (1958) ontving hij de Van der Hoogtprijs. Hoewel hij het dier nooit verloochend heeft, en zijn voorkeur voor het dier boven de mens heeft behouden, is hij zich vanaf zijn eerste roman, Een pak slaag (1963), meer op het menselijke personage gaan richten. De enige troost voor de onzekere en kwetsbare mens is de liefde, die hem soms tot een wedergeboorte in staat stelt. De combinatie van een afstandelijke manier van vertellen en een grote betrokkenheid bij zijn verhaalfiguren maakt Koolhaas tot een bijzonder en vaak ontroerend schrijver. Daarnaast beschikte hij over een ruim gevoel voor humor. Koolhaas heeft ook filmscenario's geschreven, vaak voor Bert Haanstra(Alleman, De stem van het water, Bij de beesten af), en een kinderboek, Stiemer en Stalma (1958), met tekeningen van Leo Vroman. In 1989 werden hem voor zijn gehele oeuvre de Frans Erensprijs en de Constantijn Huygensprijs toegekend. In 1992 ontving hij de P.C.-Hooft-prijs.

 

17 december 1992:

 

Afgelopen woensdag is in zijn woonplaats Amsterdam op tachtigjarige leeftijd de schrijver Anton Koolhaas overleden.

Begin dit jaar werd hem voor zijn bijzondere oeuvre van dierenverhalen en romans de P.C. Hooft-prijs toegekend; eerder was hem de Constantijn Huygens-prijs ten deel gevallen. Naast schrijver was Koolhaas werkzaam als journalist bij De Groene Amsterdammer en de NRC. Van 1968 tot '78 was hij als directeur verbonden aan de Filmacademie. Tot kort voor zijn dood schreef hij balletrecensies voor Vrij Nederland. Bovendien schreef hij, ook voor VN, enkele decennia lang toneelrecensies die getuigden van een groot inzicht en een grote gevoeligheid voor het theater.

Het is een veelzijdig oeuvre dat Anton Koolhaas ons heeft achtergelaten. De jury van de P.C. Hooft-prijs roemde de vitaliteit van zijn literaire werk en zijn taalscheppende vermogen. Inderdaad, wie zowel zijn dierenverhalen als zijn romans ter hand neemt zal getroffen worden door de unieke moed en de aan doodsverachting grenzende waaghalzerij die de schrijver tentoonspreidt. Door de kritiek is weleens geklaagd dat Koolhaas door tijdgebrek zijn boeken al te haastig schreef. De goede lezer zal juist ontdekken dat vaart, intensiteit en een wonderlijke wildheid de kwaliteit uitmaken van zijn werk.

Anton Koolhaas is een schrijver tegen de dood, en wie tegen de dood schrijft ontleent daaraan een grote vitaliteit. In een interview zei hij eens: "Al heel vroeg had ik een eigen thema: de dood in het leven; de liefde en de dood en de ondeelbaarheid van het leven." Ondanks alle afscheid, rouw en bespiegeling neemt de somberte nooit de overhand. Telkens verrast Koolhaas de lezer op een vrolijke terzijde of een opgeruimde inmenging door de auteur, en verdriet en euforie zijn weer in evenwicht. Daaraan ontleent zijn werk die onmiskenbare eigen toon, die tinteling van lust tot vertellen.

Sinds 1956, Koolhaas was toen vierenveertig, begon hij zijn dierenboeken te publiceren, in de jaren zeventig gevolgd door de zogenaamde mensenromans. Vaak verwijst hij naar een gebeurtenis in zijn leven, die hem op het idee bracht een eigen, fantasierijk bestiarium aan te leggen: tijdens nachtdiensten op de redactie van de NRC, op zijn wandelingen naar huis en op zijn troosteloze huurkamer hielden ratten hem meer dan eens gezelschap. Schrijvend over het gedrag van deze dieren, die zichzelf door pure onbezonnenheid steeds weer in het nauw dreven, leert Koolhaas ons als lezers veel over hoe tragisch het leven in elkaar zit. Oorzaak en gevolg zijn even raadselachtig als noodlottig. Boeken als De geluiden van de eerste dag, Nieuwe maan, Er zit geen spek in de val of Ten koste van een hagedis zijn hiervan eminente voorbeelden. Koolhaas speurt naar de verborgen drijfveren van gedrag, menselijk of dierlijk. In dit licht gezien is het heel begrijpelijk dat hij zich als literair auteur wijdde aan het recenseren van toneel, en zelfs aan het schrijven van een enkel, helaas vergeten toneelstuk, zoals Niet doen, Sneeuwwitje en Noach. Zowel in de roman als op de planken is het individu ondergeschikt aan het lot.

In het universum der dieren dat Koolhaas schiep treden liefst zesenvijftig soorten op, alle met verbeeldingskracht en inlevingsvermogen uitgebeeld. Sinds kennismaking met Wampoei de snoek heet elke snoek Wampoei. Wie zou ooit nog een lemming als Redelijke Roets een strobreed in de weg willen leggen? We weten nu ook dat Wissus de bliek een vrolijk beest is.

Het zou onrechtvaardig zijn in het oeuvre van Koolhaas een onderscheid te maken tussen de dierenverhalen en de mensenromans. De lezer kan meer of minder gecharmeerd zijn door een van beide genres, toch vormen ze een geheel. Koolhaas is een theatraal auteur in de goede betekenis van het woord. Hij schuwt het grote gebaar niet, evenmin de pathetiek. Koolhaas heeft elk personage dat hij heeft beschreven, dier of mens, altijd 'gezien", zoals je op het toneel de personages ziet. Koolhaas is een van de zeldzame auteurs in het Nederlands taalgebied die de metafoor van het theater niet schuwde voor zijn literaire werken.

In 1985 werd Anton Koolhaas getroffen door een hersenbloeding. Het literaire werk dat hij in ongeveer dertig jaar schreef, is onvervangbaar. De dieren en mensen daarin zijn symbolen van hoe hij het leven onderging: als een hoogst ingewikkelde, vaak ondoorgrondelijke eenheid van liefde en dood, van leven en dood.

 

 

Werken:

 

Verhalen:

Vergeet niet de leeuwen te aaien (1957); Gekke Witte (1959); Een gat in het plafond (1960); Weg met de vlinders (1961); Een schot in de lucht (1962; novelle); Een geur van heiligheid (1964); De hond in het lege huis (1964; novelle); Andermans huid (1967; keuze); Vleugels voor een rat (1967); Ten koste van een hagedis (1969; novelle); Mijn vader inspecteerde iedere avond de Nijl (1970; novelle); Raadpleeg de meerval (1980); Liefdes tredmolen (1985)

 

Romans:

Corsetten voor een libel (1970); Blaffen zonder onraad (1972); De nagel achter het behang (1973; door Haanstra verfilmd o.d.t. Dr. Pulder zaait papavers, 1975); Vanwege een tere huid (1974); Een punaise in de voet (1975); De geluiden van de eerste dag (1975); Tot waar zal ik je brengen? (1977); De laatste Goendroen (1977); Een kind in de toren (1977); Nieuwe maan (1979); Een aanzienlijke vertraging (1981). – Toneel: De deur (1932); Niet doen, Sneeuwwitje (1966); Noach (1969)

 

Poëzie:

Rossignol is nachtegaal (1981).

22 mei 1992

Anton Koolhaas ontvangt in het Letterkundig Museum in Den Haag de P.C. Hooftprijs 1992. De prijs bedraagt in dit jaar voor het eerst 75.000 gulden. Daarnaast krijgt Koolhaas 50.000 gulden om zijn werk te laten vertalen. Koolhaas, tussen zijn vrouw en juryvoorzitter Kees fens, ontving de prijs voor zijn gehele oeuvre. Fens prees de 79-jarige schrijver voor zijn oorspronkelijk woordgebruik

 


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004