KAT, Otto B. de
Nederlands schilder, graficus, kunstcriticus (1907-1995)
* 7-6-1907, Dordrecht - † 30-4-1995, Laren
Groeide op in Haarlem waar hij opleiding tot bouwkundig tekenaar volgde.
Opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam (waaraan hij later leraar werd), en aan de Academie Libre te Parijs (1928).
In Parijs raakte De Kat onder de indruk van de impressionisten. “vooral Vuillard en Bonnard hebben me altijd veel gedaan, omdat ze ver staan van alle bewegingen en een grote vrijheid hebben”, zo zei hij in 1992 in een interview met NRC Handelsblad. Lid van ‘De Onafhankelijken’ (sinds 1929) en ‘Arti’. Van 1934-35 in Zuid Frankrijk, van 1936-40 te Ukkel bij Brussel, waarna hij zich vestigde te Overveen bij Haarlem.
Ook De Kat ging zijn eigen weg zonder zich te laten beïnvloeden door nieuwe stromingen in de schilderkunst. “Alleen is onder invloed van Bonnard en Vuillard mijn pallet wat lichter geworden en ben ik overgegaan tot het schilderen van grote vlakken”, zo zei hij. Samen met de schilder Kees Verwey richtte hij in 1946 de Hollandse Aquarellistenkring op.
In 1955 werd hij hoogleraar aan de Rijksacademie in Amsterdam.
Hij schildert vnl. interieur, stilleven en portret, warm van koloriet, enigszins Frans georiënteerd.
Hij kreeg voor zijn werk verscheidene prijzen, waaronder in 1956 de Aquarellistenprijs van het Prins Bernhardfonds.
Zijn kleurenlitho’s uit de jaren na 1950 zijn ook decoratief zeer goed.
Zijn werk bevindt zich in musea als het Rijksmuseum en het Stedelijk in Amsterdam, Boymans- van Beuningen in Rotterdam en het Frans Hals Museum in Haarlem.
Landschap
De gele stoel
1971
Frans Hals Museum, Haarlem