KALLIMACHOS
Grieks dichter (ca.310 v.C - 240 v.C)
* ca. 310 v.Chr., Kyrene - † 240 v.Chr. Alexandrië.
Kallimachos was het hoofd van de Alexandrijnse dichterschool en tevens geleerde.
Hij was de leermeester van Apollonios Rhodios, Aristofanes van Byzantium, Eratosthenes e.a. en liet 800 boeken (boekrollen) na. Kallimachos werkte aan de Alexandrijnse bibliotheek en stelde de Pinakes (tabellen) op, een catalogus van de in die bibliotheek aanwezige handschriften, die tevens de grondslag voor een litteratuurgeschiedenis was. Hij was van mening dat het grote epos verouderd was en dat men zich tot een klein gebied moest beperken. Zijn hoofdwerk bestaat uit de vier boeken Aitia en behandelt de oorsprong van rituele en andere gebruiken, steden, wedkampen enz. Deze boeken bevatten op zichzelf staande elegische gedichten van beperkte omvang en tal van mythologische verhalen. Groot was zijn invloed op de Romeinse dichters: zijn Haarlok van Berenice (246 v.Chr.) werd door Catallus (66) vertaald: zijn Ibis, een schimpdicht op Apollonius Rhodios, werd door Ovidius nagevolgd. Bewaard zijn een zestal hymnen, verder puntdichten en fragmenten van de Jamben, de Aitia en het kleine epos Hekale.
Uitgaven:
Door Schneider (2 dln. 1870-73; met de toenmaals bekende fragmenten); door Cahen (met Franse vert. 3e dr. 1948); door R. Pfeiffer ( 2 dln. 1949-53); E. Howald en E. Staiger, Die Dichtungen des Kallimachos (1955; Duits vert. met comment.);
C.A. Trypanis (1958; tekst met Engelse vert.)
Literatuur:
W, Wimmel, Kallimachos in Rom (1960)
K.J. McKay, The poet at play (1962)
K.J. McKay, Erysichthon (1962)
G. Capovillam Callimacao (2 dln. 1967)