FALL, Leo
Oostenrijks componist (1873-1925)
|
* Olmütz 2.2.1873 - † Wenen 16.9.1925. Hij studeerde enige tijd aan het conservatorium te Wenen, waar hij zich in 1906 vestigde. Als componist van cabaretmuziek en opera's werd hij nauwelijks opgemerkt; zijn operette Der fidele Bauer maakte hem echter op slag beroemd. De vele en merendeels succesvolle operettes die volgden, stempelen hem tot een der meest vakbekwame en elegante operettecomponisten van zijn tijd, een voortzetter van de Weense traditie. In de jaren twintig nam hij ook moderne dansritmen op in zijn muziek, maar bleef toch de wals trouw.
Werken: operettes o.a. Der Rebell (1905) Der liebe Augustin, (1912), 2de vr Rechts: Leo Fall in Berlijn - 1912
Der fidele Bauer (1907), Die Dollarprinzessin (1907), Brüderlein fein (1909), Das Puppenmädel (1910), Der ewige Walzer (1912), Die Rose von Slambul (1916), Die spanische Nachtigall(1920), Madame Pompadour (1922),
Onder: Manfred Illing (René) en Josephine Engelskamp (Pompadour) in Leo Falls 'Madame Pompadour', Nürnberg 1981
Leo Fall behaalde het ene succes na het andere, zowel in de Oude als in de Nieuwe Wereld. Vooral zijn operette Madame Pompadour die in 1923 in Wenen in wereldpremière ging, werd een hit. Net als in Die Rose von Stambul creëerde ook hier de veel bewonderde Fritzi Massary de titelrol. Na zijn studie aan het Weense conservatorium speelde de componist, naast Franz Lehár viool in een militaire kapel. Een tijd lang was hij werkzaam als violist en pianist in Berlijn, voordat hij na een intermezzo in Hamburg als huiscomponist voor het Berlijnse cabaret Die bösen Buben chansons schreef en ten slotte naar Wenen verhuisde. In 1907 ging hier in het CarI-theater de Dollarprinzessin in première. Naast Franz Lehár, Oscar Strauss en Emmerich Kálmán behoort Leo Fall tot de bekendste componisten van de tweede bloeitijd van de Weense operette. Op de leeftijd van 24 jaar werd Jeanne Antoinette Poisson, de latere markiezin de Pompadour, de maîtresse van koning Lodewijk XV Aan het hof werd zij als gewone bourgeoise gehaat en in versjes bespot, maar op de koning had zij een sterke politieke invloed. Het verbond met Oostenrijk tegen Pruisen en Engeland, waardoor Frankrijk zich in de Zevenjarige Oorlog stortte, was niet in de laatste plaats haar werk. In hun operette Madame Pampadour gingen Rudolf Schanzer en Ernst Welisch zeer vrij om met het historisch model. In de partituur van Leo Fall vinden we naast de gavotte, de favoriete dans van het Franse Rococo, het anachronisme van een grote wals, naast het spotlied op La Pompadour het populaire couplettenduet Ach, Joseph. In de titelrol vierde Fritzi Massary bij de Weense wereldpremière een van de grootste successen uit haar loopbaan. # |

