EYNDE, van (den),
Zuid-Nederlands geslacht van geelgieters en klokgieters,
EYNDE, Gielis
Vermeld sedert 1509 - † 1564.
Bewaard bleef zijn laatgotische doopvont met vroegrenaissance elementen in de St.-Walburgskerk te Zutphen (1527). Hij maakte ook naar patroon van Passchier Borman het koperen rankwerk aan het sacramentshuis in het St.- Pietershospitaal te Brussel (1530-1531).
Zijn zoon Pauwel werkte in 1530 bij hem en sedert 1546 in Antwerpen
EYNDE, Jan I
vermeld sedert 1516 - † vóór 1531
Zoon van Gielis, werkte in het atelier van zijn vader. Bewaard bleven twee kapelhekken in de St.-Jacobskerk te Utrecht (1516-1518) en het aan hem toegeschreven koorhek in de St.-Laurenskerk te Weesp. Hij werkte ook aan het niet voltooide St.-Maartensaltaarhek van de Utrechtse dom in renaissancestijl, naar ontwerp van Hendrik de Zwarte te Gouda en houten model van Gregorius Wellemans te Antwerpen (1517-1522). Zijn zoon Peeter was klokgieter en wordt vermeld tussen 1533 en 1572.
EYNDE, Jan II,
ook Johannes a Fine
* Mechelen 1515 - † Antwerpen na 1556
Zoon van Jan I, klokgieter in het smedenambacht te Mechelen 1533, is aldaar vermeld tot 1544, sedert 1545 te Antwerpen, waar hij poorter werd en diverse leveringen, o.m. geschut, uitvoerde voor de stad. Hij goot klokken voor de St.-Gilliskerk te Dendermonde (1542), voor Rupelmonde (1545) en de nog bestaande altaarschel met jachttafereel in de kerk van Nunhem (1548). Bekend zijn de fraaie tafelschellen met fijn bewerkte renaissancefries en opschriften, waarvan een groot aantal bewaard bleef (1544-1556).