Personal tools
You are here: Home F Fal FALCONE, Giovanni
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

FALCONE, Giovanni

by admin last modified 2008-02-18 09:54 PM

Italiaans rechter (1939-1992)

ROME, 25 MEI 1992

Door onze correspondent  agt MARC LEIJENDEKKER

Giovanni Falcone was het levende bewijs dat de maffia niet onoverwinnelijk is.

Links: met zijn a.s. vrouw Francesca.

 

Niemand anders heeft met zoveel inzet en scherpzinnigheid en met zoveel succes de strijd aangebonden tegen de maffia. Hij was een symbool, een mythe bijna, een voorbeeld voor al dege­nen die geloven in morele en politieke vernieuwing in Italië.

“De maffia is een geheel van mensen, en net als alle mensen heeft zij een begin en een ein­de", zei Falcone. ,,De maffia is niet onverslaanbaar."

Het zou het motto van zijn le­ven kunnen zijn. Falcone kreeg als rechter in Palermo als eerste een peetvader van de maffia aan het praten. In Rome was hij als adviseur van minister van justitie Martelli verantwoordelijk voor een succesvolle koerswending in de strijd tegen de maffia. En Fal­cone was de belangrijkste kandi­daat voor de nieuwe post van 'su­perprocureur tegen de maffia', die leiding moet geven aan een afdeling van het openbaar minis­terie die zich uitsluitend met de maffia zou bezighouden.

Falcone heeft mensen hoop en vertrouwen gegeven en daadwer­kelijk laten zien dat de strijd te­gen de maffia met succes kan worden gevoerd. Daarom stond hij al jarenlang bovenaan de dodenlijst van de maffia. “Ik weet dat ik een rekening met de maffia heb openstaan", zei Falcone. “De maffia is als een panter. Snel bewegend, wild, en met het ge­heugen van een olifant. De maffia vergeet nooit."

Hij werd voortdurende be­dreigd. Twee keer is een aanslag op Falcone op het laatste moment verijdeld. Daarom was hij misschien wel de zwaarst be­waakte man van Italië. De prijs die Falcone moest betalen voor zijn missie was een bijna onmen­selijk leven. De huizen en kantoren waar hij woonde en werkte, veranderden in bunkers. Zijn 'huis' in Rome waren twee ka­mers in een politiekazerne. Al­tijd was er een groep lijfwachten om hem heen, met de mitrailleur in de aanslag. Als hij met vrien­den wilde eten, werd heel het restaurant ontruimd. Als hij naar het graf van zijn moeder wilde, moest iedereen van het kerkhof. Hij nam steeds een andere route, reisde steeds op een andere tijd, in andere auto's.

Eigenlijk was er maar een uit­zondering, en die is hem fataal geworden. Als het werk het toe­liet, ging hij zaterdags naar Pa­lermo. Naar zijn vrouw Frances­ca, die daar rechter was, naar zijn geboorte-eiland, dat hij on­danks alles diep beminde.

‘”Nec tecum nec sine te vivere possum", antwoordde Falcone als hem over Sicilië werd ge­vraagd - ik kan niet met en niet zonder je leven. “Het is een groot probleem om van een land en van mensen te houden die je tegelijkertijd verafschuwt, om je gelijk en verschillend te voelen", zei hij. “Met dit probleem zitten we allemaal als Sicilianen. Het is heel wat moeilijker Siciliaan te zijn dan Milanees. Misschien doe ik daarom dit werk. Want de maffia is niet Sicilië en de Sicili­aan is geen maffioos."

Falcone heeft in vraaggesprek­ken vaak gezegd dat hij heeft le­ren leven met de dreigementen. “Je krijgt een flinke dosis fata­lisme. Ik ben een Siciliaan. Voor mij is het leven evenveel waard 1 als een knoop aan mijn jasje. Je bent een man of je bent het niet. t Ik denk niet aan de dood."


Volgens Falcone was een van de geheimen van zijn succes dat hij ook uit Palermo komt. Hij werd in 1939 geboren in de volkswijk bij de Piazza della Rivoluzione. “Ik heb geleerd te denken zoals zij", zei hij. “Iede­re keer als het erom gaat een zet van de maffia te voorspellen, herhaal ik bij mezelf: Wat zou ik doen als ik maffioos was."

De doorbraak in zijn carrière kwam eind jaren zeventig, toen hij naar Palermo werd overge­plaatst. Hij kreeg al snel de maffiazaken onder zijn hoede waar­aan collega's zich niet waagden. De maffia reageerde in 1983 met een bomaanslag op een superieur van Falcone die op precies de­zelfde manier is vermoord als Falcone nu. Die liet zich niet af­schrikken en bedacht een nieuw spelletje met, zijn collega's: ze schreven hun eigen necrologieën zoals die zouden worden afge­drukt in de Giornale di Sicilia, een krant die niet wil weten dat de maffia bestaat.


Links: Giovanni Falcone en Paolo Borsellino

      Het grote succes van de maffiabestrijders kwam in 1986/87, toen in Palermo de maxi-proces­sen tegen honderden maffiosi te­gelijk werden gehouden. Giovan­ni Falcone was de geestelijke va­der van deze processen. Bijna al­le bewijzen en getuigenverkla­ring waren uiteindelijk terug te voeren op de informatie van Tommaso Buscetta, een peetva­der die door Falcone werd omvergehaald om mee te werken met de justitie.

Buscetta was de eerste van een reeks pentiti, spijtoptanten, die met Falcone zijn gaan sa­menwerken. Het was de grote detailkennis van Falcone die hen naar hem dreef, maar ook zijn opstelling. “Ik ben steeds erg voorzichtig geweest in mijn con­tacten met de maffia", zei hij. “Ik heb steeds een autoritaire of arrogante opstelling vermeden."

Een van de belangrijkste ideeën die Falcone heeft ontwikkeld, is dat de maffia een centraal ge­leide organisatie is. Er is een cu­pola, een overkoepelend orgaan met de belangrijkste peetvaders, dat de belangrijkste besluiten neemt. Daarom heeft hij er steeds voor gepleit het justitiële onderzoek naar de maffia beter te coördineren. Alleen zo komen dwarsverbanden aan het licht die anders verborgen blijven.

Falcone was ook de eerste maffiabestrijder die serieus onder­zoek begon te doen naar de fi­nanciële macht van de maffia, naar de operaties om de enorme winsten van de drugshandel wit te wassen. Ik hoef geen extra agenten, ik heb mensen nodig die een balans kunnen lezen en met een computer overweg kun­nen, zei hij. Maar het succes van Falcone was sommige collega's een doorn in het oog. Zijn gedre­venheid stak vaak schril af bij de passieve opstelling van andere rechters. In de zomer van 1988 werd er een lastercampagne te­gen hem gevoerd: Falcone zou pentiti hebben  aangemoedigd hun maffiategenstanders te ver­moorden. Onlangs is rechter Di Pisa uit Palermo daarvoor ver­oordeeld. Het is een van de Sici­liaanse paradoxen dat dezelfde Di Pisa mocht blijven werken en nu bezig is met het onderzoek naar de aanslag op Falcone.

Een jaar later, in de zomer van 1989, werd een aanslag te­gen Falcone op het laatste moment verijdeld. Bij een vakantie­huis werden, tussen de rotsblokken, tientallen staven dynamiet gevonden. Toen Falcone op uit­nodiging van minister van justi­tie Martelli naar het ministerie in Rome kwam, werd er gezegd dat Falcone bang was geworden.

Het tegendeel bleek waar. Voor het eerst werd er iets zicht­baar van een anti-maffiacampag­ne in Rome.


Martelli en zijn col­lega Scotti, van Binnenlandse Zaken, namen een reeks maatre­gelen die de maffia effectief onder druk zetten. Falcone was weg uit Palermo, maar hij bleek in Rome een nog geduchtere vij­and. Martelli wilde hem benoe­men tot superprocureur tegen de maffia, om Falcone in heel Italië de justitiële onderzoeken tegen de maffia te laten coördine­ren. Het zou hem nog gevaarlij­ker hebben gemaakt voor de maffia.

Het tekent de stijl van Falco­ne dat hij zich nooit heeft laten meeslepen door de lastercampag­nes tegen hem.

Hij heeft zich nooit laten verleiden tot boze uitvallen terug.

Giovanni Falcone was een bescheiden, vriende­lijke man, die zich noodgedwon­gen terughoudend opstelde en weinig mensen voor honderd procent vertrouwde. Hij heeft nooit het heldendom gezocht voor zichzelf. Het leven heeft me een missie gegeven die ik moet vervullen, zei hij vaak. ,,Ik ben geen Robin Hood, noch een kamikaze. Ik ben gewoon een dienaar van de staat.

Maffia - Cosa Nostra

Door: Giovanni Falcone & Marcelle Padovani

140 blz. De Kern 1992, vert. Ankie Heemskerk

(Cose di Cosa Nostra, 1991), ƒ 27,50

  lSBN 90 325 0408 8

Een week geleden immers heeft het Italiaanse Hof van Cassatie bepaald dat de getuigenissen van z(> genoemde pentiti (spijtoptanten) op zichzelf niet voldoende bewijs vor­men voor een veroordeling. Oud-pre­mier Andreotti zal de uitspraak met welgevallen hebben vernomen: de re­cente verklaringen van pentiti, dat Andreotti's vermoorde vriend Salvo Lima als bruggenhoofd heeft gefun­geerd tussen maffia en 'de politiek', hebben nu enigszins aan juridische kracht ingeboet.

Cosa Nostra, een samenvatting van twintig gesprekken die de correspon­dente van Le Nouvel Observateur, Marcelle  Padovani,  met  Falcone voerde, geeft een overzicht van de structuur en werkwijze van de maffia en de verschillen met camorra en'ndrangheta, maar het is vooral de beschrijving van Falcone's omgang met pentiti die het boekje de nodige jus verleent. De moedige rechter kende Sicilië en de Siciliaan als zijn broekzak en was net zozeer gevange­ne als de mafiosi die hij ondervroeg -hij zag de zon slechts door de ge­blindeerde ruiten van zijn dienst­auto.

Wees eerlijk tegenover de pentiti, probeer je in te leven in hun vrijwel uitzichtloze positie, tutoyeer ze niet, beledig ze niet, behandel ze met res­pect, aldus een paar van zijn stelre­gels. Na langdurige ondervragingen ontstond zowaar iets dat op warmte en vriendschap leek. Van Antonino Calderone, die na zijn gesprekken met Falcone naar het buitenland vluchtte om aan de wraak van zijn oude vrienden te ontkomen, kreeg hij een keurige brief: "Meneer de rechter, Ik heb geen tijd gehad af­scheid van u te nemen. Dat wil ik graag nu doen." Falcone zegt veel van de maffia te hebben geleerd, bij­voorbeeld hoeveel efficiënter zij te werk gaat dan de Italiaanse staat.

In zijn boekje verkondigt Falcone de harde waarheid. De strijd tegen de maffia vereist professionalisme. "On­derzoeken zijn niet het monopolie van één persoon, maar de vrucht van groepswerk. Ik denk aan generaal “alla Chiesa", die in september 1982, vier maanden na zijn aan­komst in Palermo, werd vermoord. "Het enige dat hij in die tijd heeft kunnen leren was dat de ambtelijke molens uiterst langzaam malen." En­kele van mijn collega's zouden nog in leven zijn als zij hun persoonlijke veiligheid serieuzer hadden opgevat, aldus Falcone. Honderd procent be­veiliging is er niet, zoals op 23 mei van dit jaar bleek toen hijzelf met vrouw en lijfwachten even buiten Palermo werd vermoord.

          Het is met de maffia vreemd gesteld. Wie er op Sicilië naar vraagt, is lang gestuit op moedeloosheid of op het ontkennen van het verschijnsel. De organisatie is nooit serieus genomen, zegt Falcone.


In de jaren zeventig bijvoorbeeld  werden  bijna  alle krachten gericht op de strijd tegen de Rode Brigades en andere terroris­tische organisaties. Zodat in die tijd de maffia zich op de narcoticahandel kon storten en "zo machtig werd als ze nu is. Een grove fout".

In tegenstelling tot Leonardo Scia­scia, de overleden Siciliaanse schrij­ver en maffiakenner, koestert Falcone nog geloof in de staat, onvol­maakt als deze is. "Eens zal de maffia overwonnen zijn, want zij is een menselijk fenomeen en heeft een be­gin, een hoogtepunt en een eind."

Het gaat om de politieke wil. "Je kunt altijd iets doen. Dat is een spreuk die je aan de muur moet han­gen bij iedere magistraat en iedere politicus."

Jammer is dat in de Nederlandse uitgave een personenregister ont­breekt, maar dit wordt gecompen­seerd door een schematisch over­zicht met de namen van de maffia-topleiders van de laatste decennia. De Nederlandse vertaling is overi­gens niet op de Italiaanse maar op de Franse editie gebaseerd. Wat er­toe heeft geleid dat Agrigento en Catania hardnekkig als Agrigente en Catane worden gespeld, terwijl het Italiaanse woord Cupola het voort­durend moet doen met Coupole, waar het eenvoudige Koepel toch voor het grijpen lag.

Onder: Rechter Falcone en zijn vrouw.

 

#

Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004