FAMARS TESTAS, Willem de
Nederlands schrijver
|
Realistische reisschetsen Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden (Rapenburg 28) heeft tot en met 12 maant een expositie gewijd aan het leven en werk van de Nederlandse kunstenaar Willem de Famars Testas (1884-1896). Deze telg uit een niet onbemiddeld koopmansgeslacht - kreeg gedurende zijn leven vooral bekendheid door reisschetsen van Egypte en het Nabije Oosten. Aanleiding voor de tentoonstelling is de vondst enkele jaren geleden van Testas' dagboeken, brieven en documentatie in het archief van het Rijksmuseum van Oudheden. Aangenomen wordt dat deze handschriften daar in 1989 zijn beland, toen Testas' zoon een door zijn vader gevonden Egyptisch amulet aan het museum verkocht Met het oog op de samenstelling van de expositie leidde een zoektocht naar werk van Testas onder meer naar het Rijksprentenkabinet in Amsterdam en het Haarlemse Teylers Museum, dat in het bezit was van mappen met werktekeningen en academiewerk. Beide collecties zijn eveneens op de expositie in het Leidsmuseum te vinden Willem de Famars Testas werd in Utrecht geboren Na een opleiding aan de Haagsche Teekenacademie kreeg hij de kans om met de Franse geleerde Emile Prisse d’Avennes (een ver familielid van hem) naar Egypte te gaan. Deze reis, die aanvankelijk slechts vijf maanden zou duren, liep uiteindelijk uit tot een verblijf van twee jaar. In deze periode deed Testas een schat aan ervaringen op die hij deels vastlegde in tekeningen en aquarellen Bij terugkeer werd hij de enige Nederlandse kunstenaar die zich specialiseerde in het Oriëntalisten, een stroming in de 19de eeuwse kunst die vooral in Engeland en Frankrijk zeer populair was. In 1868 vertrok Testas opnieuw naar het Nabije Oosten voor een tocht naar Palestina en Syrië, die hij grotendeels per kameel maakte. Na zijn terugkeer teerde hij voor de rest van zijn kunstenaarsleven op de tijdens beide reizen opgedane indrukken en maakte reisschetsen. De belangstelling voor zijn exotische olieverven en aquarellen nam evenwel snel af, waarna hij zich in Brussel vestigde. Daar werkte hij meer dan twintig jaar. Vijf jaar voor zijn dood kwam hij terug in Nederland. Hij stierf in 1896, in de wetenschap dat zijn realistische manier van werken was achterhaald. Boeiend De Egyptoloog M.J. Raven heeft uit de nagelaten brieven en het dagboek van Willem de Famars Testas een verhaal samengesteld en zocht er de reis-schetsen en tekeningen bij. Het resultaat is een boeiend en fraai geïllustreerd boek, getiteld Reischetsen uit Egypte, waarin we de kunstenaar op zijn reizen bijna op de voet kunnen volgen Het werk is verkrijgbaar in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden (Prijs f 35,-. )
EX ORIENTE LUX De Schllder:karavuan 1868 *) door naar een ongepubliceerd handschrift Uit het Frans vertaald, ingeleid en geannoteerd door dr. M. J. Raven 204 blz., Peeters 1993, f 70,--ISBN 90 6831 446 7I Na het verschijnen van de beroemde Description d'Egypte, vervaardigd door de in het kielzog van Napoleons leger meegetrokken kunstenaars en wetenschappers ontstond er in Europa een enorme belangstelling voor de nieuwe en exotische wereld van 'de Oriënt'. Soms alleen, maar meestal in groepjes, trok een steeds groeiende groep nieuwsgierigen langs de Nijl tot diep in Soedan en later ook naar Jordanië, Syrië en tenslotte zelfs naar Irak en Iran. Tijdens deze reizen werden door wetenschappers (voornamelijk archeologen en theologen) graven geopend, inscripties ontcijferd en eeuwenlang onder het zand verborgen tempels blootgelegd. Tegelijkertijd probeerden kunstenaars de Oosterse werkelijkheid op papier of doek vast te leggen. Van de meeste van deze expedities bestaan verslagen in de vorm van wetenschappelijke verhandelingen, reisboeken of schilderijen en tekeningen. Maar dat zijn bijna altijd achteraf vervaardigde bewerkingen van de reiservaringen. Ongecensureerde dagboeken, ter plekke opgeschreven en niet bedoeld voor publikatie, met daarin opgenomen alle triviale zaken die het dagelijks leven tijdens zo'n expeditie bepaalden, zijn zeer zeldzaam. Alleen al daarom vormen de dagboeken van de Nederlandse schilder Willem de Famars Testas bijzondere documenten. De Famar Testas maakte twee lange reizen naar de Levant. De eerste, die van 1858 tot 1860 duurde, maakte hij mee als tekenaar in dienst van Emille Prisse d'Avennes, een briljante maar zeer onsympathieke Franse Egyptoloog. En hoewel d'Avennes later met de eer streek, zijn veel tekeningen en aquarellen in diens be roemde L'Histoire de l'Art Egyptienne van de hand van De Famars Testas. Na zijn terugkeer trokken zijn 'Oosterse werken' niet alleen in Nederland aandacht. Ook de in Brussel gevestigde, en in het Oriëntalisme gespecialiseerde galerie van de Parijse firma Goupil toonde interesse. Mede daardoor kwam hij in contact met Jean-Leon Gerome (1824-1904) die destijds werd beschouwd als de ongekroonde koning van het Franse Oriëntalisme. Toen deze hem in het voorjaar van 1867 voorstelde samen een nieuwe reis naar de Oost te ondernemen, nam De Famars Testas, ondanks zijn slechte ervaringen, de uitnodiging onmiddellijk aan. Tijdens beide reizen hield hij een uitvoerig dagboek bij. Het dagboek van zijn eerste 'Egyptische reis' verscheen in 1988 als onderdeel van de catalogus bij een aan zijn schilderijen gewijde tentoonstelling onder de titel Willem de Famars Testas. Reisschetsen uit Egypte (Gary Schwartz 1 SDU). Onlangs verscheen ook het verslag van zijn tweede reis. Maarten Raven, conservator van de Egyptische afdeling van het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden (die ook de uitgave van het eerste dagboek verzorgde) heeft dit journaal, waarvan het handschrift zich in het archief van zijn museum bevindt, uit het Frans vertaald en bewerkt. Van alle Nederlandse 'Oriëntalisten is De Famars Testas de enige die kan bogen op een lang verblijf in het Midden-Oosten. In tegenstelling tot hun Engelse en Franse collegae werkten de Nederlandse Oriëntalisten hoofdzakelijk in de veilige omgeving van hun Hollandse ateliers. Inspiratie putten zij uit de werken van hun buitenlandse vakbroeders die wel de Levant hadden bereisd, of zij bedienden zich van de platenatlassen van archeologen als Prisse d'Avennes, Belzoni en Lepsius of van de fotoalbums van Marcelle Du Camp. Werd de eerste reis van De Famars Testas vooral gekenmerkt door ongemakken, ziektes en persoonlijke ruzies, de tweede trip komt uit het nu gepubliceerde dagboek naar voren als het toppunt van harmonie en gemak. Het ernstigste wat de reizigers overkomt, is een zieke reisgenoot en de opdringerige manier waarop ze in Petra (de beroemde ruïnestad in Jordanië die pas twintig jaar daarvoor was herontdekt) door de bedoelenen worden behandeld. De dagboeken van Willem de Famars Testas vormen, ondanks het feit dat hij geen groot stilist is, verrassende literatuur. Niet alleen blijkt hij een scherp observator van de toen voor de meeste Europeanen nog zo onbekende wereld, ook verschaft hij een goed inzicht in hoe zo'n kunstenaarsexpeditie tot stand kwam, hoe men reisde en vooral hoe men ter plekke werkte. Tekening uit 1860 - ‘haremvrouwen die er niet in slagen de farao te bekoren’
Illustratie van Famars uit de editie van Jacob van Lenneps ‘Klaasje Zevenster’ uit 1890 Studenten ontvangen een baby van Sinterklaas’
|

