Personal tools
You are here: Home K Kla KLANT, J.J. (Joop)
Document Actions

KLANT, J.J. (Joop)

by admin last modified 2005-04-08 11:15 AM

Nederlands econoom (1915-1994)

* 1915, Warmenhuizen -  † 23-12-1994, Amsterdam.

Prof. dr. J.J. (Joop) Klant, emeritus hoogleraar staathuishoudkunde aan de Universiteit van Amsterdam, is maandag op 79-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleden. Als econoom maakte Klant vooral naam op het gebied van de methodologie. In zijn inaugurele rede die hij in 1975 uitsprak zei hij over het belang van de methodologie: "De economen zelf - met inbegrip van de beginnelingen - kunnen eruit leren hoe zij zichzelf in acht moeten nemen bij de verkondiging van hun denkbeelden. Een van de bekoringen waaraan zij blootstaan, is het dogmatisme, de tot grote tevredenheid stemmende opvatting dat de waarheid voor altijd is gevonden."

Klant werd in 1915 in Warmenhuizen geboren.

Na het behalen van zijn gymnasium-diploma ging hij economie studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Eind jaren dertig brak hij zijn studie af om zijn overleden vader, die betaalmeester van de groenteveiling in Warmenhuizen was, op te volgen. Dat deed hij een paar jaar, daarna werd hij statisticus bij het Rijksbureau voor Bouwmaterialen in Amsterdam. "Maar werken was allemaal flauwekul, als je echt iets deed, sloofde je je alleen maar uit voor de Duitsers. Dus waar ik mij mee bezighield was schrijven, met angst en beven kleine illegale kwarweitjes opknappen en feestvieren", zei hij half jaren '70 in een interview in de Haagse Post.

Schrijven - dat was zijn passie. Schrijver wòrden een vurige wens. Al op zijn twaalfde zag zijn eerste pennevrucht het licht, een toneelstuk over Oedipus. In de collegebanken schreef hij gedichten. Na de oorlog, in 1946, verscheen 'De geboorte van Jan Klaassen', waarvoor Klant een jaar later de Van der Hoogt-prijs kreeg. Hij verruilde Amsterdam voor Zuid-Afrika waar veel van zijn familieleden woonden en kreeg een baan als statisticus in Pretoria. Maar schrijven bleef voor hem het belangrijkste. In 1948 schreef hij het verhaal 'Wandeling door Walein', in opdracht van de stad Amsterdam werkte hij aan de novelle 'De Fiets', die in 1954 verscheen en waarin de zoektocht wordt beschreven van de hoofdpersoon naar zijn fiets.

In een interview zei hij eens dat hij de realiteit wilde beschrijven door haar onwerkelijk te maken. "Ik denk dat ik daarbij ontspoord ben." Het gevoel begon te knagen dat in hem niet een groot schrijver stak. Decennia later kon hij daar nog enigszins weemoedig over praten. Begin jaren vijftig keerde hij terug naar Amsterdam, maakte zijn economiestudie af en werd bankeconoom bij de Nederlandsche Handel Maatschappij. Daar redigeerde hij ondermeer de kwartaalberichten die ook regelmatig werden gepubliceerd. Ze vielen op door hun helderheid, wat mede een reden voor de Universiteit van Amsterdam was om Klant in 1966 een lectoraat in de staathuishoudkunde aan te bieden. Zes jaar later volgde zijn promotie met het proefschrift 'Spelregels voor economen', waarvoor hij in 1977 de Kluwerprijs ontving. Hij was toen al hoogleraar staathuishoudkunde en zou dat tot 1985 blijven.

Hij was een relativist - niet in de laatste plaats als hij sprak over zijn vakgebied. Hij moest weinig hebben van vakgenoten die heilig geloofden in hun wetenschappelijke gelijk. "De pretentie van economen dat zij de economie op dezelfde wijze beoefenen als dat in de natuurwetenschappen gebeurt, is naar mijn idee niet gerechtvaardigd" , zei hij in 1980 in deze krant.

Pretenties - ze waren Klant vreemd. Ondanks een groot aantal wetenschappelijke publikaties waaronder 'Geld en Banken', 'The Rules of the Game' en het dit jaar verschenen 'The Natur of Economic Thought' bleef hij die hij was: bescheiden, warm voor zijn omgeving, belangstellend. Zijn wetenschappelijke staat van dienst leverde hem twee onderscheidingen op: de zilveren penning van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen en de mr. N.G. Piersonpenning van De Nederlandsche Bank. Bij de uitreiking van de Piersonpenning, eind vorig jaar, zei prof. A. Heertje dat de verdienste van Klant vooral was dat hij had laten zien dat economie, anders dan de natuurkunde, geen echte wetenschap is.

Klant zei weleens dat zijn vak één nadeel had. Zodra hij ergens lid van werd, werd hij meteen penningmeester. Die functie vervulde hij geruime tijd bij De Bezige Bij. Over die periode zegt hij in het onlangs verschenen boek over de oprichter van De Bezige Bij, Geert Lubberhuizen: "Het bestuur en de ledenvergadering was een verzameling artiesten, of anders gezegd een gezelschap dronken apen. Ik kan mij geen vergadering herinneren waarvan ik nuchter ben thuis gekomen."

De laatste jaren werd het stiller om hem heen. De dood van zijn vrouw Jacqueline, in 1989, trof hem diep. Zijn blik kreeg soms iets verstilds en het duurde geruime tijd voor hij zich hervonden had. Hij was geen man om veel alleen te zijn, hij hield van mensen om zich heen die hij met zijn mild-ironische blik gadesloeg. Tijdens dagelijkse ontmoetingen met vrienden in de sociëteit was hij zwijgzaam, tot het moment waarop echt iets onzinnigs werd gedebiteerd. Dan kwam een flikkering in zijn ogen en nam hij het gesprek over - het gebeurde maar zelden dat iemand op zo'n moment tegen hem inging. Zijn woord was dan wel geen wet maar zijn typeringen van iets of iemand waren wel altijd raak.

 

 


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004