KNAPPER, Nico
Nederlands TV-regisseur (1935-
27 februari 1999:
Nico Knapper heeft alles wat hij zich wensen kan. Twee gezonde kinderen. Een leuke vrouw. Een paleisje van een grachtenpand. De regisseur van televisiesuccessen als ‘Zeg ‘ns Aaa’, ‘Ha die pa’ en ‘Oppassen’ staat te boek als de ongekroonde koning van de comedy en wordt door vele artiesten, als Herman van Veen, Liesbeth List en Lenny Kuhr die hij gedurende vele jaren begeleidde, op handen gedragen. Minder bekend is dat Knapper, halverwege de jaren dertig geboren als keurige zoon van een chirurg in Amsterdam-zuid, al zijn leven lang de zigeunerblues zingt.
Hij is een geboren avonturier. Een ontdekkingsreiziger, wiens nieuws-gierigheid zelfs op bijna pensioengerechtigde leeftijd nog niet is bevredigd. “Ik kan me geen leven zonder passie, zonder vuur voorstellen,” zegt de man die in zijn jeugd al zo’n vrijbuiter was dat hij zijn leven als artiest verkoos boven het gymnasium-diploma.
De troubadour, voormalig antiquair, wereldreiziger en levenskunstenaar, die in 1960 als jongste regisseur bij de VARA werd aangenomen en nu als oudste vakgenoot te boek staat, heeft sinds enkele jaren het echte zigeunerbestaan weer opgepakt. Nico Knapper is en blijft in de eerste plaats dè regisseur, maar daarnaast is hij de man achter het Fiesta Flamenca, de groep Spaanse zigeuners, die elk jaar een maand lang Nederland in de ban brengen van hun gepassioneerde zang en dans.
“Ik was vijftien toen de flamenco mij overviel,” zegt Knapper die Spaans is gaan studeren om nog beter de zigeunerblues te kunnen begrijpen. “De sfeer, de muziek, de vurige choreografie: ik vond het buitenaards. Ik had het nadeel dat ik geen woord Spaans sprak en wel Frans. Niet voor niets ben ik later met mijn vriendin als troubadour de wereld over getrokken. Maar toen ik in aanraking kwam met die Spaanse zigeunermuziek, was ik echt verkocht. Die gitaarmuziek. Die vurige bewegingen. En dan natuurlijk die levensstijl van de zigeuners, die ondanks dat ze altijd zijn onderdrukt, overal zijn weggejaagd, hun identiteit en hun drang naar vrijheid niet hebben verloren. De rillingen lopen over mijn rug als ik ze zie en hoor. Het is toch een gave dat ze al hun ellende, hun pijn, verdriet én hun blijdschap hebben samengebald in flamencomuziek.”
Nico Kanpper had niet meteen het idee om iets met Spaanse muziek te gaan doen. Het vrije bestaan trok hem wel erg aan. Toen zijn schoolcarrière was gestrand. Knapper het even als antiquair had geprobeerd en deel had uitgemaakt van het cabaret van Toon Hermans en later ook Wim Sonneveld kwam hij in aanraking met een Frans meisje. Knapper stond meteen in vuur en vlam en samen met haar besloot hij de Franse chansons te vertolken. “Een troubadour was immers bijna een zigeuner. We hadden snel succes in Amsterdam. Later konden we dat voortzetten in Parijs. We bleven dan wel zo arm als kerkratten, maar waanden ons grote artiesten. Vier jaar daarna hebben we dat leven in Amerika voortgezet. Na twee seizoenen kwamen daaraan een einde toen we kinderen wilden. Het was een hele overgang toen ik ineens een solide betrekking kreeg met dito levensstijl. Tot mijn geluk kon ik in 1960 bij de VARA al regisseur beginnen; een beroep waarin ik ook al mijn artisitieke talenten kwijt kon.”
Knapper verloochende zijn zigeunerbestaan niet. Buiten zijn ‘gewone’ baan bleef hij buitengewoon ondernemend. “Toen ik in contact kwam met de Hagenaar Herbert da Silva, bloeide de passie voor zigeunermuziek weer bij me op. Jarenlang heb ik met hem het Fiesta Gitana op de televisie gebracht.”.
Het vuur doofde toen Da Silva in 1986 overleed. “Vier jaar geleden werd ik gevraagd het Spaanse spektakel voor te zetten. Samen met Sami Pelta heb ik me in een nieuw avontuur gestort, dat nu is uitgegroeid tot het Fiesta Flamenco met ‘Bodo Gitana’.