Personal tools
You are here: Home K Kau KAZANTZÍDIS, Stélios
Document Actions

KAZANTZÍDIS, Stélios

by admin last modified 2005-07-04 09:53 AM

Grieks zanger (1930-2001)

* 1930 - †  14-9-2001, Athene

15 september 2001 :

De Griekse zanger  Stélios Kazantzidis (71) is gisteren na een lang ziekbed in Athene aan een hersentumor overleden.

Karantzidis was de zanger die in  Griekenland het meest werd gehoord. Ook componisten als Theodorakis en Chatzidakis hebben zijn stem gebruikt. Katzantzidis werd een levende legende, vooral doordat hij al tientallen jaren  weigerde in zalen op te treden. Dat ging terug tot een avond in de  vroege jaren ’60, toen hij  middenin een lied ophield nadat een bewonderaarster een fles whisky naar hem had geworpen, die op het podium uiteenspatte.

Een legende was Katzantzidis in het bijzonder voor de vele Grieken die als emigrant in de jaren zestig hun vaderland hadden verlaten.

In talloze liederen heeft hij hun leed en heimwee bezongen onder  titels als De trein naar Duitsland en  Het wordt avond in den vreemde “In de de fabrieken van Duitsland, en in België’s schachten,  hoeveel jongens beulen zich daar af, en hun  moeders huilen eenzaam. Boosdoener emigratie, boosdoener buitenland, je nam uit onze streken de beste jongens weg.”

De moeder is de meest bezongen figuur in deze liederen van Kazantzidis, de vader speelt geen  rol. Menigmaal wacht zij op terugkeer van de zoon zonder te weten dat die op het verkeerde pad is geraakt. De zoon bejammert zijn  eigen, meestal ook weer  onverdiende, lot. Het leven is voor hem een loden last. “Heel mijn leven is een  sigaret, waar ik geen zin in heb, maar die ik toch rook.”

Het knappe van Kazantzidis was, dat hij de klagerigheid van deze liederen wist uit te drukken zonder dat het huilerig werd – al is hij daar vaak van beschuldigd.

Verongelijkt klinkt hij voortdurend, maar het wordt nooit larmoyant. In zijn latere liederen wordt hij vooral de miskende, met een ongebreideld ego behepte  figuur. “ Als je wilt zien wie ik ben, en wat voor waarde ik heb, ga dan eens vragen hoeveel vrouwen me beminnen, maar waar ik niet op let.”

Deze periode mondde uit in het magistrale lied Ik besta. Maar met  de componist daarvan, Christos Nikolópoulos, eens zijn jonge beschermeling, kreeg Kazantzidis een daverend conflict over het  auteurschap van bepaalde liederen.

Tijdens de rechtszaak meenden sommigen als ziekteverschijnselen bij Kazantzidis te bespeuren – hij noemde de ‘ondankbare’ Christos een instrument in een ‘joodse campagne’ ter ondermijning van  het Griekse lied.

Antisemitisch was de zanger geworden in de periode dat een  joodse platenmaatschappij hem aan een contract gebonden hield.  Kazantzidis bleef lp’s maken  met deels nieuwe liederen maar werd voorbijgestreefd door andere  zangers terwijl hij ook geen teksten  meer kreeg die appelleerden  aan de actualiteit. Hij werd vreemd en verbitterd, maar bleef populair, en  hier en daar zelfs verafgood, bij ouderen én jongeren.

Kazantzidis’ ziekte, inclusief een vergeefse reis naar Duitsland, is bijna dagelijks door de Griekse televisie gevolgd, terwijl steeds weer opnieuw een van zijn meest klassieke liederen weerklonk:

“twee deuren heeft het leven, op een morgen opende ik er een, ik wandelde wat rond en voordat de schemering kwam ging ik weg door de andere.” Jarenlang heeft de zanger ten onrechte ook de tekst en de muziek van dit prachtige lied geclaimd.

 

Recordings:

 

Apokliros Tis Kinonias

Eida Mia Mana

Ena Sidero Anameno

Fyge Ki Ase Me

H zoi Moy Oli

Marinella-Nitsa-Elenista

O Psaras

Siko Xorepse Koukli Mou

Sinefiasmeni Kiriaki

To Psomi Tis Ksenitias

Tora Klais Giati Klais

Tora Poy Feugo Apo

Tsifteteli Tourkiko

 


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004