Personal tools
You are here: Home K Koo KOOIJMANS, Peter
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

KOOIJMANS, Peter

by admin last modified 2005-12-19 07:16 PM

Nederlands diplomaat, minister

     

 

16 december 1992:

 

W. Aantjes had er niet meer op gerekend dat er nog eens vier gereformeerden in een kabinet zouden plaatsnemen - Maij-Weggen, De Vries, Bukman, en na 2 januari Kooijmans - van wie de laatste twee ook nog eens katholieken vervangen. De benoeming van de vroegere vice-voorzitter van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), prof.mr. P.H. Kooijmans, tot minister van buitenlandse zaken heeft voormalig ARP-leider Aantjes dan ook "aangenaam verrast".

"Een typische Anti-Revolutionair" noemt Aantjes de hoogleraar volkenrecht en speciaal rapporteur voor de Verenigde Naties inzake folteringen. "Een zeer gerespecteerd partijlid", vindt ex-minister J. de Koning. "Kooijmans hield zich niet veel met het dagelijkse partijwerk bezig, en genoot toch erg veel vertrouwen bij de gereformeerde achterban."

Achter zijn wat intellectuele uiterlijk zit een diep menselijke bewogenheid, zeggen mensen die Kooijmans de afgelopen dertig jaar hebben meegemaakt. Aantjes: "Hij kijkt met veel normbesef naar de werkelijkheid en hij weet de mogelijkheden, hoe klein ook, om naar die waarden te leven maximaal uit te buiten". Aantjes herkent Kooijmans in een van de vele bijbelteksten die de protestant altijd op zak heeft. "Veracht de dag der kleine dingen niet", zo staat er ergens in de Bijbel. Precies iets voor Kooijmans.

De nieuwe minister van buitenlandse zaken is echter niet zwaar op de hand. De voorzitter van de CDA-commissie buitenland, H.J. Neuman, heeft Kooijmans onder zijn adviserende leden. "Hij is een uiterst heldere man, zeer collegiaal. Hij heeft een wat sarcastische benadering van de zaken en een humor die de vorm van zelfspot aanneemt."

Behalve van een "wederopstanding' van de ARP lijkt er met de benoeming van Kooijmans ook in een ander opzicht sprake van enig eerbetoon aan het verleden. "Dat tweede kabinet Den-Uyl komt er toch", zei de voormalig PvdA-leider J. den Uyl ooit. Met Kooijmans, Lubbers en Pronk in het kabinet-Lubbers III heeft de in 1988 overleden sociaal-democraat deels alsnog gelijk gekregen. Kooijmans diende als staatssecretaris van buitenlandse zaken (1973-1977) in het kabinet-Den Uyl onder M. van der Stoel.

Van der Stoel herinnert zich Kooijmans als een "uiterst plezierige man. Hij gaat rustig te werk, maakt zich de dossiers snel eigen en heeft een politiek gevoel". Van der Stoel noemt het "een groot voordeel" dat de nieuwe minister het ministerie al kent, en vertrouwd is met het probleem van de vluchtelingen in het voormalige Joegoslavië. Met de Poolse ex-premier T. Mazowiecki maakte Kooijmans een VN-rapport over de schending van de rechten van de mens in de uiteengevallen Balkanstaat.

Het verleden mag dan met de terugkeer van de prominente ex-ARP'er Kooijmans zijn geëerd, of zijn autoriteit en gewicht straks groter zullen zijn dan die vaak een "tussenpaus' worden toegeschreven, moet blijken. Kooijmans heeft nu al te kennen gegeven het ministerschap slechts tot aan de volgende verkiezingen te willen uitoefenen.

Als volkenrechtgeleerde is Kooijmans helemaal thuis op het gebied van de Verenigde Naties die de afgelopen jaren een steeds prominentere rol zijn gaan spelen in de internationale politieke ontwikkelingen. Maar of hij op zijn nieuwe werkplek de kans krijgt met deze ervaring invloed uit te oefenen op het buitenlandse beleid, hangt vooral af van de vraag of premier Lubbers hem die kans geeft.

Oud-minister Van der Stoel vindt in ieder geval dat het primaat voor het buitenlandse beleid bij de minister moet blijven. "Volgens de grondwet is de minister van buitenlandse zaken verantwoordelijk voor het buitenlandse beleid. Dat moet het uitgangspunt zijn in de verhouding tussen Kooijmans en Lubbers."

Een andere oud-collega van Kooijmans, ex-staatssecretaris voor Europese zaken in het kabinet-Den Uyl, L.J. Brinkhorst, meent echter dat de nieuwe minister niet "krampachtig" moet reageren op de sterker wordende positie van de premier op het Europese toneel. "De minister die zich tegen die ontwikkeling verzet, slaat de plank nog wel eens mis", aldus Brinkhorst, directeur-generaal milieuzaken bij de Europese Commissie. Toch zal de nieuwe bewindsman zijn eigen positie weten af te bakenen, verwacht Brinkhorst. "Kooijmans is goed in staat zinnig te opereren binnen de smalle marges. Hij kent de stijl van buitenlandse zaken, hij kent ook zijn collega-minister Pronk die nogal eens de neiging tot Alleingang heeft."

Buitenland-specialisten als de oud-voorzitter van de Adviesraad voor Vrede en Veiligheid prof.dr. M.C. Brands en Kooijmans' naaste collega van de Leidse Universiteit prof.dr. A. Van Staden roemen het internationaal gezag, de deskundigheid, het humanitaire engagement en de politieke tact van de volkenrechtdeskundige. Beiden menen echter ook dat het wel even zal duren voordat Kooijmans een volwaardige rol in het kabinet zal kunnen spelen.

Zo wijst Van Staden erop dat "Kooijmans de Europese dossiers nauwelijks kent". Bovendien zal Kooijmans volgens Van Staden zijn houding opnieuw moeten bepalen tegenover landen zoals Rusland, China en Indonesië waarover hij in zijn rol als VN-rapporteur kritische rapporten uitbracht.

Brands denkt dat het nog wel even zal duren voordat Kooijmans dezelfde rol als Van den Broek kan spelen in het debat over de Nederlandse defensie. Brands: "Bij Defensie gaan de bezuinigingen op dit moment heel hard. Op die post zit een man die de bodem daarvoor absoluut niet kent. Daartegenover heeft Van den Broek er op belangrijke momenten op gewezen dat we nog steeds met een aantal eventualiteiten rekening moeten houden. Kooijmans moet nog het politieke gewicht verwerven om diezelfde rol te kunnen spelen."

Beiden zijn het er echter over eens dat na tien jaar Van den Broek een "frisse wind door het departement", zoals Van Staden zegt, geen kwaad kan. "Parlement en ambtelijk apparaat waren op Van den Broek uitgekeken." De vergelijking met Luns die ook lange tijd "op BZ' heeft gezeten dringt zich op, aldus Van Staden.

Luns werd na negentien jaar ministerschap opgevolgd door KVP-leider W.K.N. Schmelzer, die in 1971 toetrad tot het kabinet-Biesheuvel. Schmelzer stond daarmee voor dezelfde uitdaging als Kooijmans nu: hoe uit de schaduw van een gezaghebbend voorganger te treden. Daarvoor is het volgens Schmelzer noodzakelijk dat Kooijmans de loyaliteit van zijn ambtenaren verwerft en zich, behalve als denker, ook als organisator profileert. "Je moet je eigen visie in grote lijnen duidelijk maken, luisteren en richting geven", aldus Schmelzer. "Dan kun je toch invloed op het apparaat uitoefenen."

Behalve het ambtelijk apparaat zou ook de binnenlandse publieke opinie een steun in de rug voor Kooijmans kunnen betekenen. Zijn Leidse collega Van Staden zegt dat "Kooijmans waarschijnlijk dichter staat bij de in Nederland levende opvattingen over buitenlands beleid dan zijn voorganger". Hoewel Kooijmans al lang niet meer actief is in de Nederlandse politiek heeft hij recent wel deel uitgemaakt van twee vooraanstaande commissies die zich met het probleem van de illegalen (commissie-Zeevalking) en de toelating van vreemdelingen (commissie-Mulder) hebben beziggehouden. Deze ervaring in de omgang met gevoelige onderwerpen zal de wetenschapper Kooijmans straks in de politiek goed kunnen gebruiken.


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004