KLAUS, Václav
Tsjechisch politicus (1941-
* 19-6-1941 –
Klaus was van juli 1992 tot december 1997 minister-president van Tsjechië. Hij studeerde economie in Praag en was vervolgens tot 1970 werkzaam bij het economisch instituut van de Tsjecho-Slowaakse Academie van Wetenschappen. Na zijn ontslag (op politieke gronden) werkte hij tot 1986 voor de Staatsbank, waarna hij terugkeerde naar zijn eerste werkgever. Eind 1989 werd Klaus lid en economisch woordvoerder van Burgerforum, de belangrijkste oppositiebeweging. Op 10 dec. werd hij minister van Financiën in de door Marián Čalfa gevormde overgangsregering. Op 9 juni 1991 werd hij voor Burgerforum gekozen tot volksvertegenwoordiger.
In 1991 richtte hij de Democratische Burgerpartij (ODS) op, die zich sterk maakte voor economische hervormingen. Na de parlementsverkiezingen van juni 1992 vormde hij met de christen-democraten en de Burgeralliantie een coalitieregering. De eerste maanden stonden in het teken van de naderende ontbinding van Tsjechoslowakije (per 1 januari 1993). Bevreesd voor politieke, maar vooral economische stagnatie legde hij de Slowaakse minister-president Mečiar, die Slowakije volledig wilde afscheiden, geen strobreed in de weg.
Vervolgens voerde Klaus, bewonderaar van Margaret Thatcher en Milton Friedman, vergaande economische hervormingen door. Hij slaagde erin de inflatie te bedwingen, economische groei te bewerkstelligen en tegelijkertijd de werkloosheid in de hand te houden. Met het Tsjechische lidmaatschap van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in november 1995, als eerste ex-communistisch land, leek zijn succes compleet (zie ook OESO). In 1996/1997 kreeg Tsjechië echter te kampen met tegenvallende economische groei en een toenemend tekort op de betalingsbalans, terwijl beursschandalen afbreuk deden aan het vertrouwen van buitenlandse investeerders. De beschuldigende vinger werd vooral gericht op Klaus, die te zeer vertrouwde op de werking van de vrije markt en weigerde stricte economische regelgeving door te voeren.
Zijn politieke toekomst was al eerder onzeker geworden. Ondanks groeiende onvrede met de sociale gevolgen van zijn hervormingsbeleid en zijn arrogante optreden won de ODS van Klaus de verkiezingen van 1996, maar de regeringscoalitie verloor wel haar absolute meerderheid. Klaus vormde vervolgens met dezelfde partners een minderheidskabinet, dat eerst werd gedoogd door de sociaal-democraten en later toch een nipte meerderheid verwierf dankzij de steun van enkele onafhankelijke parlementariërs. Als gevolg van financiële malversaties binnen de ODS en kritiek van de coalitiegenoten op zijn beleid diende Klaus eind november 1997 zijn ontslag in. Na de vervroegde verkiezingen van juni 1998 werd hij voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, in ruil voor gedoogsteun van de ODS aan het minderheidskabinet van Milos Zeman. Bij de parlementsverkiezingen van juni 2002 leed de ODS van Klaus een pijnlijke nederlaag, waarna zijn kansen op het presidentschap verkeken waren.