KLOPPENBURG-VERSTEEGH, J.M.C.
Indische kruidengeneeskundige (1862-1948)
* 1862 - † 1948
1 juli 2000:
Ze was de befaamde kruidengenees-kundige van het vroegere Nederlands-Indië en schreef begin 1900 een daverende bestseller. Toch was er in de archieven niets te vinden over mevrouw J. Kloppenburg-Versteegh. De Leidse journaliste Vilan van de Loo was niet alleen verbaasd; het stoorde haar ook. Zij vond dat de levens-gechiedenis van mevrouw Kloppenburg op papier had behoren te staan.
Deze leemte heeft ze nu opgevuld. Zes jaar werkte ze aan de biografie ‘Kijk in Kloppenburg’, Daarnaast heeft uitgever Bonneville ook duplicaten uitgebracht van Kloppenburgs boek uit 1934 ‘Wenken en raadgevingen betreffende het gebruik van Indische planten, vruchten, enz.’ en de bijbehorende ‘Plantenatlas’.
De biografie kostte Vilan van de Loo veel geduld en speurwerk. Zij moest er bijvoorbeeld voor op zoek naar familieleden. Van hen kreeg ze gegevens waarmee ze verder kon. “Ik heb veel Indische Almanakken gelezen en zat soms dagen in de Koninklijke Bibliotheek in den Haag oude kranten uit Indië door te nemen. De ene keer ging ik met helemaal niets naar huis, de andere dag vond ik drie, vier dingen.”
Ze maakte meer mooie momenten mee. “ Er zijn biografische sensaties geweest,”vertelt ze met een brede glimlach. “Zo’n sensatie was toen ik voor het eerst het handschrift van mevrouw Kloppenburg zag. Het waren brieven aan haar kinderen die ze vlak na de oorlog had geschreven. Dat deed ze op dat heel dunne oorlogspapier.”
Behalve mevrouw Kloppenburg de erkenning geven die ze verdient, streeft het boek een tweede doel na. Dat is nog groter, zegt de auteur in haar voorwoord. Het dagelijks leven van vrouwen was in de koloniale geschiedenis nauwelijks beschreven. Met ‘Kijk in Kloppenburg’ heeft Van de Loo het beeld van Indië willen aanvullen en nuanceren.
De periode dat zij aan de biografie werkte, beschouwt ze ‘als een reis langs generaties en door de tijd’. Zo ervaart de lezer dat ook. Die raakt betrokken bij een typisch Indische familie, die weelde en geluk kent maar ook tragedie. De schrijfster gaat evenmin voorbij aan de Tweede Wereldoorlog en de chaotische Bersiap-tijd die daarop volgde. Centrale figuur is steeds Jans Kloppenburg-Versteegh (1862-1948), moeder van een groot gezin die er wilde zijn ‘voor de lijdende mensheid’.
Vilan raakte tijdens haar studie Nederlands gefascineerd door de kruiden-geneeskundige. Ze wilde afstuderen op handboeken die indertijd door vrouwen waren geschreven voor vrouwen die naar Nederlands-Indië gingen. Van mevrouw Kloppenburg verscheen in 1913 de gids ‘Het leven van de Europeesche vrouw in Indië’. In de gesprekken die Van de Loo met vele bejaarde Indische dames voerde, werd de journaliste niet overvoerd met informatie over de handboeken. Wat wel steeds ter sprake kwam was het kruidenboek van mevrouw Kloppenburg. Dat boek werd in 1907 minzaam ontvangen door kranten. Het Bataavsch Nieuwsblad meldde op 13 maart: ‘De schrijfster, die een groote kennis der Indische planten blijkt te bezitten, zal met dit werkje dunkt ons, velen aangenaam zijn’. Medici kraakten haar boek af. “Maar,” zegt Vilan, “voor de Indo-Europese huishoudens was het al snel de tweede bijbel van Indië.”