HADEWYCH
Nederlands dichteres – Ca. 13de eeuw in Brabant.
Zij was mogelijk van voorname afkomst en behoorde waarschijnlijk tot de religieuze vrouwenbeweging in Brabant. Haar monumentaal proza grijpt aan door de persoonlijke beeldspraak en de sterke welluidendheid. Haar poëzie behoort tot de onveranderlijke wereldlyriek en werd o.m. in het Duits, het Frans en het Italiaans vertaald. Van de mystiek uitgedrukt in de eigen volkstaal is zij, samen met Beatrijs van Nazaret, de bron of althans het uitgangspunt. Haar Visioenen vertolken persoonlijke en intieme verzuchtingen als gevolg van het streven van haar ziel naar vereniging met God.
Haar Brieven treffen door strenge redenering en diepte van gedachten in de toelichting van haar opvatting van het goddelijk liefdeleven.
De Strofische gedichten vertolken de minnesmart in de vorm en naar de motieven van de Provençaalse minnepoëzie. De zestien paarsgewijs rijmende Mengeldichten zijn van meer didactische Aard.
Uitgave:
Visoenen (1925)
Strofische gedichten (1942)
Brieven (1947)
Mengeldichten (1952)
Literatuur:
Nationaal Biografisch Woordenboek (1964)
Hadewych.
Links: het titelblad van een handschrift (ca. 1350) van Hadewychs werken
Rechts: een pagina uit het handschrift.
Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit.