Personal tools
You are here: Home F Fai FAITHFULL, Marianne
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

FAITHFULL, Marianne

by admin last modified 2008-02-07 10:17 PM

Engels zangeres en actrice (1946- )

* 29-12-1946 -

Het ooit zo zuivere en hoge stemmetje van 'Sixties kindersterretje Marianne Faithfull heeft na twintig jaar ongeremd gebruik van verdovende middelen en alcoholica een klankkleur gekregen die haar tot een perfecte vertolkster van de Kurt Weill­ - Bertolt Brecht liederen maakt Inmiddels afgekickt en in artistiek opzicht volwassen geworden is Faithfull één van de weinige popsterren van weleer die een toekomst voor haar heeft liggen. Haar stem, die klinkt alsof hij graniet kan fijnma­len, is zo markant en persoonlijk, dat voca­le wetmatigheden niet van toepassing zijn. Net als Lotte Lenya, de legendarische ver­tolkster van dit repertoire, heeft Faithfull de gave om in de huid van de liederen te kruipen.

Wie Faithfull’s biografie heeft gelezen weet dat de laatste halte voor de goot waarin Brechts protagonisten Mackie Messer en Surabaya Johnny verkeren, een paradijs is vergeleken bij haar eigen ervaringen. Faithfull wordt slechts begeleid door pia­nist Paul Trueblood waardoor zij alle ruimte krijgt om haar theatrale zangtalent te etaleren. Zij bezingt niet Pirate Jenny, zij is Pirate Jenny. Als Faithfull over een 'dirty shit hotel’ zingt, zingt zij uit ervaring. Naast Weill-Brecht vertolkt Faithtull op dit album liederen van onder merr Hanns Eisler. Noel Coward. Friedrich Hollander en de aan drugs en drank ten onder gegane rockster Harry Nilsson, die in een lieflijk, ontroerend 'Don't Forget Me', het in memoriam krijgt dat hem toekomt.


Met Nilsson heeft Faithfull hopelijk de deur opengezet voor een positie­ver houding van een 'klassiek publiek jegens modern repertoire. Nick Cave,  lan Curtyis, Bob Dylan., Mick jagger & Keith Richards, John Lennon de klassieke wereld zou wel­eens tot de ontdekking kunnen komen dat de mooiste liederen van de laatste vijftig jaar door rockmusici zijn geschreven.

Autobiografie van Marianne Faithfull

Marianne Faithfull deed als zeven­tienjarige haar entree in de muziekwe­reld met de hitsingle 'As Tears Go By', geschreven door Mick Jagger en Keith Richards. Ze werd als 'zangeres' ont­dekt op een feesite, door Andrew Loog Oldham, manager van de Rol­ling Stones, die hier later over zei: 'I saw an angel with big tits and signed her’. Faithfull verliet de nonnenschool en werd op tournee gestuurd met ar­tiesten als Gene Pitney, Gerry and the Pacemakers en The Kinks. Het verle­gen meisje dat haar tijd doorbracht met het lezen van Jane Austen en Ke­ats. ontpopte zich hier pijlsnel tot een femme fatale

Voor ze verkering kreeg met Mick Jagger, had Faithfull niet alleen ‘great sex’ gehad met Gene Pitney, Keith Ri­chards en Roy Orbison, ze was inmid­dels ook getrouwd met een blowende poëzie-student, bij wie ze een zoontje had. Met het begin van de periode Jagger raken echtgenoot en zoontje uit beeld. Faithfull stopt haar zangcar­rière en trekt in bij de steeds rijker wor­dende Jagger. En ‘jong en rijk' in Lon­den halverwege de jaren zestig bete­kende voornamelijk eindeloos kleren kopen in Chelsea, de geest verruimen met LSD en in trippende toestand de liefde bedrijven.

Hoe de Rolling Stones zich destijds als band ontwikkelde, laat Faithfull buiten beschouwing. Ze beschrijft uit­sluitend haar eigen ervaringen met de leden: het verval van Brian Jones, haar fascinatie en liefde voor Keith Ri­chards, en haar liefde yoor Anita Pal­lenberg, hun respectievelijke vriendin.

Maar bovenal benadrukt ze Jaggers seksuele belangstelling voor Keith Ri­chards, een verlangen dat volgens Faithfull de motor is achter de nu al dertig jaar durende samenwerking van het duo.

Uit Faithfull blijkt dat de jaren zestig werden doorgebracht op bed. Mick Jagger kocht een kingsize exemplaar en schreef daarop zijn songs, las de krant en telefoneerde terwijl Faithfull zich verdiepte in de onder drugsge­bruikers populaire spirituele litera­tuur van Aleister Crowley, Madame Blavatsky, Carlos Castaneda, en de I Ching.


Na de jaren zestig had Faithfull de drugsscene 'gewoon achter zich moe­ten laten en nooit meer om moeten kij­ken', net als Paul en Linda McCartney die zich met hun honden en kippen af­zonderden op een landgoed. Het eind van het decennium bracht traumati­sche ervaringen als de Redlands-af­faire (waarbij Jagger en Richards wer­den gearresteerd voor LSD-bezit) en de opnamen van de film Performance (waarbij iedereen het met iedereen deed: Mick Jagger onder anderen met Marianne's vriendin Anita Pallen­berg). Faithfull werd anorectisch, was constant high en hield met Jagger een competitie in vreemdgaan.

William Burroughs' boek Naked Lunch had haar al eerder het idee gege­ven dat het leven van een heroïne jun­kie zo gek nog niet was. In 1971 kwam het zover: FaitlhfulI ging weg bij Jagger en begon aan wat ze zelf noemt 'haar periode op de muur'. Een jaar of drie verliet ze zelden 'haar' muurtje langs een straat in Soho en dompelde ze zich in een heroïneroes die ieder gevoel verdoofde. Zonder zich te verzetten raakte ze alles kwijt: de voogdij over zoontje Nicholas, haar looks, de welvaart, haarvrienden, de contacten met de Rolling Stones, de goede verstand­houding met haar moeder.

Daarna ontstond een zich herha­lend patroon: een nieuwe liefde door­brak de drugsroutine en zorgde dat ze afkickte, Faithfull raakte opnieuw en­thousiast voor muziek en maakte een plaat. Een volgende liefde bracht haar weer aan de drugs, waardoor ook de muzikale ondernemingen rampzalig verliepen.

In 1985 kickte ze definitief af Faithfull woonde daarna samen met haar in de kliniek opgedane liefde Howard. Zij floreerde bij de sessies van de Nar­cotics Anonymus, maar Howard had na zeven eerdere afkickpogingen de motivatie verloren. Toen Faithfull hem na een paar maanden vertelde dat ze alleen wilde wonen, sprong hij uit het raam van de zesendertigste verdie­ping. Faithfull keek naar beneden en zag iets dat leek op een bos hibiscus­bloemen. Pas na een tijdje realiseerde ze zich dat het Howard moest zijn.

Het is een geslaagde weergave van een gruwelijke gebeurtenis. Niet altijd lukt het Faithfull haar wederwaardig­heden op zo'n sobere manier te be­schrijven. In haar toon laveert ze tus­sen ironisch en geëxalteerd. Faithfull noemt dierbare vrouwen graag 'godin­nen' en wordt zweverig als het gaat om de psychologische achtergronden van haar verslaving. Het valt te waarderen dat ze zichzelf nergens spaart: alle gê­nante excessen van het drugsgebruik worden beschreven en geen van de seksuele avonturen blijft onvermeld. Maar de zoveelste reminiscentie aan seks met een bekende popster gaat een beetje irriteren. Want 'seks' kan bij Faithfull nooit zonder het woordje 'great'.

Na alles wat ik meegemaakt heb, ben ik niet cynisch geworden,' zegt Marianne Faithfull. 'Absoluut niet. Maar ik weet inmiddels genoeg van het leven om heel erg voor­zichtig te zijn.' Eind dit jaar wordt ze vijftig en iedere dag van die vijf veelbewogen decennia staat in haar gezicht gegroefd, al heeft fotograaf Dick Knight, die haar voor de hoes van haar nieuwe album portretteerde, dat aardig weten te camoufleren.


Maar in het Amsterdamse hotel houdt de zangeres/actrice geen enkele schijn op. Marianne Faithfull, die ruim dertig jaar geleden vanonder de vleugels van The Rolling Stones een tienerster­retje werd, zich vervolgens in de woeste maalstroom van the greatest rock 'n' roll-band in the world Iiet meevoeren, als hopeloze junkie uitge­kotst werd en tenslotte een indrukwekkende comeback als gerijpt zangeres maakte. Ze is in sober zwart gekleed. De vingernagels blauw gelakt en de teennagels rood. De tatoeage op haar linkerhand, daar waar duim en wijsvinger samenkomen, begint al een beetje slijtage te vertonen. Maar haar houding is trots. Die van een vrouw die weet dat ze haar hele leven begeerlijk is geweest. En dat, voor wie het wil zien, nog steeds is. Een vrouw die nooit haar allure zal verliezen, hoezeer ze ook aan de grond zit.

Ze schenkt Perrier-water in wijnglazen en vertelt over haar nieuwe album 20th Century Blues, uitge­bracht op het in klassieke muziek gespecialiseerde platenlabel RCA Victor. Daar is ze trots op. Later in het gesprek zal ze vertellen dat ze vroeger, als meisje, al operazangeres wilde worden. Het werd uiteindelijk de befaamde rol van Pirate Jenny in de 'Driestuiversopera' van Bertold Brecht en Kurt Weill, waarmee ze enkele jaren geleden in het Cate Theatre in Dublin stond.

De nieuwe plaat draagt als ondertitel An Evening in the Weimar Republic, Vijftien sober gearrangeerde songs in de traditie van de Berlijnse jaren twintig en dertig. Weill-composities, maar ook repertoire dat door Marlène Dietrich beroemd gemaakt is. Binnenkort staat ze met datzelfde programma in elf Nederlandse theaters. Een echte primeur is het niet. Toen de Amerikaanse platenproducer Hal Willner in 1985 voor zijn veelgeprezen plaatproject Lost in the Stars een twintigtal ver­maarde rock- en jazzmusici vroeg om composities van Kurt Weill uit te voeren, was Faithfulls bijdrage - 'Ballad of the Soldier's Wife' - een van de hoogtepunten.

'Destijds zeiden mensen al dat ik meer van die stukken zou moeten opnemen,' vertelt de zangeres. 'Daarom maakte ik in 1987 het album Strange Weather. Dat had een beetje dezelfde sfeer, maar bevatte ander repertoire. En twee jaar geleden werkte ik mee aan een project over twintigste-eeuwse deca­dente muziek bij het Brooklyn Philharmonic. Muziek van Hindemith, Mahler en Weill, en ik zou de Weill-stukken voormijn rekening nemen. Zo begon de samenwerking met pianist Paul Trueblood die mij ook begeleidt tijdens An Evening in the Weimar Republic.

Wie Mariannes door seks, drugs, rock 'n' roll, jetset en ver­armde adel getekende levensloop nog eens op een rijtje wil hebben, schaffe zich haar samen met David Dalton geschreven autobiografie aan. Het boek verscheen twee jaar geleden ook in Nederlandse vertaling. Niet echt opwekkende lectuur. Een verslag van een leven dat voor een groot deel in het teken van de afhankelijkheid staat. Afhankelijkheid van Rolling Stones, roddelbladen en heroïne.

Tijdens het lezen van de autobiografie kun je in de kantlijn het aantal rocksterren turven waarmee ze het bed deelde. Drie van de vijf Rolling Stones waren daar in ieder geval hij. En Cene Pitney. En een paar Hollies. Ze stuiterde gedurende de jaren zestig zonder veel na te denken van matras naar matras - die van Jimi Hendrix en Bob Dylan op een haar na missend. En dat laatste zat haar eigenlijk wel dwars.

De jonge Marianne Faithfull was niet alleen naïef, zo lijkt het, maar ook behoorlijk cynisch. De vijftigjarige schudt het hoofd als dit gesuggereerd wordt. 'Misschien was het het cynisme van de jeugd. Of mis­schien dacht ik gewoon dat het cool was om cynisch te zijn.

Of misschien was het een manier om niet teveel beschadigd te raken door alles wat er met me gebeurde. Want ik was absoluut geen vrouw van de wereld in die begindagen.'

En passant worden in haar boek een paar hardnekkige misvattingen rechtgezet, over de beruchte politie-inval in Keith Richards' buitenhuis Redlands in 1967, bijvoorbeeld. Ja, het klopt dat Marianne toen in de kamer zat met niets anders dan een - overigens heel grote - bontdeken om zich heen. Ze had namelijk nét een bad genomen. Maar het tel­kens weer opduikende verhaal dat Mick Jagger op het moment van de inval een Mars­reep uit Mariannes vagina zou hebben gegeten, is volgens Faithfull een achterbakse leu­gen van een agent. 'De fantasie van een vies oud mannetje' en te bezopen om zelfs maar door ons verzonnen te zijn' schrijft ze, terugblikkend.

De autobiografie geeft een smeuïge en volgens Faithfull zelf redelijk betrouwbare reeks feiten. Maar bijster veel analyse of verdiepende interpretatie is in het boek niet te vin­den. Het blijft toch steken hij rode oortjes- en onderbuiklectuur. Faithfull: 'wat lastig was, is dat ik het samen heb geschreven met David Dalton. Ik vertelde over mijn leven en hij noteerde. Maar volgens mij had hij het boek al in z'n hoofd voordat we er aan begonnen. En zijn ideeën waren beslist niet altijd de mijne.' Zo was er die episode met Roy Orbison. Toen ze ooit als jong zangeresje met hem op tournee was, stond de bebrilde koning van de rocksmartlap eens voor haar deur en vroeg haar op zakelijke toon even naar z'n hotelkamer te komen. Het bedje bleek al gespreid. Letterlijk. David wilde niet geloven dat ik de bedoelingen van Roy Orbison niet doorzag,' aldus Marianne Faithfull. 'Maar dat was echt zo. Ik wist dat Roy's vrouw Claudette overleden was. Ik wist dat hij het moeilijk had. En toen hij aan m'n deur kwam, dacht ik alleen dat die lieve aardige man wat gezelschap wilde.

De misverstanden met David Dalton begonnen eigenlijk al bij de eerste ontmoeting, toen bleek dat hij er echt van overtuigd was dat ik Jim Morrison diens laatste en fatale shot heroïne gegeven had. Echt waar. Het heeft mij twee jaar gekost om hem dat uit z'n hoofd te praten. Hij moest mijn verhalen opschrijven, maar alleen de meest gore anek­dotes nam hij onmiddellijk voor waarheid aan. En er zijn ook weer niet zoveel walgelij­ke dingen gebeurd in mijn leven.

Marianne Faithfull, geboren in december 1946. Steenbok. Haar moeder, Eva, was baro­nes uit een oud adellijk Oostenrijks-Hongaars geslacht. Maar verarmde adel. Vader Glynn Faithfull was majoor bij de Britse geheime dienst. Ze leerden elkaar tijdens de Tweede \\'ereldoorlog kennen en vestigden zich na de bevrijding in Engeland, waar Glynn zich als een excentriek sociaalwetenschapper ontpopte. Het huwelijk liep spaak, maar moeder Eva bleef in Engeland. Met dochter Marianne, die vertier zocht in het hippe kunst-, bohémien- en rockmilieu van Londen. Op een feestje in 1964 kwam Rolling Stones-manager Andrew Loog Oldham op haar af en zei dat hij een plaatje met haar wilde maken. Zo simpel ging dat in die dagen. De legende wil dat hij vervolgens Nick Jagger en Keith Richards twee uur lang in de keuken opsloot met de opdracht een liedje te schrijven. Dat werd 'As Tears Go By'. Een wereldhit, weten we nu. Een evergreen.


In de hotelkamer heeft de zangeres de glazen nog eens bijgeschonken met Perlier en haar voeten ongegeneerd op het tafeltje gelegd. Talloze keren moet ze haar levensver­haal al verteld hebben. Maar ze praat zonder spoor van venieling: 'Ik zat nog gewoon op school toen m'n zangcarrière begon. Ik had eigenlijk nog niet eens besloten wat ik met mijn leven wilde. Misschien operazangeres. Of misschien actrice. Toen ik m'n eer­ste plaat maakte was ik net bezig om te beslissen naar welke universiteit ik zou gaan. Naar Oxford of naar Amerika. Ik had al brieven geschreven. Ik was van plan om Engels, filosofie en vergelijkende godsdienstwetenschappen te gaan studeren. Mijn hele zang­carrière in de jaren zestig kun je vergelijken met die van een kindsterretje.'

Kort nadat 'As Tears Go By' een hit geworden was, begon Marriannes jarenlange en geruchtmakende relatie met Mick Jagger. Terwijl ze net getrouwd was met haar jeugd ­vriendje John Dunbar, nota bene. Maar de liefde voor Jagger werd langzaam maar zeker vervangen door haar liefde voor heroïne en andere drugs. Eind jaren zestig was ze compleet aan lagerwal en werd door de Stones-zanger aan de kant gezet. Korte tijd nadat ze samen met hem haar eerste serieuze liedje had geschreven. 'Sister Morphine’. Ze nam het op, maar de platenmaatschappij haalde het schijfje binnen een paar dagen weer uit de winkels terug. De tekst was blijkbaar te schokkend', voor een meisje althans. Want twee jaar later verscheen het nummer op ‘Sticky  Fingers. En vond iedereen het 'echt Stones’

Op de scheiding van zowel Mick Jagger als van John Dunbar - met wie ze formeel nog altijd getrouwd was - volgde Mariannes zwartste periode. Begin jaren zeventig leefde ze als junkie in Londen op straat en in kraakpanden. Tot prostitutie hoefde ze nooit te ver­vallen, want de klank van haar naam alleen had nog wel een beetje het effect van een creditcard, maar eervol was het allemaal beslist niet. Totdat ze met steun van Obris Blackwell, de eigenaar van lsland Records, eind jaren zeventig weer een paar platen maakte. De tweede, Broken English uit 1979, met de hit 'The Ballad of Lucy Jordan', werd een enorme klapper. Het was haar 'punkplaat. 'What are you fighting for?’ vraag ze zich af in de titelsong van het album. De vraag is gericht aan Ulrike Meinhof, de Duitse. linkse journaliste uit de jaren zestig. die in de jaren zeventig de gewapende ver­zetsstrijd verkoos en de Rote Armee Fraktion oprichtte.

'Het idee voor die song kwam in Berlijn, om vier uur in de morgen, toen ik met m'n band naar De Muur ging kijken die er toen nog stond. Ik las in die periode ook een boek over de Baader-Meinhofgroep en ik vond dat een heel erg fascinerend verhaal. Ik realiseerde mij dat dezelfde woede die mij naar de heroïne had doen grijpen haar er toe aangezet had om mensen te doden. Ik kon mij in zeker opzicht met haar identificeren. Bij ons allebei was die woede een uitwas van de jaren zestig, maar het uitte zich op heel verschillende manieren.

En eigenlijk is "Pirate Jenny" van Weill en Brecht weer precies zo als Ulrike Meinhoff. Jenny wil ook al die kerels die ze haat een kopje kleiner maken; "And as the soft heads roll l'll say Hopla!" Alsof je Meinhof hoorde praten. Het verschil met Pirate Jenny is natuurlijk dat het bij haar een fantasie blijft. Ze doet het niet echt. Ulrike deed het wel.' Het succes van Broken English en de platen die volgen halen Marianne echter nog niet uit haar heroïne-roes. Halverwege de jaren tachtig is de situatie zo onhoudbaar, dat ze definitief besluit af te kicken. Daarmee begint haar artistiek meest succesvolle periode. Eerst het Lost in the Stars-project en vervolgens het Strange Weather-album met Hal Willner. Eindelijk, in de jaren negentig, is Marianne Faithfull een heuse diva geworden.  Nee, nee, geen diva'. Ik ben gewoon een hardwerkende musi­cus, reageert ze lachend. Maar ik ben niet als Madonna, die iedere volgende stap in haar carrière zorgvuldig uitdenkt.


Ik ben mij wel erg bewust van waar ik mee bezig ben. En ik weet ook wat ik wil Ik weet alleen niet altijd onmiddellijk hoe daar te komen. Veel hangt af van de mensen om mij heen. In de jaren zestig was ik heel erg veilig onder de vleugels van Mick Jagger en Keith Richards. Zonder hen was ik voor mijn gevoel aan de wilde beesten over­geleverd. En in de tijd van Broken English genoot ik de bescherming van Chris Blackwell. De kunst is natuurlijk om niet alleen te weten wat je wilt, maar het ook te kunnen verwezenlijken. Zolang mijn wil louter in mijn hoofd bestaat is het niet meer dan folie de grandeur'. Dat zet geen zoden aan de dijk. Het heeft mij erg veel tijd gekost om het vertrouwen te krijgen waarmee ik zelf kan realiseren wat ik wil. Om mijn leven naar mijn hand te zet­ten. Maar nu is het zover. En mijn nieuwe album is daar het bewijs van.

Opmerkelijk tussen alle jaren twintig-, dertig- en veertig-stuk­ken op 20th Century BlueslAn Evening in the Weimar Republic is de Harry' Nilsson-song 'Don't Forget Me'. De excentrieke Britse zanger schreef het lied in 1974 voor zijn plaat Pussy Cats die hij samen met John Lennon maakte. Het is een tekst vol ontroe­rende zelfspot en prachtige ironie.

'Het is de enige eigentijdse song die ik kon vinden, die zich met het Brecht en Weill-repertoire kon meten,' zegt de zangeres beslist. 'I miss you when I' m lonely. I miss the alimonv too’ Dat is toch fantastisch. Daarbij is het ook een intens idealisti­sche song. En er zit zo'n prachtige paradox in. Ik zou een moord begaan om die geschreven te kunnen hebben. En dat zeg ik niet vaak, want ik ben geen gewelddadig persoon. Maar ik zou m'n ziel verkocht hebben voor die slotregel.' 'Nothing lasts forever, but I will alway's love you.' Briljant. Harry' heeft nooit een heel groot publiek gehad. Hij was gewoon te goed. Z'n tijd vooruit. ver, ver vooruit. Logisch dat er dan maar een paar mensen, onder wie John Lennon, werkelijk in de gaten hadden waar Harry mee bezig was.'

Marianne Faithfull. Op haar achttiende vanuit het niets wereldberoemd. Op haar vierentwintigste weer aan de grond. Op haar veertigste eindelijk \'an de drugs af. En op haar vijftigste alsnog een volwassen ster. En om haar heen, in de rock 'n' roll-wereld van vandaag, lijkt de geschiedenis zich meedo­genloos te herhalen. Kijk naar de dramatische geschiedenis van Kurt Cobain en Courtney Love.

'En daar zit dan ook nog een beetje John & Yoko in,' zegt Marianne Faithfull met een snel grijnsje. Want Courtney is ook nog eens de rockweduwe - dat ben ik nooit geweest. Maar al die verhalen over Kurt en Courtney, daar hou ik mij niet mee bezig. Ik lees al die roddelbladen niet. Ik heb Courtney' ontmoet en ik vond haar aardig. Een fantastische meid. En ver­der kan het me geen barst schelen wat er over haar geschreven wordt. Als ik mij al die zaken zou moeten aantrekken zou ik allang stapelgek zijn. En dnt zou haar ook niet helpen. Laat ik maar gewoon mijzelf blijven, dat lijkt mij het beste voor ieder­een.

 

Boven: 'Im very, very stoned' Faithfull

geportretteerd door Cecil Beaton, 1968

 

 

#

Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004