EVANS, Arthur John
Brits archeoloog (1851-1941)
(Sir sinds 1911)
* Nash Mills 8.7.1851 – † Boar's Hill Kreta 11.7.1941.
Hij studeerde te Oxford en Göttingen was van 1884 tot 1908 conservator van het Ashmolean Museum te Oxford en van 1909 tot 1925 buitengewoon hoogleraar aldaar.
In 1881 en volgende jaren deed hij archeologische onderzoekingsreizen in de Balkanlanden, van 1889-'90 in Z.-Italië en Sicilië, na 1892 in Griekenland en de eilanden van de Aegeïsche zee. In 1894 bezocht hij voor de eerste maal het eiland Kreta Hij wees aan, dat lijnfiguren op zgn. Myceense voorwerpen lineaire schrifttekens waren; evenzo zag hij een hiëroglyfenschrift in de tekens op oudere zgn. zegelstenen en ringen. Hij wees als centrum van een pré Myceense beschaving reeds in 1893 Kreta aan, maar eerst na 1899 was het mogelijk met systematische opgravingen te beginnen in samenwerking met het Eng. Archeologisch Inst. te Athene. In 1900 en volgende jaren bracht hij op eigen kosten het voor-Gr. Cnossus aan het .licht. Voor de vondsten richtte hij het museum te Heraklion in. Het opgravingterrein met woning heeft hij aan de British School geschonken. De verslagen van zijn opgravingen publiceerde hij in de Annals of the British School of Athens.
Na de 1ste Wereldoorlog leidde hij opnieuw opgravingen.
Van zijn hand zijn verschenen:
WERK: Illyrian letters (1878); Through Bosnia (1895); Cretan pictographs (1896); Further discoveries in Cretan and Aegean script (1896); Mycenaean tree and pillar cult (1901); Scripta Minoa, I (1909), II (1952; uitg. d. J.L. Myres); The palace of Minos (4 dln., 1921–1936). Hij constateert hierin dat er in het Neolithicum verband was tussen de culturen van Kreta en die van Klein-Azië. Tegen het eind van het Neolithicum laat zich de invloed gelden van Lybië. Hij wijst daarbij op de aanwezigheid van Lybische nederzettingen op Kreta. Zijn studie over de Myceense graven publiceerde hij in The shaft graves and beehive tombs of Mycenae (1929)
Eveneens bewerkte hij 4 delen van Freeman's History of Sicily (1892).