KARASLAVOV, Gueorgui
Bulgaars schrijver (1904-
* 12-1-1904, Debar (bij Parmorai) –
Karaslavov is de zoon van een landbouwer. Hij studeerde landbouwkunde te Sofia, maar moest de universiteit verlaten omdat hij een studentenstaking leidde. Zijn studie voltooide hij te Praag, waar hij tevens als metselaar werkte. Sinds 1920 was Karaslavov medewerker aan verscheidene links georiënteerde tijdschriften en schreef hij litteraire kritieken. In 1944 nam hij deel aan de politieke leiding van het leger. Na Wereldoorlog II werd hij directeur van de nationale schouwburg te Sofia en hoofdredacteur van het litteraire tijdschrift Septemvri. Zijn roman Snakha (1942; De schoondochter) werd in 1954 in het Duits, in 1958 in het Frans en in 1960 in het Nederlands vertaald.
Werken:
Romans: Sporjilov (1931), Tatoel (1938);
Novellen: Ulitchnitsi (1926; Deernen), Selkor (1933; Landelijk correspondent),
Novi patichta (1959; Nieuwe wegen);
blijspel: Kamak v. blatoto (1951; de steen in het moeras).