KLOPSTOCK, Friedrich Gottlieb
Duits dichter (1724-1803)
* 2-7-1724, Quedlinburg – † 14-3-1803, Hamburg.
Klopstock stamde uit een welgesteld protestants gezin. Hij studeerde in Jena en Leipzig theologie. In 1746 kwam hij in aanraking met de kring rond de Bremer Beiträge, waarin de eerste drie zangen van zijn hoofdwerk, Der Messias (1748), verschenen. In dit bijbelse epos, geschreven in hexameters in plaats van in de toen gebruikelijke alexandrijnen, gaf Klopstock aan de poëzie in een rationalistische tijd haar gevoelsinhoud terug. Na een verblijf in Bad Langensalza ging hij op uitnodiging van Bodmer naar Zürich (1750). Inmiddels had hij ook in een aantal oden naar aanleiding van een onbeantwoorde liefde (de Fanny-Oden) blijken van een oorspronkelijk lyrisch talent gegeven. Het verblijf in Zürich duurde maar een half jaar. Bodmer vond Klopstock te ‘werelds’. Van de Deense koning ontving hij een jaargeld om in Kopenhagen de Messias te voltooien. Daar trouwde hij in 1754 met het Hamburgse meisje Meta Moller, die hij in zijn lyriek als ‘Cidli’ bezingt; zij overleed in 1758. In 1770 vertrok hij naar Hamburg, waar hij in 1771 trouwde met een nicht van Meta, Elisabeth von Winthem. In 1773 voltooide hij de Messias (20 zangen).
Klopstock vatte zijn dichterschap in religieuze zin op. De dichter is de profeet en de priester, wiens taak het is door de in taal verklankte eigen gevoelens en ervaringen een synthese van dichtkunst en godsdienst tot stand te brengen. Hij schiep een eigen dichtertaal, die zijn innerlijke bewogenheid het duidelijkst tot uiting bracht. Zijn oden zijn rijmloos en geschreven in ‘vrije’ ritmen, dikwijls in antieke metrische schema's, waardoor de intensiteit van de dichterlijke ontroering een zeer oorspronkelijk karakter krijgt. Zijn beroemdste oden zijn: Der Zürcher See (1750), An Cidli (1752), Das Rosenband (1752), Die Frühlingsfeier (1759), Der Eislauf (1764), Die frühen Gräber (1764). Zowel zijn bijbelse treurspelen Der Tod Adams (1757), Salomo (1764) en David (1772) als zijn Bardiete uit de jaren 1769–1787 met Arminius (= Hermann), de vorst van de Cherusken, als hoofdpersoon zijn niet met de gewone dramaturgische maatstaven te meten, daar het geen conflictdrama's maar situatiedrama's zijn. Onder zijn essayistisch werk is opvallend Die deutsche Gelehrtenrepublik (1774) met een program voor een door intellectuelen geleide maatschappij.
Uitgave:
Werke und Briefe (Hamburger Klopstock-Ausgabe; 36 dln., 1974 vv.).
Literatuur:
K.L. Schneider:
Klopstock und die Erneuerung der deutschen Dichtersprache (1960)
G. Kaiser: Klopstock (1963)
A. Bogaert: Klopstock (1965)
Friedrich Gottlieb Klopstock,
naar een schilderij door J. Juel, Gleimhaus, Halberstadt.
Met zijn gevoelige oden en het epos Der Messias was Friedrich Gottlieb Klopstock een vertegenwoordiger van de Émpfindsamkeit'. Op de afbeelding zijn portret van de hand van Johann Heinrich Wilhelm Tischbein (Schiller-Nationalmuseum, Marbach).