EYSINGA, Jhr. Willem Jan Mari van
Nederlands volkenrechtsgeleerde (1878-1961)
Hij studeerde te Leiden. Van 1902 tot 1908 was hij werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, in 1907 werd hij toegevoegd gedelegeerde ter tweede Haagse vredesconferentie. Van 1908 tot 1912 was hij hoogleraar in het staatsrecht te Groningen en van 1912 tot 1931 in het volkenrecht te Leiden. Tot 1931 vertegenwoordigde hij Nederland bij vele internationale conferenties en commissies. Sinds 1926 was hij lid van het Permanente Hof van Arbitrage. Van 1931 tot 1946 had hij zitting in het permanente Hof van Internationale Justitie.
Werken: Proeve eener inleiding tot het Nederlandsch tractatenrecht (1906: diss.); Leer en leven der statenhervormingen (1908; inaug. rede); De studie van het internationale recht (1912; inaug. rede); Ontwikkeling en inhoud der Nederlandsche tractaten sedert 1813 (1916); Evolution du droit fluvial international du congres de Vienne au traité de Versailles, 1815-1919 (1919); Eenige kanten van het internationaal statuut van den wordenden Noord-Nederlandschen staat (1929); De oorsprong van de moderne inlern. rivierencommissie, in: Meded. d. Kon. Ak. v. Wet., dl. 74, serie B, nr. 8 (1932); La commission centrale pour la navigation du Rhin (1935; Duitse vert. 1936); Huig de Groot als Nederl. gezant, in: Meded. d. Kon. Ak. v. Wet., Nieuwe Reeks, dl. 3, nr. 9 (1940); The colonial conferences between England and the Netherlands in 1613 and 1615, in: Bibl. Visseriana, XV (1940; m. G. N. CLARK); Het oudste bekende geschrift van De Groot over volkenrecht, in: Meded. d. Kon. Ak. v. Wet., Nieuwe Reeks, dl. 4, no. 11 (1941); Eenige beschouwingen over het intern. statuut van den Noord-Nederl. staat sedert zijn ontstaan en eenige beschouwingen over ons land te midden van de naoorlogsche wereld (1946); De wording van het twaalf jarig bestand van 9 april 1609 (1959).