FANGIO, (Jose) Manuael
Argentijns autocoureur (1911-1995).
|
* 24.6.1911 Balcare - † 18.7.1995
Hij onderscheidde zich in plaatselijke wedstrijden tot 1946, aan het stuur van een Ford Special, totdat de Italiaanse kampioen Achille Varzi hem als leerling aannam en voorbereidde op internationale wedstrijden, waarin hij tenslotte in Frankrijk (1948) debuteerde met een Simca Gordini. Gedurende zijn coureurcarrière werd Fangio vijfmaal wereld kampioen (1951 met Alfa Romeo; 1954 met Masewrati-Mercedes; 1955 met Mercedes; 1956 met Ferrari; 1957 met Maserati) Tot zijn andere grote overwinningen behoren: de Grote Prijs van Argentinië met Maserati (1954) en met Mercedes (1955); de Grote Prijs van België met Maserati (1954) en met Mercedes (1955); de Grote Prijs van Buenos Aires met Mercedes (1955); de Grote Prijs van Europa met Alfa Romeo, samen met Luigi Fagioli als koppel (1951) en met Mercedes (1954); de Grote Prijs van Italië met Maserati (1953) en met Mercedes (1954-55). In 1958 heeft hij zijn wedstrijdactiviteiten gestaakt. Hij wijdt zich thans aan zijn autobedrijven in Brazilië en aan het opleiden van jonge autocoureurs. Al op zeer jonge leeftijd kwam Fangio achter het stuur terecht. Omdat hij, zoals hij op latere leeftijd graag mocht vertellen, met zijn vrienden weleens “dingen uithaalde die eigenlijk niet konden". “Als we dan op de vlucht sloegen, moest ik altijd rijden. Omdat ik dat het beste kon. “Zo is het allemaal begonnen. Fangio begon zijn racecarrière als mechanicus van een T-Ford. In 1934 debuteerde hij als wedstrijdrijder. In de jaren daarop startte hij in eigen land vooral in races die over extreem lange afstanden gingen. In 1948 werd Fangio met enkele landgenoten door de Argentijnse president Juan Peron, zelf een groot liefhebber van de auto sport, naar Europa gestuurd, om daar aan wedstrijden deel te nemen.
|

