EAST INDIA COMPANY
groep van handelaren
(officieel: The Governor and Company of Merchants of London Trading into the East Indies), Engelse handelscompagnie die op 31 dec. 1600 octrooi voor de handel voorbij Kaap de Goede Hoop en Straat Magalhaes kreeg. Het bestuur werd gevormd door 24 jaarlijks wisselende leden en een gouverneur. Zij werd opgericht om de overheersende positie van de Nederlanders in de Oost-Indische specerijhandel te doorbreken. De East India Company ondervond van de in 1602 tot de Verenigde Oost-Indische Compagnie aaneengesloten concurrenten zo'n tegenstand, dat zij meer aandacht ging besteden aan Voor-Indië, waar in 1612 concessies van de grootmogol werden verkregen. Ondanks een overeenkomst met de Nederlanders (1619) kon de East India Company zich in Oost-Indië niet handhaven en na de terechtstelling van Engelse kooplieden op Ambon (1623), trok zij zich nagenoeg geheel uit dat gebied terug. In Voor-Indië echter verdrong zij de Portugezen en wist door verdragen haar positie te verstevigen, ook tegenover concurrentie van landgenoten.
Het uiteenvallen van het rijk van de grootmogol noopte de East India Company haar politiek van verdragen te wijzigen in een van gebiedsverovering, daartoe in staat gesteld door ruimere bevoegdheden die haar door Karel II verleend werden, zoals het recht eigen troepen te onderhouden, munt te slaan, van beslissingen over oorlog en vrede en van eigen jurisdictie. Op het eind van de 17de eeuw regeerde de East India Company over een uitgestrekt gebied, terwijl haar bestuurders een niet geringe invloed op de staatsbesluiten in Engeland konden uitoefenen. Haar monopolie werd in Engeland wel aangevochten, maar in het begin van de 18de eeuw opnieuw bevestigd. In het midden van de 18de eeuw had de East India Company met toenemende Franse concurrentie te kampen, welke strijd gedurende de Zevenjarige Oorlog (1756-63) volledig ten gunste van de East India Company werd beslist. De grote gebiedsuitbreiding legde de East India Company een zware bestuurstaak op, waartegen het (door de lage salarissen vaak corrupte) ambtenarenkorps niet was opgewassen, zodat de Engelse regering ingreep, vanaf 1773 controle op het bewind instelde en in 1784 (India Bill van Pitt) het gehele Indische bestuur onder staatstoezicht stelde.