Personal tools
You are here: Home F Fao FARIÑA, Mimi
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

FARIÑA, Mimi

by admin last modified 2008-03-22 10:45 AM

Amerikaans Popartiste (1945- )

David Hajdu: Positively 4th street. The lives and times of Joan Baez, Bob Dyfan, Mimi Baez Fariña, and Richard Fariña. Farrar, Straus and Giroux,

328 blz. f 77.85

De vorige week overleden Mimi Fariña, in 1945 geboren als Mimi Margaritha Baez, moet een edel mens geweest zijn. Als hoofd en hart van de vrijwilligersorganisatie Bread & Roses zorgde zij er sinds 1974 telkens weer voor dat gerenommeerde artiesten, van haar oudere zus Joan Baez tot rockdinosaurus Neil Young, het grauwe bestaan van gevangenen, geesteszieken en weeskinderen kwamen opfleuren met een gratis miniconcert in kantine of slaapzaal.

Dat Mimi Fariña zelf ooit een verdienstelijk popartieste was, en in haar prille jeugd beter viool speelde dan zus Joan de ukelele, deed er bij die gelegenheden niet zo toe. Zoals er ook niet gememoreerd werd dat Mimi Fariña in 1965 op het prestigieuze Newport Folk Festival samen met haar man Richard Fariña meer applaus oogstte dan Bob Dylan die – foei! - 'elektrisch ging' .


Wie goed doet goed ontmoet, wil het spreekwoord. Maar de werkelijkheid wil vaak anders. Dat wordt duidelijk uit Positively 4th street, het groepsportret van Mimi, Joan, Bob en Richard van David Hajdu dat recent verscheen in het kielzog van Howard Sounes' Dylan-biografie Down the highway.

Veel wijn vloeide er door de Vierde Straat, de levensader van de New-Yorkse bohémienwijk Greenwich Village waar begin jaren zestig de folkrevival opbloeide. Veel gezang klonk op uit de koffiekeldertjes waar Pete Seeger, Bob Dylan, Joan Baez, Phil Ochs en andere folkniks het kwaad in de wereld te lijf gingen met gitaar en mondharmonica.

De relatie die binnen dit romantische tegen milieu opbloeide tussen Mimi Baez en de acht jaar oudere latin lover Richard Fariña, vertoont veel trekjes van een verstandshuwelijk. Symbolisch komt dat goed tot uiting in de aftiteling van de twee LP's die de echtelieden in 1965 opnamen. Op de eerste, Celebrations for a grey day, staat Mimi nog als eerste vermeld; op de tweede, Reflections in a chrystal mind, staat Richard bovenaan.

Hajdu brengt de berekenende strategieën van Richard Fariña, niet alleen ten opzichte van zijn vrouw, met gedistantieerde betrokkenheid in kaart. Zonder de destijds alom ten gehore gebrachte klaagzangen over het zielige Amerika weg te draaien. En met veel oog voor het historisch decor waartegen dit eerste bedrijf van de sixties plaatsvond: Cubacrisis, rassenrellen, Vietnam-oorlog. Echt spannend wordt zijn boek vooral in het verslag van de strijd die Richard Fariña uitvocht met een heel wat minder gewillige prooi: Bob Dylan.

Zowel Dylan als Fariña waren volgens Hajdu allesbehalve happy met de Folkrevival die hen een eerste podium verschafte. Fariña vond al snel dat de aandoenlijk primitieve recht-toe-recht-aan melodieën wel een stevige beat konden gebruiken. Dylan kwam na zijn strooptocht langs soms eeuwenoude klassiekers al even snel tot de conclusie dat zijn geest te groot was voor het uniform dat hij zich had aangemeten.

Uiteindelijk zou Dylan met zijn vijfde LP, Bringing it all back home, als eerste de wetten van de folk zo ontregelen dat er geen folk meer overbleef. Een nieuw genre was geboren: folkrock. Het had echter weinig gescheeld, aldus Hajdu, of Fariña was met de eer gaan strijken. Diens debuut LP, eerder opgenomen dan Dylans vijfde maar later uitgebracht, bevatte minstens twee nummers waarin voor het eerst een poging werd gedaan om 'volwassen poëtische teksten' te verbinden met de hippe klanken van de rock 'n roll.

Formeel gesproken scoort Hajdu hier een punt, maar aan een evaluatie van het resultaat van deze poging komt hij helaas niet toe. Waarschijnlijk omdat in een vergelijking tussen Fariña's 'Reno Nevada' en 'One-way ticket' en, om iets te noemen, Dyla 'Subterranean homesick blues' en 'Maggie's farm' Fariña het op alle punten zou afleggen. Of heeft het Ballotagecomité voor het canon van de popmuziek de afgelopen vijfendertig jaar zitten slapen?

Ambitieus en eerzuchtig was hij zeker de man van Mimi Fariña. Groot moet dan ook zijn triomf zijn geweest toen in april 1966 zijn eerste literaire roman Benn down so long it looks like up to me gepubliceerd werd, terwijl Dylan nog niet verder was dan wat losse vellen uiterst experimenteel proza.

Hoe Fariña's roman vervolgens uitgroeide tot een van de cultboeken, de sixties, mocht de auteur echter niet meemaken.

 


Twee dagen na de presentatie maakte hij een ritje op de buddysit van een Harley Davidson Sportster en zag definitief een einde aan al zijn dromen ambities.

Drie maanden later blokkeerde achterwiel van Dylans Triumph 650 Bonville, maar hij overleefde het.

Volgens de wetten van de popmuziek had Fariña hierna als te vroeg gestorven belofte moeten voortleven, had Dylan moeten verhuizen naar een bejaardenhuis. 'Hier die mondharmonica, opa!' Ook dat liep echter anders en 'ook dat zegt iets over de krachtsverhoudingen in het duel Fariña - Dylan.

Hajdu heeft dat duel misschien te serieus genomen, zoals hij ook de tweestrijd Bob Dylan -Joan Baez, die zich in dezelfde periode afspeelde, minutieus in kaart brengt. Ook dat geve, wordt in het voordeel van Dylan beslist, maar aanvankelijk zag het daar niet naar uit. En dat maakt dat duel, en Hajdu’s verslag daarvan, wel zo spannend.

#

Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004