KARLFELDT, Erik Axel
Zweeds dichter (1864-1931)
* 20-7-1864, Karlbo - † 8-4-1931, Stockholm
Karlfeldt stamde uit een boerengeslacht. Hij werd leraar en bibliothecaris. Sinds 1912 was hij secretaris. Sinds 1912 was hij secretaris van de Zweedse Academie. In zijn poëzie schilderde hij de natuur en de volksgebruiken van zijn geboortestreek Dalecarlië. Zijn verzen zijn klankrijk en ritmisch zeer genuanceerd en droegen bij tot de vernieuwing van de Zweedse lyriek van het eind van de 19de eeuw. Hij kreeg postuum de Nobelprijs.
Werken:
Poëzie:
Vildmarks- och kärleksvisor (1895; Wildernis- en liefdesliederen), Fridolins visor (1898; fridolins liederen), Fridolins lustgard och Dalmalningar pa rim (1901; fridolins lusthof en Dalekarlische boerenschilderijen op rijm), Flora och Bellona (1918), Hösthorn (1927; Herfsthoorn);
Proza: Tankar och tal (1932; gedachten en redevoeringen), Skalden Lucidor (1914; de dichter Lucidor), C.F. Dalgren (1923).
Uitgave: Samlade verk ( 5 dln. 1932)
Literatuur:
R.Fridholm Sangmong av Pungmakarbo (2de dr. 1950)
Karlfeldt-Samfundets skriftserie i: E.A. Karlfeldt (1966, red. N.P. Sundgren)
K.J. Hilderman, Sub luna och andra Karlfeldt essäer (1966)