HADAD (Adad)
Vooraziatische regen- en onweersgod
In de oudheid Vooraziatische regen- en onweersgod, geïdentificeerd met de Soemerische god Isjkoer, die als regengod zoon van de hemelgod An was. Enerzijds is hij de weldoener, de heer van de overvloed (de vruchtbaarheid hangt vooral in Noord-Mesopotamië van de regen af), anderzijds is hij de geduchte, wrekende en verwoestende god vanwege het geweld van zijn stormen. Hij was vermoedelijk de god van de bedoeïenen, die zich vooral in het tweede gedeelte van de zgn. tweede tussentijd van de macht in Babylonië meester maakten. Hij werd niet minder dan in Mesopotamië ook in geheel Syrië vereerd. Gewoonlijk wordt hij staande op een stier (zijn symbooldier) afgebeeld met bliksemschichten of ook wel een bijl in de hand. Verschillende koningsnamen in de oudheid zijn met zijn naam samengesteld, een bewijs van zijn betekenis.
Literatuur:
A.Vanel: L’iconographie du dieu de l’ orage dans le Proche-Orient ancien jusqu’au 7me siècle avant J.C. (1965)
Hadad, afgebeeld op een stele
(8e eeuw v.C.) uit Arslan-Tasj
Louvre, Parijs
horse rider on Naquane rock n. 50 (Valcamonica)