KATHOLIEKE VOLKSPARTIJ (K.V.P.),
Nederlandse politieke partij
Nederlandse politieke partij, voortzetting in ietwat gewijzigde vorm van de R.K. Staatspartij. Reeds in 1883 drong Schaepman in zijn brochure ´Een Katholieke Partij, proeve van een Program´aan op landelijke politieke organisatie van de r.k. In 1896 kwamen de r.k. kamerleden in Utrecht bijeen en stelden daar een program op, dat in 1897 door een op initiatief van Schaepman bijeengeroepen vergadering van afgevaardigden van de r.k. kiesverenigingen werd aanvaard. In 1904 werd een Bond van Katholieke Kiesverenigingen gesticht. Pas sinds 1926 kwam de naam R.K. Staatspartij in gebruik. In juli 1941 werd zij door de Duitse bezetter ontbonden, tegelijk met de overige politieke partijen in Nederland. Op 22/12/1945 nam de Partijvergadering van de R.K.S.P. het besluit tot oprichting van de Katholieke Volkspartij, die in het bijzonder op sociaal-economisch terrein een vooruit-strevende politiek zou voeren. Ook voor niet r.k. staat de K.V.P. open. De belangrijkste organen van de partij zijn:
a) De Partijraad b) het Partijbestuur c) het Dagelijks bestuur, bijgestaan door het secretariaat van de Partij, gevestigd te Den Haag. In 1945 werd opgericht het r.k. Centrum voor staatkundige vorming’, dat naast de partijorganen voor een belangrijke taak vervult als studie- en bezinningsorgaan. Bij de Kamerverkiezingen van 1956 behaalde de K.V.P. 31,69 pct. van de stemmen.
Geschiedenis en ontwikkeling:
In 1821 stichtte George le Sage ten Broek (1775-1847), tot het katholicisme overgegaan predikantzoon, pionier van de emancipatie der katholieken, de ‘Katholieke Maatschappij’, bedoeld als een centrale van alle katholieke krachten. Hoewel zeker niet primair van staatkundige aard had de opzet ook een politiek aspect. Beducht voor Roomse machtsontplooiing ontbond de regering van koning Willem I haar in 1823
Na de liquidatie volgde een worsteling om politieke eenheid, voorlopig zonder resultaat. Van de priester Cornelius Broere (1803-60) stamt het naar aanleiding van de Aprilbeweging 1853 geschreven woord: ‘De katholieken maken een politieke persoonlijkheid uit, die vrijheid vordert.
Mr. Jan Baptist van Son (1804-75), minister van R.C. Eeredienst van 1844-48, bracht in 1870 de katholieken van Noordbrabant tot eenheid in een provinciale kiesvereniging. In 1882 bracht dr. Schaepman, voor wie Broeres woord richtsnoer was, zeven Friese kiesverenigingen bijeen in ‘Het Katholiek Bond’
In het eerste coalitiekabinet (Mackay) was jhr. Gustave Ruys de Beerenbrouck (1842-1926) minister van Justitie. Hij bracht de Arbeidswet 1889 tot stand. Dit was in Nederland de eerste sociale wet van verder strekkende aard.
dr. Herman Schaepman
door Jan Veth 1892
In 1883 publiceerde dr. Herman Schaepman (1844-1903), het eerste priester-Kamerlid, zijn ‘Proeve van een program’, waarop de katholieken zich tegenover conservatieven en liberalen dienden te verenigen. Eerst in 1896 werd het door de katholieke Tweede Kamerleden ondertekend om in 1897 te worden aanvaard door alle katholieke kiesverenigingen: de politieke eenheidsorganisatie ontstaat. Met dr. Kuyper (A.R.) bewerkstelligde Schaepman de christelijke coalitie, die gelijkstelling van bijzonder en openbaar onderwijs in haar vaandel schreef en in haar verdere bestaan de grondslagen voor de huidige sociale verzekeringen zou leggen.
De zoon van de oud-minister van Justitie, jhr. Mr. Charles Ruys de Beerenbrouck (1873-1936) werd de eerste katholieke premier (1918-25 en 1929-33). Hij bood Troelstra’s revolutiepoging het hoofd.
Hij was verscheidene jaren voorzitter der Tweede Kamer.
De priester dr. Willem Nolens (1860-1931) volgde in 1903 Schaepman op als leider der katholieke politiek. Een jaar later werd de Algemene Bond van Kiesverenigingen opgericht, waardoor de organisatie het aanzien kreeg van een partij; in 1926 zou de naam R.K. Staatspartij in gebruik komen. Nolens werd in 1918 belast met een kabinetsformatie (die jhr. Charles Ruys de Beerenbouck voltooide). In 1925 zegde hij de coalitie op, hetgeen leidde tot het aftreden van het eerste kabinet-Colijn en het optreden van een reeks extra-parlementaire kabinetten. Inzake samenwerking met socialisten bleef hij tot zijn dood een ‘alleen in uiterste noodzaak’ gestand.
Prof. Dr. Petrus Aalberse (1871-1948) leidde als minister van Arbeid (1918-25) een veelomvattende en diepingrijpende arbeid van sociale wetgeving.
Na Nolens´dood presideerde hij de katholieke Tweede Kamerfractie. Een door hem afgelegde verklaring had in 1935 het aftreden van het tweede kabinet-Colijn ten gevolge.
Een der ‘jongeren’, mr. Carel Goseling (1891-1941), werd in 1929 voorzitter der R.K.S.P. en in 1936 fractievoorzitter. Na de partij te hebben gereorganiseerd was hij minister van Justitie (1937-39). Hij kwam om in het concentratiekamp. Hetzelfde lot viel mr. Dr. Th. Verschuur (1886-1945) ten deel, die minister van Arbeid, Handel en Nijverheid was in de jaren 1929-33. Hij volgde mr. Goseling als partijvoorzitter op.
Mr. Dr. Laurens Deckers (1883-), minister van defensie, resp. van Landbouw en Visserij (1929-37), volgde Aalberse op als fractieleider, in 1939 veroorzaakte een door hem ingediende motie de val van het vijfde kabinet-Colijn.
Dr. Louis Beel (1902-), minister van Binnelandse Zaken in het laatste kabinet-Gerbrandy en het kabinet-Schermerhorn-Drees, formeerde in 1946 een twee-partijenkabinet van K.V.P. en P.v.d.A.: ‘het nieuwe bestand’. Later Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon in Indonesië (tweede politionele actie), minister van Binnenlandse Zaken en vice-premier.
Had de bezetter de R.K.S.P. geliquideerd, in 1945 werd de K.V.P. opgericht met dr. Paul Witteman (1892-) als voorzitter, spoedig opgevolgd door Willem Andriessen (1894- ), voorman der Katholieke Arbeidersbeweging. De leider der ‘katholieke politiek’ werd in 1946 de oud minister van Sociale Zaken (1937-39), prof. Mr. Carl. Romme (1896-), die sindsdien a;s fractievoorzitter grote invloed op het regeringsbeleid heeft uitgeoefend. In 1951 trad hij op als informateur-formateur en maakte een eind aan de door een motie-Oud ontstane kabinetscrisis; zelf nam hij geen zitting in het nieuwe kabinet. In 1954 werd mr. H.W. van Doorn (1915-) partijvoorzitter.