FATIMIDEN
Arabisch vorstenhuis (909-1177)
|
Arabisch vorstenhuis dat van 909 tot 1177 over Noord-Afrika en (sedert 969) over Egypte heerste. Met de steun van de Berberstammen wisten hun stamvader Sa'id ibn Hoesein, die later de meer godsdienstige naam Oebaid Allah, de Messias, aannam, en zijn zoon de Aghlabiden dynastie in Tunis ten val te brengen. De naam Fatimiden kan erop wijzen dat de dynastie via Fatimah rechtstreeks van Mohammed afstamt. Na de verovering van Egypte werd dit gebied gekozen als centrum van de dynastie, met een nieuwe hoofdstad, al Kahira, later verbasterd tot Caïro. Een groot deel van Syrië en Palestina stond ook onder de macht der Fatimiden.
Seldjoeken en kruisvaarders verdrongen hen daar weer, nadat ca. 1000 Noord-Afrika ten westen van Egypte reeds verloren was gegaan. Na de dood van AI-Adid, de laatste van deze dynastie, viel Egypte in handen van de dynastie der Ajjoebiden. De Fatimiden zelf en hun naaste omgeving volgden de wetsuitleg van de Sji-itische school der neo-ismaïlieten. Onder de Fatimiden namen kunst en cultuur een zeer hoge vlucht; zo bevatte de paleisbibliotheek bijv. 18000 boekwerken. Voor een zwarte bladzijde in de geschiedenis der Fatimiden zorgde echter de kalief al-Hakim, berucht om zijn wreedheden en de verwoesting van christenkerken # |
