Personal tools
You are here: Home F Fall FAMARS TESTAS, Willem de
Document Actions

FAMARS TESTAS, Willem de

by admin last modified 2008-02-25 08:02 PM

Nederlands schrijver

Realistische reisschetsen

Het Rijksmuseum   van Oudheden in Leiden (Rapenburg 28) heeft tot en met 12 maant een expositie gewijd aan het leven en werk van de Nederlandse kunstenaar Willem de Famars Testas (1884-1896). Deze telg uit een niet onbemid­deld   koopmansge­slacht - kreeg geduren­de zijn leven vooral bekendheid door reisschetsen van Egypte en het Nabije Oosten.

Aanleiding voor de tentoonstelling is de vondst enkele jaren geleden van Testas' dagboeken, brieven en documentatie in het archief van het Rijksmuseum van Oudhe­den.

Aangenomen wordt dat deze hand­schriften daar in 1989 zijn beland, toen Te­stas' zoon een door zijn vader gevonden Egyptisch amulet aan het museum verkocht

Met het oog op de samenstelling van de expositie leidde een zoektocht naar werk van  Testas  onder meer naar het Rijks­prentenkabinet in Am­sterdam en het Haar­lemse Teylers Muse­um, dat in het bezit was van mappen met werktekeningen en academiewerk. Beide collecties zijn eveneens op de expositie in het Leidsmuseum te vinden

Willem de Famars Testas   werd   in Utrecht geboren Na een opleiding aan de Haagsche Teekenaca­demie kreeg hij de kans om met de Fran­se geleerde  Emile Prisse d’Avennes (een ver  familielid  van hem) naar Egypte te gaan. Deze reis, die aanvankelijk  slechts vijf maanden zou du­ren, liep uiteindelijk uit tot een verblijf van twee jaar. In deze pe­riode deed Testas een schat aan ervaringen op die hij deels vastlegde in tekeningen en aquarellen

Bij terugkeer werd hij de enige Neder­landse kunstenaar die zich specialiseerde in het Oriëntalisten, een stroming in de 19de eeuwse kunst die voor­al in Engeland en Frankrijk zeer populair was.

In 1868 vertrok Te­stas opnieuw naar het Nabije Oosten voor een tocht naar Palesti­na en Syrië, die hij grotendeels per kameel maakte. Na zijn terugkeer teerde hij voor de rest van zijn kunstenaarsleven op de tijdens beide reizen opgedane indrukken en maakte reisschetsen. De belangstelling voor zijn exotische olieverven en aquarellen nam evenwel snel af, waarna hij zich in Brussel vestigde. Daar werkte hij meer dan twintig jaar. Vijf jaar voor zijn dood kwam hij  terug in Nederland. Hij stierf in 1896, in de wetenschap dat zijn realistische manier van werken was achterhaald.

Boeiend

De Egyptoloog M.J. Raven heeft uit de na­gelaten brieven en het dagboek van Willem de Famars Testas een verhaal samengesteld en zocht er de reis-schetsen en tekenin­gen bij. Het resultaat is een boeiend en fraai geïllustreerd boek, ge­titeld Reischetsen uit Egypte, waarin we de kunstenaar op zijn rei­zen bijna op de voet kunnen volgen Het werk is verkrijgbaar in het Leidse Rijksmu­seum van Oudheden (Prijs f 35,-. )

 

EX ORIENTE LUX De Schllder:karavuan 1868 *)

door naar een ongepubliceerd handschrift Uit het Frans vertaald, ingeleid en geannoteerd door dr. M. J. Raven 204 blz., Peeters 1993, 

 f 70,--ISBN 90 6831 446 7I

Na het verschijnen van de beroemde Description d'Egypte, vervaardigd door de in het kielzog van Napole­ons leger meegetrokken kunstenaars en wetenschappers ontstond er in Europa een enorme belangstelling voor de nieuwe en exotische wereld van 'de Oriënt'. Soms alleen, maar meestal in groepjes, trok een steeds groeiende  groep  nieuwsgierigen langs de Nijl tot diep in Soedan en later ook naar Jordanië, Syrië en tenslotte zelfs naar Irak en Iran. Tij­dens deze reizen werden door weten­schappers (voornamelijk archeologen en theologen) graven geopend, ins­cripties ontcijferd en eeuwenlang on­der het zand verborgen tempels blootgelegd. Tegelijkertijd probeer­den kunstenaars de Oosterse werke­lijkheid op papier of doek vast te leggen.

         Van de meeste van deze expedities bestaan verslagen in de vorm van wetenschappelijke  verhandelingen, reisboeken of schilderijen en teke­ningen. Maar dat zijn bijna altijd achteraf vervaardigde bewerkingen van de reiservaringen. Ongecensu­reerde dagboeken, ter plekke opge­schreven en niet bedoeld voor publi­katie, met daarin opgenomen alle tri­viale zaken die het dagelijks leven tijdens zo'n expeditie bepaalden, zijn zeer zeldzaam.

    Alleen al daarom vormen de dagboeken van de Neder­landse schilder Willem de Famars Testas bijzondere documenten.

De Famar Testas maakte twee lange reizen naar de Levant. De eerste, die van 1858 tot 1860 duurde, maakte hij mee als tekenaar in dienst van Emille Prisse d'Avennes, een briljan­te maar zeer onsympathieke Franse Egyptoloog. En hoewel d'Avennes later met de eer streek, zijn veel te­keningen en aquarellen in diens be roemde   L'Histoire   de   l'Art Egyptienne van de hand van De Fa­mars Testas.

    Na zijn terugkeer trokken zijn 'Oos­terse werken' niet alleen in Neder­land aandacht. Ook de in Brussel ge­vestigde, en in het Oriëntalisme ge­specialiseerde galerie van de Parijse firma Goupil toonde interesse. Mede daardoor kwam hij in contact met Jean-Leon Gerome (1824-1904) die destijds werd beschouwd als de on­gekroonde koning van het Franse Oriëntalisme. Toen deze hem in het voorjaar van 1867 voorstelde samen een nieuwe reis naar de Oost te on­dernemen, nam De Famars Testas, ondanks zijn slechte ervaringen, de uitnodiging onmiddellijk aan.

    Tijdens beide reizen hield hij een uitvoerig dagboek bij. Het dagboek van zijn eerste 'Egyptische reis' ver­scheen in 1988 als onderdeel van de catalogus bij een aan zijn schilderij­en gewijde tentoonstelling onder de titel Willem de Famars Testas. Reisschetsen  uit  Egypte  (Gary Schwartz 1 SDU).  Onlangs  ver­scheen ook het verslag van zijn twee­de reis. Maarten Raven, conservator van de Egyptische afdeling van het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden (die ook de uitgave van het eerste dagboek verzorgde) heeft dit journaal, waarvan het handschrift zich in het archief van zijn museum bevindt, uit het Frans vertaald en bewerkt.

Van alle Nederlandse 'Oriëntalisten is De Famars Testas de enige die kan bogen op een lang verblijf in het Midden-Oosten. In tegenstelling tot hun Engelse en Franse collegae werkten de Nederlandse Oriëntalis­ten hoofdzakelijk in de veilige omge­ving van hun Hollandse ateliers. In­spiratie putten zij uit de werken van hun buitenlandse vakbroeders die wel de Levant hadden bereisd, of zij bedienden zich van de platenatlassen van archeologen als Prisse d'Aven­nes, Belzoni en Lepsius of van de fotoalbums van Marcelle Du Camp.

    Werd de eerste reis van De Famars Testas vooral gekenmerkt door onge­makken, ziektes en persoonlijke ru­zies, de tweede trip komt uit het nu gepubliceerde dagboek naar voren als het toppunt van harmonie en ge­mak. Het ernstigste wat de reizigers overkomt, is een zieke reisgenoot en de opdringerige manier waarop ze in Petra (de beroemde ruïnestad in Jor­danië die pas twintig jaar daarvoor was herontdekt) door de bedoelenen worden behandeld.

         De dagboeken van Willem de Fa­mars Testas vormen, ondanks het feit dat hij geen groot stilist is, ver­rassende literatuur. Niet alleen blijkt hij een scherp observator van de toen voor de meeste Europeanen nog zo onbekende wereld, ook verschaft hij een goed inzicht in hoe zo'n kun­stenaarsexpeditie tot stand kwam, hoe men reisde en vooral hoe men ter plekke werkte.

Tekening uit 1860 - ‘haremvrouwen die er niet in slagen de farao te bekoren’ 

 

Illustratie van Famars uit de editie van Jacob van Lenneps ‘Klaasje Zevenster’ uit 1890  Studenten ontvangen een  baby van Sinterklaas’


#


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004