KLESTIL, Thomas
Oostenrijks diplomaat, president (1932-2004)
* 1932 - † 6-7-2004
26 januari 1994:
De Oostenrijkse president, Thomas Klestil, gaat scheiden van zijn vrouw Edith.
Zijn vriendin, de 38-jarige Margot Löffler, tot dusver een van de naaste medewerkers van de president, heeft overplaatsing naar het buitenland aangevraagd. De president zal de verplichtingen die aan zijn ambt zijn verbonden voortaan alleen vervullen. Op die manier hoopt Klestil een einde te maken aan het publieke debat dat over zijn persoon is ontstaan sinds zijn vrouw op oudejaarsdag de presidentiële ambtswoning verliet wegens de relatie tussen Klestil en zijn medewerkster.
De president had in aanwezigheid van zijn dochter en zijn twee zoons een ontmoeting met zijn vrouw Edith. "Tijdens dit gesprek is (de president) tot zijn spijt tot de conclusie moeten komen dat de scheiding permanent is", aldus een gisteren uitgegeven verklaring. Over het komende vertrek van Margot Löffler staat daarin: "De president betreurt deze stap, vooral gezien de grote betekenis die ze heeft gehad bij het opzetten van een nieuwe organisatie voor het presidentschap, en hij neemt aan dat ze zo lang als nodig beschikbaar zal blijven ten behoeve van een opvolger met het oog op de continuïteit."
President Klestil beloofde zondag dat hij snel maatregelen zou nemen om de over zijn persoon ontstane discussie tot een goed einde te brengen. Voor het schandaal naar buiten kwam, behoorde de president tot de populairste politici van Oostenrijk. Na bondskanselier Vranitzky (73 procent) kwam hij in opiniepeilingen op de tweede plaats met 72 procent. Volgens een telefonische enquête van de krant Kurier heeft slechts 12 procent enig begrip voor het optreden van de president, maar 82 procent vindt dat hij desondanks zijn functie kan behouden.
Tijdens een verkiezingsbijeenkomst in 1992 werd Thomas Klestil
al gefotografeerd met vrouw (links) en vriendin (midden).
7 juli 2004 :
Nu zou hij ook nog afscheid nemen van zijn tweede vrouw, dachten de roddelaars in Wenen, maar niemand voelde zich geroepen het praatje in de krant te zetten. De ‘villa in Hietzing’, waarvan de prijs en de inrichting de roddelpers al wekenlang bezighouden, zou wel aan echtgenote Margot toevallen.
Niets is Thomas Klestil, de ongelukkigste van alle presidenten, bespaard gebleven: niet de boosaardigheid over de huwelijksperikelen met zijn eerste vrouw die hij in 1994 verliet voor zijn minnares, de 22 jaar jongere diplomate Margot Löffler; niet de jarenlange fluistercampagne over de kijfziekte die vervolgens tussen de nieuwe first lady en haar cheffin, minister Benita Ferrero-Waldner van Buitenlandse Zaken, zou zijn uitgebroken.
Wenen goot alle gemeenheid waartoe het in staat is over hem uit. Een grappenmaker mocht voor de anders zo gezapige publieke omroep het staatsmanschap van de president belachelijk maken. Een FPÖ-politicus noemde hem een ‘lor’, en ging vrijuit. Elke keer wanneer Thomas Klestil de laatste jaren zijn mond opendeed, gaven regerings-vertegenwoordigers de eenzame man in de Hofburg te verstaan dat hij beter had kunnen zwijgen.
Zijn dood op 71-jarige leeftijd, gisteravond kort voor middernacht en anderhalve dag voor de ambtsoverdracht aan zijn in april gekozen opvolger Heinz Fischer, raakte zijn vijanden overduidelijk. Kort voor Klestils laatste snik verklaarde bondskanselier Wolfgang Schüssel nog vlug dat het pas vorige week tot een ‘onderhoud’ was gekomen.
De aanhoudende woede van het politieke establishment haalde de aanvankelijke veeleer krachteloze president zich in februarti 2000 op de hals, toen hij als een van de weinigen in Wenen begrip toonde voor de wereldwijde verontwaardiging die de regeringsdeelname van de rechts-radicale FPÖ van Jörg Haider losmaakte. Voor de eerste keer in de geschiedenis van de alpenrepubliek maakte een president gebruik van zijn bevoegdheden bij de totstandkoming van een nieuwe regering door haar programma te voorzien van een pro-Europese en anti-xenofobe preambule en zijn veto uit te spreken over twee ministerskandidaten.
Heel Oostenrijk herinnert zich de ijzige blik waarmee hij het kabinet beëdigde en de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken “Benito” noemde – een verspreking die in de geboortestad van Freud iedereen deed denken aan Mussolini. Drie jaar later, bij de beëdiging van het tweede kabinet-Schüssel, herhaalde hij de verspreking en maakte hij dus duidelijk dat hij onverzoend was gebleven. Furieus was men.
Dan te bedenken dat het allemaal zo goed was begonnen, in 1992, toen de conservatieve ÖVP op een dieptepunt in de kiezersgunst verkeerde en toch met de nogal onbekende, toen 60-jarige topdiplomaat Thomas Klestil de favoriete sociaal-democratische kandidfaat voor het presidentsschap versloeg. Meteen aan het begin van zijn ambtstermijn verraadde Klestil wie zijn voorbeeld was: de Duiste president Richard von Weizsäcker (CDU).
Maar een redenaar en maner aan het hoofd van de staat wilde Oostenrijk niet, laat staan zijn politieke klasse.
Nochthans kon Klestil niet tippen aan zijn voorbeeld. Zijn redevoeringen liepen steevast uit op enerzijds-anderzijds, al kon niemand met zó’n indringende en smartelijke gezichtsuitdrukking als hij verkondigen wat niemand ooit heeft betwijfeld: dat vrijheid en mensenrechten “geen vanzelfsprekendheid” zijn of dat er voor de Europese integratie “geen echte alternatieven” zijn.
De zoon van een Weense trambestuurder startte zijn diplomatieke carrière in 1957 als econoom bij de kanselarij. Daarop volgden steeds hogere posten in Parijs, Washington, Los Angeles, Wenen, New York, opnieuw Washington en tenslotte Wenen.
Zijn internationale ervaring verschafte hem een in Wenen tamelijk ongebruikelijk inzicht in de rechts-populist en antisemiet Haider.
Bovendien had Klestil in de verenigde Staten meegemaakt hoe sensibel de Amerikanen reageerden op de verkiezing tot president van Kurt Waldheim, zijn voorganger die als officier van de Wehrmacht op de Balkan had gediend en alles vergeten was. Het doorbreken van het isolement waarin Waldheims verkiezing de Oostenrijkse diplomatie had gestort, eiste vrijwel alle aandacht op in Klestils eerste ambtsperiode (1992-1998). Daarbij was van betekenis dat hij tijdens een staatsbezoek aan Israël in november 1994 als eerste Oostenrijkse president de medeplichtigheid van zijn land aan de holocaust erkende.
Zijn afwijzing van het pact met Haide
Haiders FPÖ dreef Klestil geleidelijk in de armen van de sociaal-democratische oppositie. In een van zijn laatste redes waarop nog acht werd geslagen, stak hij de vakbeweging een hart onder de riem en brak hij een lans voor het corporatisme dat Oostenrijk na de oorlog zo succesvol had gepraktiseerd.
Tot boegbeeld van de oppositie bracht hij het echter niet. Zijn habitus was te behoudend en de stijve waardigheid waarmee hij zich omringde was te vreemd om opgewassen te zijn tegen de vele persoonlijke aanvallen. Bovendien liet zijn gezondheid hem steeds meer in de steek. Al in 1996 moest hij maanden verstek laten gaan wegens een atypische longaandoening. Hij stierf, nauwelijks betreurd, na een hartaanval die hem maandagochtend in zijn veel beschreven ‘villa in Hietzing’ trof.