KAMPHUIS, Gerrit
Nederlands letterkundige (1906-1962)
* 8-5-1906, Zwolle - † 17-1-1962
Kamphuis studeerde Nederlands aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, was lange tijd leraar en daarna hoofd van de afdeling Kunstzaken van de gemeente ’s-Gravenhage. Hij debuteerde als dichter met Het duistere licht (1930), waaruit de invloed van M. Nijhoff blijkt. Kamphuis behoorde in de jaren dertig tot de jong-protestantse dichters van Opwaartsche wegen. Behalve poëzie schreef hij ook kritieken en literair-historische studies, o.a. over J.K. van Eerbeek, M. Nijhoff en A. Drost. Hij bezorgde een volledige uitgave van het werk van M. Nijhoff (4 dln. 1954-61). Tijdens Wereldoorlog II was Kamphuis actief als verzetsdichter en behoorde hij tot de samenstellers van het Nieuw Geuzenliedboek (1941).
Werken:
Het wondere verbond (1934)
Aardsch seizoen (1937)
Carmina Sparsa (1943)
Lied bij de bevrijding van Nederland (1945)
Literatuur:
V.E. van Vriesland: Onderzoek en vertoog (1958)