EWALD, Georg Heinrich August
Duits Oudtestamenticus en semioticus (1803-1875)
* 16.11.1803 Göttingen - † 4.5.1875 Göttingen
Eerst niet voor de studie bestemd; toch op 19-jarige leeftijd gepromoveerd in de letteren op diss. Die Komposition derGenesis. Het volgend jaar (1824) repetent te Göttingen, in 1827 extraordinarius, in 1831 ordinarius in de litteraire faculteit. In 1837 werd hij, als, een der "zeven Göttinger" professoren, afgezet '! wegens hun protest tegen de opheffing van de grondwet van Hannover. Van 1838-'48 was hij hoogl. te Tübingen, waar hij vooral tegen F. Chr. Baur polemiseerde. Daarna weer te Göttingen, voor Oosterse talen en Oudtestamentische theologie. Ewald nam ook deel aan de strijd op politiek en kerkelijk gebied; als tegenstander van de inlijving van Hannover bij Pruisen weigerde hij de eed van gehoorzaamheid aan de koning van Pruisen; wegens zijn heftige uitvallen is hij bijna veroordeeld (majesteitsschennis); als afgevaardigde van de stad Hannover uitte hij in de Rijksdag zijn vijandschap tegen Bismarck op krasse manier
Als hoogleraar zeer gevierd en invloedrijk, als schrijver met groot SUCCCS werkzaam. Hij heeft geschreven over de Oosterse taalwetenschap, Arabische en Sanskrietische dichtmaten, Phoenicische inscripties, Oosterse en Bijbelse litteratuur; bekend zijn de Gramm. Erit. ling. arab. (1831-'33); Ausf“uhl. Lehrb. d. hebr. Sprache (8ste dr., 1870). Maar vooral in de Bijbelwetenschap heeft hij zich schitterend onderscheiden, zowel kwantitatief als kwalitatief.
Zijn beroemdste werken zijn: Die Dichter des Alten Bundes (1866-'67); Die Propheten des A. B. (1867-'68) en vooral de Geschichte des Volkes Isr. (1851-'59). Voorts schreef hij (vnl. tegen de Tübingerschool) over de pseudepigraphen; hij gaf een samenvattend boek Lehre d. Bibel v. Gott. (Theol. d. A. u. N. Bundes) (1871-'76). Behalve een reeks politieke geschriften en zeer veel wetenschappelijke kritieken in de Gott. Gelehrt. Anz., schreef hij vaak in het mede door hem gestichte Zeitschr. f. d. Kunde d. Morgenlandes (een voorloper van het bekende Zeitschr. d. deut. morgenl. Gesellsch.). Hij was niet oppervlakkig, had belangstelling voor het exacte detailonderzoek en toch verloor hij de grote lijnen nooit uit het oog. Zijn krachtig religieus gevoel komt duidelijk tot uiting in zijn schitterende besprekingen van de profetische geschriften, terwijl hij ook de grootse (religieuze) zijde van de geschiedenis van Israël levendig schildert.
Prof. dr H. TH. OBBINK .