KISSINGER, Henry
Amerikaans politicus (1923)
voluit: Kissinger, Henry (Heinz) Alfred
Amerikaans politiek adviseur en
minister van Buitenlandse Zaken (1973-1977)
* 27-5-1923, Fürth (Beieren, Duitsland) –
Kissinger werd als zoon van joodse ouders in het Duitse Beieren geboren. Op vijftienjarige leeftijd vluchtte hij met zijn familie voor het nazi-regime naar de Verenigde Staten, waar hij in 1943 genaturaliseerd werd. Hij studeerde in Harvard geschiedenis en politieke wetenschappen, werd in 1957 directeur van het Defensie-studiecentrum, in 1959 associate en
in 1962 gewoon hoogleraar te Harvard. Hij was tevens adviseur van de National Security Council (sinds 1961) en het
State Department (sinds 1965). Op 2 dec. 1968 benoemde Nixon hem tot zijn speciale adviseur voor nationale veiligheid.
De ‘Realpolitiker’ Kissinger ontwikkelde zich op het terrein van de buitenlandse politiek tot een van Amerika's belangrijkste deskundigen. Hij heeft een belangrijk aandeel gehad in de Amerikaanse koerswijziging ten opzichte van de Volksrepubliek China.
In 1971 en 1972 voerde hij te Parijs geheime besprekingen over beëindiging van de Indo-Chinese oorlog.
Deze leidden na de Kerstbombardementen op Hanoi in jan. 1973 tot een vredesakkoord, waarvoor aan hem en de Noord-Vietnamese diplomaat Le Duc Tho in 1973 de Nobelprijs voor de vrede werd toegekend. In sept. 1973 werd hij tot minister van Buitenlandse Zaken benoemd.
Na het opnieuw uitbreken van de vijandelijkheden in het Midden-Oosten (Oktoberoorlog, 1973) speelde Kissinger, als bemiddelaar tussen Israël en de betrokken Arabische landen, een belangrijke rol in het zoeken naar een oplossing voor het conflict (pendeldiplomatie tussen Tel Aviv en Caïro). Onder president Ford bleef hij minister van Buitenlandse Zaken; in 1975 moest hij bij een kabinetsreorganisatie zijn functie van adviseur voor nationale veiligheid (tevens voorzitter van de nationale veiligheidsraad) opgeven. Sindsdien had hij zitting in allerlei politieke adviescommissies en leidde hij een eigen adviesbureau.
WERK:
Nuclear weapons and foreign policy (1957); A world restored, Castlereagh, Metternich and the restoration of peace
1812–1822 (1957); The necessities of choice: prospects of American foreign policy (1961); The troubled partnership: a reappraisal of the Atlantic Alliance (1965); American foreign policy. Three essays (1969); American foreign policy (1977); The White House years (1979); Years of upheaval (1982); Ending the Vietnam War: A history of America's involvement in and extrication from the Vietnam War (2002).
28 november 2002:
Henry Kissinger, de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, krijgt de leiding over een onafhankelijke commissie die onderzoek moet doen naar de achtergrond van de aanslagen van 11 september. Maar de aanstelling door president George Bush gisteren, is nu al omstreden: Kissinger, éminence grise van de Republikeinen, is een van de meest controversiële Amerikaanse staatslieden van de afgelopen decennia.
De keuze voor de 79-jarige Kissinger is opmerkelijk. Zijn politieke nalatenschap is bejubeld, maar ook verguisd.
Hij geldt als een van de toonaangevendste politici uit de naoorlogse Amerikaanse geschiedenis die zijn persoonlijk stempel heeft gedrukt op tal van grote politieke ontwikkelingen. Zo was hij begin jaren zeventig, samen met de toenmalige Amerikaanse president Richard M. Nixon, verantwoordelijk voor het herstel van het contact tussen China en het Westen, hij was een groot voorstander van de dooi tussen de Verenigde Staten en Sovjet-Unie en hij speelde een belangrijke bemiddelende rol in het conflict in het Midden-Oosten.
Volgens het Witte Huis heeft Kissinger daarom de ervaring en het overzicht, maar ook de afstand tot het huidige politieke establishment die nodig is om een onafhankelijk oordeel te vellen over de achtergrond van het onvermogen van de Amerikaanse regering de aanslagen van 11 september te voorkomen. De speciale commissie bestaat uit vijf Republikeinen en vijf Democraten en krijgt achttien maanden de tijd om verslag uit te brengen over haar bevindingen. Het onderzoek ligt zeer gevoelig omdat verwacht wordt dat de rol en de inbreng van een groot aantal Amerikaanse diensten en belangrijke ambtenaren tegen het licht zullen worden gehouden.
Maar juist om die reden bestaat ook veel kritiek op de keuze van Bush. ,,Hij was geen groot voorstander van bestuurlijke openheid'', zegt Michael Posner van het Comité van juristen voor de rechten van de mens over Kissinger toen hij nog minister van Buitenlandse Zaken was. Zo wordt het geheime bombardement op Cambodja eind jaren zestig en het verspelen van het vredesoverleg met Vietnam in 1968 hem door sommige critici persoonlijk aangerekend. Ook zou hij een rol hebben gespeeld bij de staatgreep in 1973 in Chili. De Chileense autoriteiten hebben om zijn uitlevering gevraagd en een Spaanse onderzoeksrechter heeft dit jaar pogingen gedaan om Kissinger te verhoren in verband met het onderzoek naar `Operatie Condor', het samenwerkingsverband in de jaren zeventig tussen de VS en de militaire junta's in Latijns Amerika.
,,De mensen in dit land hebben behoefte ervan verzekerd te worden dat ze de waarheid zullen horen en dat zaken die onze veiligheid aangaan openlijk onderzocht zullen worden. Het is geen goed signaal dat dít de persoon is die het onderzoek gaat leiden'', aldus Posner in The New York Times. Anderen vrezen dat de waarheid over bijvoorbeeld de rol
van Saoedi-Arabië of fouten die zijn gemaakt door het Witte Huis nu niet boven tafel zullen komen.
Kissinger zelf zei te hopen dat het onderzoek zal plaats hebben ,,waar we maar feiten aantreffen.
Er gelden geen beperkingen en we zullen geen beperkingen accepteren.''