KAWABATA, Jasunari
Japans schrijver (1899-1972)
* 11-6-1899, Osaka - † (zelfmoord) 16-4-1972, Kamakoera.
Algemeen beschouwd als de veelzijdigste en meest begaafde auteur van modern Japan. Zijn faam vestigde hij met de novelle Izoe no odoriko ( = Het dansmeisje van Izoe; 1925). Sindsdien heeft hij vele verhalen en romans het licht doen zien, alsmede vertalingen van Tsjechov en Galsworthy.
In zijn vroegere werk keerde hij zich vooral tegen het ‘proletarisch realisme’ van de jaren twintig, met in poëtische stijl geschreven proza. Zijn na 1945 verschenen werken brengen speciaal de verfijning van de traditionele Japanse beschaving op suggestieve wijze over. Joekigoeni (1948; Ned. Vert.: Sneeuwland, 1962) is te beschouwen als zijn meesterwerk. Het schildert het beeld van een plattelandsgeisja zoals dat ervaren wordt door een welgestelde estheticus. Kawabata was van 1948-65 voorzitter van de Japanse PEN-club en lid van de Jpaanse academie voor letteren. Sembazoeroe (1953; Ned. Vert.: De duizend kraanvogels, 1961), geeft een bezinning op de waarden van de Japanse cultuur.
In 1968 werd hem de Nobelprijs voor letterkunde toegekend.
Postzegels:
Werken:
Djoerokoesai no nikki (= Het dagboek van een zestienjarige, 1925)
Kinjoe (= Vogels en dieren, 1933)
Saikonsja (= Hertrouwd, 1953)
Ijama no oto (= Het geluid van de berg, 1954)
Mizoemi (= Het meer, 1955)
Tokio no hito (= Mensen van Tokio, 1955)
Nemoereroe Bijo (= De schone slaapsters, 1961; Ned. Vert. 1968)