Personal tools
You are here: Home G Ga GAAG, Lotti van der
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

GAAG, Lotti van der

by admin last modified 2004-04-24 04:39 PM

Nederlands beeldhouwster, schilderes (1923-1999)

* 1923 - † 19 februari, 1999 Nieuwegein
GAAG, Lotti van der

 

Met grote moed en eigenzinnigheid heeft beeldend kunstenaar Lotti van der Gaag, die vrijdagmorgen in Nieuwegein is overleden, de laatste jaren geleefd. Hoewel zij haar handen nauwelijks meer kon gebruiken en met moeite ademhaalde, vervaardigde zij nog een lange reeks tekeningen.

Ze droomde er zelfs van terug te  gaan naar haar atelier in Parijs.

Lotti die haar voornaam als kunstenaarsnaam gebruikte, behoorde met de beelden die zij vanaf 1948/49 maakte, ten volle tot de experimentele avant-garde van de jaren vijftig. Bovendien was zij, binnen de toen nog zeer traditionele beeldhouwkunst in Nederland, door de vrije wijze waarop zij met klei omging,een van de weinige pioniers die  zochten naar nieuwe mogelijkheden.

Het was op de Vrije Academie in den Haag waar zij zich, gestimuleerd door haar leermeester Livinus van de Bundt, eind jaren veertig voor het eerst geheel overgaf  aan de klei en aan de  beelden die uit haar onderbewuste bovenkwamen. De circa honderdvijftig, soms beangstigende, fantasiewezens die zij in hoog tempo maakte, stonden aan het begin van een  omvangrijk oeuvre, waarin oerbeelden of archetypen het hoofdmotief vormen: een volk van wezens dat uit half dier-, half mens-figuren bestaat.

Geïntrigeerd door het werk van belangrijke beeldhouwers uit Parijs, dat zij in het Stedelijk Museum in Amsterdam had gezien, vertrok Lotti eind 1950 naar de Franse hoofdstad. Het  lukte haar daar les te krijgen van  Osip Zadkine. Via de dichter Simon Vinkenoog, model van deze  beeldhouwer, kwam zij al snel in contact met Karel Appel en Corneille, die zojuist in een huidenpakhuis in de Rue Santeuil een  werkruimte hadden gevonden.

GAAG, Lotti van der 

Ook Lotti richtte daar een atelier in. Onder primitieve  omstandigheden - onder de vloer lagen stinkende koeienhuiden te  drogen, er was maar één kraantje en geen toilet - trok Lotti, zoals Appel en Corneille dit voornamelijk in verf deden, zich terug in haar fantasiewereld van klein.  Corneille hielp haar soms ongezien wat klei in haar rugzakje te stoppen na een lesdag bij Zadkine. En dan waren er natuurlijk ook hun gemeenschappelijke feesten, zoals Sint Nicolaasavond rond de potkachel.

Ongetwijfeld beïnvloed door de wijze waarop Zadkine ruimte in zijn beelden toeliet, ging Lotti haar beelden openwerken. Zij ontwikkelde een ingenieuze techniek waarbij zij de klei aanbracht rond een armatuur. Kenmerkend werd een spel van rond elkaar geweven vormen, waaruit die zowel herkenbare als vegetatieve wezens opdoken.

De Nederlandse leden van de  Cobragroep, als Appel, Lucebert en Corneille, sloten haar niet in de  armen, maar bleven  haar beschouwen als buitenstaanster.

Hoewel Appel en Corneille niet op het idee kwamen haar eens een  plaatsje te geven in hun Cobra-tentoonstellingen, werd Lotti al vanaf 1952 door autoriteiten als Willem Sandberg, Hans Jaffé en Wim Beeren  als een van de ‘experimentelen’  beschouwd. Lotti kende in de jaren vijftig en zestig veel succes met haar werk. Naast solo-exposities,m zoals in 1962 in het Stedelijk in Amsterdam en in 1965 in het Haags Gemeentemuseum, behoorde zij tot de andere  koplopers op belangrijke nationale en internationale tentoonstel-lingen. Zij kreeg ook heel wat  monumentale opdrachten.

Bij de nog maar pas  afgesloten overzichtstentoonstelling in het Amstelveense Cobramuseum van plastieken van de Cobra-groep, heeft tentoonstellings-samensteller Willemijn Stokvis geprobeerd Lotti van de  Gaag de plaats te geven die haar toekomt: langszij de  kunstenaars van Cobra.

Maar bijvoorbeeld Corneille vond het bij de opening van die expositie opportuun om luidkeels zijn  bezwaar te laten horen tegen de  aanwezigheid van werk van  Van der Gaag temidden van dat van haar mannelijke  ‘vrienden’. Het formele argument voor die afwerende houding is te kinderachtig om ernstig te nemen: Lotti was in de winter van  1948 niet aanwezig in het Parijse café waar Cobra werd  opgericht. Ze kwam te laat naar Parijs.

GAAG, Lotti van der 

Toch besloot zij in 1974 te stoppen met beeldhouwen  omdat ze de bronsgieter niet  kon betalen., Al in 1960, in de Rue  Santeuil, waar zij nog tot in 1962 woonde, had zij de draad van  haar schilderen, van vóór 1948, weer opgepakt. Bijna tot haar dood zou ze dit oeuvre verder uitbreiden. Eerst met doeken en papier vol aard- en zandtinten, pas later kregen haar  fantasiewezens felle kleuren. Kenmerkend voor haar zeer eigen  schilder-techniek is, net als in haar sculpturen, het verweven van vormen en een structuur van streepjes, ontstaan door verf weg te halen met bijvoorbeeld de steel van een  klepel,

Lotti behoort met haar beelden, schilderijen en tekeningen geheel tot die grote, in vele  landen zich manifesterende groep van kunstenaars die - na 1945 - vooral de materie benadrukten.

Evenals de Cobrakunstenaars onderscheidde zij zich met haar werk, in die ook wel ‘Informele Kunst’ genoemde stroming, door de fantasiewezens die zij uit die materie wist op te roepen.

Zij heeft met haar ruimtelijk, bizar en humoristisch werk een bijdrage geleverd tot de internationalisering van de Nederlandse beeldhouwkunst.

Tot haar monumentale werken behoort o.a. een 4 m. hoge plastiek in brons bij het Nijmeegs Lyceum.


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004